nr. 5
VERSLAG
Vastgesteld 14 april 2005
De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel,
heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig en afdoende
zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel
voldoende voorbereid. Het verslag volgt de opbouw van de memorie van toelichting
en behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng
is geleverd.
Algemeen
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het wetsvoorstel. Ook de leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling
kennisgenomen het wetsvoorstel. Net als de regering onderschrijven zij een
goede kwaliteit van de uitvoering van het bodembeleid. De veelheid van taken
en het brede scala van organisaties mogen de kwaliteit en de efficiency van
de uitvoering niet belemmeren. Tevens vinden deze leden het een goede zaak
om stil te staan bij de wijze van verantwoording over de doelmatigheid en
rechtmatigheid van de besteding van de bodemsaneringsgelden.
De leden van de VVD-fractie hebben eveneens met belangstelling kennisgenomen
van het wetsvoorstel en hebben nog een aantal vragen.
Taken Service Centrum Grond (en nieuw agentschap)
Er zijn twee trajecten om taken van het Service Centrum Grond over te
hevelen naar de minister van VROM. De leden van de PvdA-fractie vragen wat
de status hiervan is. Wanneer denkt de regering dat deze trajecten afgerond
zijn?
Deze leden vernemen ook graag of, uit het oogpunt om te komen tot een
vernieuwd bodembeleid, er op korte of langer termijn ook nieuwe taken in het
leven worden geroepen voor de minister of de uitvoeringsorganisatie.
De leden van de VVD-fractie hebben de volgende vragen met betrekking tot
het agentschap waarop de regering doelt in de memorie van toelichting bij
het wetsvoorstel (paragraaf 2, 3 en 4):
– waarom wordt gekozen voor een agentschap?
– hoe verhoudt dit agentschap zich tegenover andere overheidsorganisaties/gesubsidieerde
instellingen die taken vervullen op het gebied van bodembeleid?
– kunt u enkele concrete punten noemen waaruit blijkt dat het nieuwe
agentschap een positieve bijdrage zal leveren aan de doelmatigheid en rechtmatigheid
van de besteding van bodemsaneringsgelden?
– welk budget wordt ter beschikking gesteld aan het agentschap voor
het verrichten van haar werkzaamheden? Uit hoeveel fte bestaat het agentschap?
Wat was het budget en het aantal fte van het Service Centrum Grond?
– kunt u een overzicht geven van de taken die het nieuwe agentschap
zal vervullen op het gebied van bodembescherming, bodembeheer en bodemsanering,
anders dan de al genoemde taken in de memorie van toelichting? Welke bestaande
organisaties en instellingen, naast het Service Centrum Grond, dragen (een
deel van) hun taken over aan het agentschap?
Wijziging wet bodembescherming
De leden van de CDA-fractie lezen dat in artikel I, onderdelen C en D,
wordt voorgesteld om het verplichte advies te vervangen door een verplichting
om een beoordeling van de reinigbaarheid van de grond aan het bevoegd gezag
te overleggen, in situaties als bedoeld in artikel 27 (nieuwe verontreiniging)
en artikel 28 (bestaande verontreiniging) van de Wet Bodembescherming. Deze
beoordeling wordt overgelegd door de initiatiefnemer van het ontgraven, die
een particulier onderzoeksbureau kan vragen een beoordeling van de reinigbaarheid
te maken.
Deze leden wijzen erop dat in haar rapport van 8 maart jl. de Algemene
Rekenkamer onder andere constateert dat zowel in de saneringplannen als in
de evaluatierapporten vaak belangrijke informatie ontbreekt en dat provincies
en gemeenten nog onvoldoende op de saneringslocaties controleren. Hierdoor
kunnen zij niet goed vaststellen of er naar behoren is gesaneerd en of de
verontreinigde grond op de voorgeschreven wijze is afgevoerd. Hierbij speelt
ook mee dat een onafhankelijk oordeel van de milieukundig begeleider, die
het resultaat van de sanering beoordeelt, meestal niet is gewaarborgd. Het
ingenieursbureau waaraan hij of zij is verbonden is vaak betrokken bij eerdere
fases van de sanering. De leden van de CDA-fractie vragen de regering dan
ook om nader uiteen te zetten hoe met dit wetsvoorstel geborgd kan worden
dat het bevoegd gezag betrouwbare informatie krijgt aangeleverd van de initiatiefnemer –
al dan niet met tussenkomst van een advies- of ingenieursbureau – zodat
er sprake kan zijn van een adequate handhaving. Ook vragen deze leden of het
voorliggende wetsvoorstel (30 024) in dit opzicht afdoende aansluit bij
de Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten,
houdende regels inzake de kwaliteit van werkzaamheden in het milieubeheer
en de integriteit van de daarbij betrokken uitvoerders (29 989).
In aansluiting op de opmerkingen van de leden van de CDA-fractie vragen
de leden van de VVD-fractie op welke wijze particuliere onderzoeksbureaus,
die de reinigbaarheid van verontreinigde grond beoordelen, onderworpen worden
aan de regels inzake kwaliteit van werkzaamheden in het milieubeheer en de
integriteit van de daarbij betrokken uitvoerders (wetvoorstel 29 989).
Artikelsgewijs
Artikel I, onderdeel E
De leden van de VVD-fractie willen weten of overwogen is om de criteria
voor de beoordeling van de reinigbaarheid van verontreinigde grond, die opnieuw
worden vastgelegd in de nieuwe regeling, te actualiseren. Of bestaat hiertoe
geen aanleiding?
De voorzitter van de commissie,
Buijs
De adjunct-griffier van de commissie,
Van Halen
XNoot
1Samenstelling:
Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik
(CDA), Van Gent (GL), Geluk (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA),
Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter
(SP), Duyvendak (GL), Huizinga-Heringa (CU), Koopmans (CDA), Spies (CDA),
Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Fierens (PvdA), ondervoorzitter,
Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA), Samsom (PvdA),
Hermans (LPF), Veenendaal (VVD).
Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Mastwijk
(CDA), Ormel (CDA), Halsema (GL), Luchtenveld (VVD), Örgü (VVD),
Dubbelboer (PvdA), Hessels (CDA), Van den Brink (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer
(SP), Vos (GL), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Sterk (CDA), Haverkamp
(CDA), Koser Kaya (D66), Gerkens (SP), Boelhouwer (PvdA), Verbeet (PvdA),
Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA), Dijsselbloem (PvdA),
Varela (LPF), Oplaat (VVD).