nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een drempel
op te werpen tegen BTW-constructies met betrekking tot (on)roerende zaken
alsmede om de BTW-wetgeving op enkele andere onderdelen aan te passen, met
name in verband met ontwikkelingen in de jurisprudentie en in verband met
gewijzigde niet-fiscale regelgeving;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de omzetbelasting 1968 wordt als volgt gewijzigd:
A. Artikel 2a, eerste lid, wordt als volgt
gewijzigd:
1. In onderdeel b vervalt «Economische».
2. Onderdeel c wordt vervangen door:
c. Gemeenschap: het binnenland van de lid-staten zoals dat voor de heffing
van de omzetbelasting is omschreven in het Gemeenschapsrecht, het binnenland
van het Vorstendom Monaco en van het Eiland Man, alsmede de zones Akrotiri
en Dhekalia van de Republiek Cyprus; het Vorstendom Monaco wordt behandeld
als gebied van de Franse Republiek, het eiland Man als gebied van het Verenigd
Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de zones Akrotiri
en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het
Verenigd Koninkrijk vallen, als gebied van de Republiek Cyprus;.
3. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel q door een
puntkomma, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
r. investeringsbedrijfsmiddelen: onroerende zaken en rechten waaraan deze
zijn onderworpen, roerende zaken alsmede diensten, waarvan de uitgaven
voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting moeten worden geactiveerd
en waarop een ondernemer voor die belastingen kan afschrijven.
B. In artikel 8, worden de volgende wijzigingen
aangebracht:
1. Het vierde lid wordt vervangen door:
4. Ten aanzien van:
a. diensten als zijn bedoeld in artikel 4, tweede lid;
b. leveringen van investeringsbedrijfsmiddelen, en diensten bestaande
uit het voor gebruik ter beschikking stellen van investeringsbedrijfsmiddelen,
aan lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, andere
dan ondernemers, of aan ondernemers die, met inachtneming van bij ministeriële
regeling te stellen regels, voor de terzake in rekening gebrachte omzetbelasting
geen of nagenoeg geen recht hebben op aftrek van de belasting op de voet van
artikel 15;
wordt de vergoeding gesteld op de normale waarde van de dienst of het
investeringsbedrijfsmiddel.
Als normale waarde wordt beschouwd het bedrag, de omzetbelasting niet
daaronder begrepen, dat de afnemer van de levering of de dienst daarvoor,
in de fase waarin de handeling wordt verricht, bij vrije mededinging in Nederland
zou moeten betalen aan een zelfstandige leverancier.
2. Na het zesde lid wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
7. Het vierde lid, onderdeel b, is uitsluitend van toepassing indien de
normale waarde meer bedraagt dan de in het tweede lid bedoelde vergoeding
en indien de ondernemer die de prestatie verricht en diens afnemer ter zake
van hun overeenkomst, direct of indirect, niet handelen als zelfstandige partijen.
Bij ministeriële regeling kan nader worden bepaald in welke gevallen
een in het vierde lid, onderdeel b, bedoelde afnemer en een ondernemer die
de aldaar bedoelde levering of dienst verricht, al dan niet als zelfstandige
partijen worden aangemerkt.
C. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel g, onder 1°, wordt «de diensten
door beoefenaren van een beroep waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens
de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg; de diensten door
psychologen en door tandtechnici;» vervangen door: gezondheidskundige
verzorging van de mens in het kader van de uitoefening van medische en paramedische
beroepen waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet op de beroepen
in de individuele gezondheidszorg alsmede gezondheidskundige verzorging van
de mens door psychologen; de diensten die door tandtechnici als zodanig worden
verricht;.
2. In het eerste lid, onderdeel g, onder 2°, wordt «de diensten
bestaande in thuiszorg als bedoeld in artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken
bijzondere ziektekostenverzekering» vervangen door: de diensten, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met f, en i, van het Besluit
zorgaanspraken AWBZ.
Voorts wordt de zinsnede «ten behoeve van wie in een besluit overeenkomstig
§ 6 van het Zorgindicatiebesluit is vastgelegd dat ze op die zorg
zijn aangewezen» vervangen door: ten behoeve van wie in een indicatiebesluit
op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is vastgelegd dat ze
op de in die onderdelen bedoelde zorg zijn aangewezen.
3. In het eerste lid wordt onderdeel w vervangen door:
w. opvang van kinderen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen
b, c en d, van de Wet kinderopvang, alsmede opvang als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, van dat artikel, door een ondernemer die voldoet
aan de in en krachtens hoofdstuk 3 van die Wet gestelde regels.
D. In artikel 17c, tweede lid, wordt «artikel
8, tweede, vijfde en zesde lid» vervangen door: artikel 8, tweede en
vierde tot en met zevende lid.
E. Artikel 18, eerste lid, onderdeel a, wordt
vervangen door:
a. het brengen in Nederland van goederen die zich niet in het vrije verkeer
bevinden in de zin van artikel 24 van het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap;.
F. Aan tabel I, onderdeel b, worden, onder
vervanging van de punt aan het slot van post 17 door een puntkomma, twee nieuwe
posten toegevoegd, luidende:
18. het vervoer van gas dat valt onder de toepassing van post a 32. Bij
ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing
van deze post;
19. het opfokken van de in post a 4 bedoelde dieren alsmede het opkweken
van de in de posten a 1 tot en met a 3 en a 48 bedoelde goederen.
ARTIKEL II
Het koninklijk besluit van 24 augustus 2004 tot wijziging van het
Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (Stb. 435) wordt goedgekeurd.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,