Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201030015 nr. 39

30 015 Voortgang bodemsanering

Nr. 39 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 april 2010

Naar aanleiding van het Algemeen Overleg met de commissie VROM op 14 april 2010 informeer ik u nader over de regeling van bodemvreemd materiaal in herbruikbare grond en baggerspecie in het Besluit bodemkwaliteit.

Enkele leden van uw Kamer hebben vragen gesteld met betrekking tot de bepaling over bodemvreemd materiaal in het Besluit bodemkwaliteit. De zorg bestond dat deze bepaling het mogelijk zou maken dat er giftig materiaal in grond of baggerspecie kan worden bijgemengd. Dat zou een goede toepassing bij het herinrichten van zandwinputten belemmeren.

In het Besluit bodemkwaliteit (hierna te noemen: het Besluit) is een maximum grens van 20% gesteld aan het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal dat zich in de toe te passen grond of baggerspecie mag bevinden. In de nota van toelichting is de doelstelling van deze bepaling uitgebreid uiteengezet.

In grond of baggerspecie die wordt ontgraven, kan zich bodemvreemd materiaal bevinden. Het gaat bijvoorbeeld om puin, hout of baksteenscherven.

Zoals aangegeven tijdens genoemd AO is het niet toegestaan om bodemvreemd materiaal toe te voegen aan ontgraven grond of baggerspecie.

Vanzelfsprekend is het ook verboden (zoals bepaald in artikel 36 van het Besluit) om grond of baggerspecie die gevaarlijke stoffen bevatten toe te passen.

De aanwezigheid van bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie hoeft niet voor alle toepassingen bezwaarlijk te zijn, maar een begrenzing van de hoeveelheid bodemvreemd materiaal is noodzakelijk om over grond of baggerspecie te kunnen spreken, zoals bedoeld in het Besluit.

Het Besluit maakt het mogelijk om voor een toepassing een lager gewichtspercentage bodemvreemd materiaal vast te stellen en beperkingen te stellen aan de aard van het bodemvreemd materiaal. Met deze mogelijkheid kan het bevoegd gezag ook rekening houden met de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem voor specifieke toepassingen.

Daarnaast kunnen de leverancier en de ontvanger van grond of baggerspecie in de contracten afspraken maken over het percentage en de aard van het bodemvreemd materiaal.

Deze zomer wordt de uitvoering van de evaluatie van het Besluit gestart. Op basis van de resultaten van deze evaluatie zal het Besluit worden aangepast.

Gezien de zorgen die de Tweede Kamer heeft geuit, ben ik voornemens bij de wijziging van het Besluit de bepaling van bodemvreemd materiaal te verduidelijken zodat zoveel mogelijk misverstanden worden weggenomen.

Bij de evaluatie van het besluit wil ik ook de concept-Handreiking diepe plassen betrekken. In deze concept-handreiking wordt ook aandacht besteed aan bodemvreemd materiaal dat in grond of baggerspecie kan voorkomen.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. C. Huizinga-Heringa