30 034
Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

nr. 29
AMENDEMENT VAN HET LID BUSSEMAKER C.S.

Ontvangen 27 juni 2005

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel 1.2.3 wordt na vernummering van het zesde tot achtste lid, twee leden ingevoegd, luidende:

6. De krachtens het vierde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken.

7. De krachtens het vierde lid vastgestelde ministeriële regeling wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Zij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken door Onze Minister wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling ingetrokken.

Toelichting

Op grond van artikel 1.2.3, vierde lid, is er de mogelijkheid bij algemene maatregel van bestuur regels op te stellen voor de bepaling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en of sprake is van een «geringe kans op herstel». Deze AMvB wordt aan beide Kamers van de Staten-Generaal voorgelegd. In het voorgestelde zesde lid wordt dit zodanig aangepast dat de AMvB ook na vaststelling aan het parlement wordt voorgelegd. Dit verstrekt de controlemogelijkheden voor het parlement. Dat is van belang, omdat het begrip «geringe kans op herstel» van cruciaal belang is bij de toekenning van IVA-uitkeringen. Wie een meer dan geringe kans op herstel heeft, kan immers geen IVA-uitkering krijgen.

Artikel 1.2.3, zesde lid, schrijft voor dat bij ministeriële regeling een lijst met ziekten wordt opgesteld die aan de hand van wetenschappelijke gegevens de hersteltermijnen van ziekten bevat. Bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling hanteert de verzekeringsarts deze lijst als uitgangspunt. In het voorgestelde zevende lid wordt geregeld dat deze ministeriële regeling met een zware voorhangprocedure wordt voorgelegd aan het parlement. Op die manier wordt de controlerende taak van het parlement maximaal gewaarborgd.

Bussemaker

Vendrik

De Wit

Huizinga-Heringa

Naar boven