30 034
Bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

nr. 22
AMENDEMENT VAN HET LID BUSSEMAKER C.S.

Ontvangen 27 juni 2005

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel 2.2.4, vierde lid, komt als volgt te luiden:

4. De hoogte van de uitkering, bedoeld in het derde lid, wordt indien de mate van arbeidsongeschiktheid is toegenomen met ingang van die dag herzien en wordt, in het geval dat de mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen, herzien nadat die situatie ten minste twee kalendermaanden heeft voortgeduurd.

II

De tweede en derde volzin, van artikel 7.2.2, tweede lid, komen als volgt te luiden: De inkomenseis wordt indien de resterende verdiencapaciteit is afgenomen met ingang van die dag herzien en wordt, in het geval dat de resterende verdiencapaciteit is toegenomen, herzien nadat een wijziging in de resterende verdiencapaciteit twee kalendermaanden heeft voortgeduurd. De inkomenseis geldt niet meer indien de verzekerde slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

III

Artikel 7.2.3, zevende lid, komt als volgt te luiden:

7. De hoogte van de uitkering, bedoeld in het vijfde lid, wordt indien de mate van arbeidsongeschiktheid is toegenomen met ingang van die dag herzien en wordt, in het geval dat de mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen, herzien nadat die situatie ten minste twee maanden heeft voortgeduurd.

Toelichting

Dit amendement heeft tot doel de hoogte van de loonaanvulling of vervolguitkering direct bij te stellen als uit een keuring blijkt dat iemands verdiencapaciteit is afgenomen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat iemands verlies aan verdiencapaciteit direct gevolgen heeft voor iemands mogelijkheden om met arbeid een inkomen te verdienen. Dat hoort dan ook direct in iemands uitkeringshoogte tot uitdrukking te komen.

Dit amendement verandert alleen iets als de verdiencapaciteit van iemand afneemt. Als iemands verdiencapaciteit bij een keuring blijkt te zijn toegenomen, blijft het wenselijk een gewenningsperiode in te lassen alvorens de uitkeringshoogte neerwaarts aan te passen. Dit geeft de betrokkene de mogelijkheid bijvoorbeeld met zijn werkgever afspraken te maken over uitbreiding van het aantal gewerkte uren. Daar verandert dit amendement niets aan.

Bussemaker

Vendrik

De Wit

Naar boven