Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630071 nr. 13

30 071
Wijziging van de Mededingingswet als gevolg van de evaluatie van die wet

nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID HEEMSKERK

Ontvangen 12 juni 2006

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt na onderdeel L een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

La

Na hoofdstuk 5 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 5A Toezeggingsbesluit

Artikel 49a

1. Een onderneming of een ondernemersvereniging kan voor het opmaken van een rapport als bedoeld in artikel 59, of indien een rapport is vastgesteld, tot het moment waarop een beslissing als bedoeld in artikel 62 is genomen bij de raad een aanvraag doen tot het nemen van een besluit waarmee de raad een in die aanvraag opgenomen toezegging voor de onderneming of de ondernemersvereniging bindend verklaart opdat:

a. wordt voorkomen dat zal worden gehandeld in strijd met artikel 6, eerste lid, of 24 eerste lid, of

b. het handelen in strijd met artikel 6, eerste lid, of 24, eerste lid wordt gestaakt.

2. De raad kan een besluit als bedoeld in het eerste lid nemen indien naar het oordeel van de raad:

a. verzekerd is dat de onderneming of ondernemersvereniging als gevolg van het besluit zal handelen in overeenstemming met artikel 6, eerste lid, of 24, eerste lid,

b. de onderneming of de ondernemersvereniging aannemelijk maakt dat zij het besluit op controleerbare wijze zal naleven, en

c. in een concreet geval het nemen van het besluit uit een oogpunt van handhaving van de wet doelmatiger is dan het opleggen van een boete of een last onder dwangsom.

3. Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid, besluit de raad tevens geen onderzoek te starten, een reeds ingesteld onderzoek niet langer voort te zetten, geen rapport op te maken of af te zien van het opleggen van een boete of een last onder dwangsom. Het besluit bevat geen oordeel over de verenigbaarheid van het gedrag van de onderneming of de ondernemersvereniging met het bepaalde bij of krachtens deze wet.

4. Nadat de raad een besluit als bedoeld in het eerste lid heeft genomen gedraagt de onderneming of de ondernemersvereniging zich overeenkomstig dat besluit.

5. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, wordt voor een bepaalde periode gegeven. De raad kan besluiten het besluit telkens voor een bepaalde periode te verlengen.

Artikel 49b

Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 49a, eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in artikel 49a, vijfde lid, tweede volzin, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 49c

1. Nadat de raad een besluit als bedoeld in artikel 49a, eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in artikel 49a, vijfde lid, tweede volzin, heeft genomen kan hij alsnog een onderzoek instellen indien:

a. er een wezenlijke verandering is opgetreden in de feiten waarop het besluit berust,

b. het besluit berust op door de onderneming of de ondernemersvereniging verstrekte onvolledige, onjuiste of misleidende gegevens, of

c. de onderneming of de ondernemersvereniging handelt in strijd met artikel 49a, vierde lid.

2. De raad kan gedurende het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, een besluit als bedoeld in artikel 49a, eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in artikel 49a, vijfde lid, tweede volzin, intrekken dan wel wijzigen.

3. Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging als bedoeld in het tweede lid, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 49d

1. Een besluit als bedoeld in artikel 49a, eerste lid, of een besluit tot verlenging als bedoeld in artikel 49a, vijfde lid, tweede volzin, wordt, nadat het is bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de mededingingsautoriteit. Gegevens die ingevolge artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet voor verstrekking in aanmerking komen, worden niet ter inzage gelegd.

2. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

II

In artikel I wordt na onderdeel DD een onderdeel ingevoegd, luidende:

DDa

In hoofdstuk 8 wordt na paragraaf 2 een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 2a Overtreding toezeggingsbesluit

Artikel 76a

De raad kan in geval van overtreding van artikel 49a, vierde lid, de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de overtreding kan worden toegerekend een boete opleggen van ten hoogste € 450 000 of, indien het een onderneming of ondernemersvereniging betreft en indien dat meer is, van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uit maken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking.

III

In het in artikel I, onderdeel EE, voorgestelde artikel 77 komt onderdeel 1 te luiden:

1. In het eerste lid, wordt na «70a, eerste lid,» ingevoegd: 70b, eerste lid, en wordt na «75, eerste lid,» ingevoegd: 76a,.

IV

Artikel I, onderdeel FF, komt te luiden:

FF

In artikel 79, eerste lid, wordt: «Een boete als bedoeld in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, en 75, eerste lid, onder a,» vervangen door: Een boete als bedoeld in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, 75, eerste lid, onder a, 75a en 76a.

V

Artikel I, onderdeel HH, komt te luiden:

HH

Artikel 81 komt te luiden:

Artikel 81

De artikelen 67 tot en met 68a zijn van toepassing op de in de artikelen 69, eerste lid, 70a, eerste lid, onder a, 70b, eerste lid, 71, 72, 73, 74, eerste lid, onder a, 75, eerste lid, onder a, 75a en 76a bedoelde boete.

VI

In het in artikel I, onderdeel II voorgestelde tweede lid van artikel 82 komt de zinsnede: «, en 75a» te luiden: , 75a en 76a.

VII

In artikel I wordt na onderdeel JJ een onderdeel ingevoegd, luidende:

JJa

In artikel 89 wordt «de hoofdstukken 6» vervangen door: de hoofdstukken 5A en 6.

VIII

De bijlage bij de Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:

Er wordt een onderdeel J toegevoegd, luidende:

J. Ministerie van Economische Zaken

Artikel 49a, eerste lid van de Mededingingswet voor zover de aanvraag is afgewezen, alsmede artikel 49c, tweede lid, van die wet voor zover de intrekking of wijziging geschiedt op de gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c van dat artikel.

Toelichting

Dit amendement houdt het bindend verklaren van een toezegging in. Dit leidt tot een grotere transparantie, meer rechtszekerheid voor ondernemingen en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en betere handhaving.

In artikel 5 van Verordening 1/2003 is bepaald dat de mededingingsautoriteiten onder meer bevoegd zijn om toezeggingen te aanvaarden. Uit artikel 9 van de Verordening blijkt dat een toezegging een bindende afspraak inhoudt omtrent gedragsaanpassing. Dit artikel werkt niet rechtstreeks en de mogelijkheid tot het opleggen van een toezeggingsbesluit was nog niet opgenomen in de nationale Mededingingswet.

Uitgangspunt bij de nationale Mededingingswetgeving dient te zijn dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de Europese bevoegdheden en dat de instrumentele mogelijkheden van de NMa zo veel mogelijk dezelfde zijn als die van de Europese Commissie.

De sanctie die wordt verbonden bij niet nakomen van de toezegging houdt een boete in van ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking. Toegezegde gedragsaanpassingen kunnen door dit amendement worden afgedwongen. Tevens worden de transparantie en rechtszekerheid ten opzichte van de huidige mogelijkheden vergroot en kan de handhaving hiermee worden verbeterd

Heemskerk