Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201930012 nr. 110

30 012 Leven Lang Leren

Nr. 110 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 november 2018

Aanleiding

Het kabinet zet zich in voor een doorbraak op het gebied van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en een sterke en positieve leercultuur. Een cruciaal onderdeel is het stimuleren dat iedereen een individueel budget voor algemene scholing en ontwikkeling tot zijn of haar beschikking krijgt. Dit is afgesproken in het Regeerakkoord. Het kabinet stimuleert dit 1) via private partijen die individuele leerrekeningen1 voor hun werknemers ter beschikking stellen en 2) via een uitgavenregeling voor publieke individuele leer- en ontwikkelbudgetten, die naar verwachting in 2020 kan worden ingevoerd.

In deze brief ga ik, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, naar aanleiding van een toezegging tijdens het algemeen overleg over LLO op 9 oktober jl. in op de voortgang van het overleg met sociale partners over private leerrekeningen (Kamerstuk 30 012, nr. 109). Ten behoeve van deze brief hebben gesprekken plaatsgevonden met de Stichting van de Arbeid, AWVN, James, enkele branches die actief betrokken zijn bij de invoering van private leerrekeningen en het Ministerie van Financiën.

Ervaringen met private leerrekeningen

In de brief LLO die op 27 september jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd, is aangegeven dat sociale partners een passend fiscaal kader voor de private leerrekeningen als een belangrijke randvoorwaarde zien voor het bevorderen van directe toegang van werkenden tot scholingsmiddelen voor algemene scholing en ontwikkeling. In de afgelopen jaren zijn op kleine schaal al ervaringen opgedaan met private leerrekeningen (waaronder naast leerrekeningen vouchers of trekkingsrechten uit een collectief budget) en er is veel animo bij diverse branches om dit instrument meer in te gaan zetten. Gezien de onbekendheid van dit instrument is er echter ook onzekerheid over aspecten van de fiscale behandeling van deze leerrekeningen. Betrokken partijen zijn daarover in overleg gegaan met de Ministeries van Financiën, SZW en de Belastingdienst om meer duidelijkheid te krijgen over vragen ten aanzien van de fiscale behandeling van leerrekeningen.

Opbrengsten van het overleg

De brief LLO heeft de opbrengsten laten zien van deze gezamenlijke inspanningen voor meer duidelijkheid. Dit betreft:

  • de mogelijkheid van het sparen voor scholing over jaargrenzen heen; dit is belangrijk, omdat een werknemer zo een groter bedrag bijeen kan krijgen om kostbaarder scholing – of activiteiten gericht op ontwikkeling – te kunnen betalen.

  • de mogelijkheid dat een werknemer het opgebouwde leerbudget mee kan nemen naar een nieuwe werkgever.

Voortgang van het overleg

Het overleg met sociale partners over de fiscale behandeling van private leerrekeningen is dit najaar voortgezet en richt zich vooral op het verkrijgen van verdere duidelijkheid over de volgende samenhangende punten:

  • de onzekerheid bij werkgevers en werknemers/ uitvoerders of de door de werknemer genoten cursus, opleiding of ontwikkelactiviteit (loopbaanadvies, EVC2) volgens de Belastingdienst feitelijk ook in aanmerking komt voor een gerichte vrijstelling in de loonheffingen.3 Indien dit niet zo is, krijgt de werkgever te maken met een fiscale naheffing. Werkgever en uitvoerder kunnen overigens wel onderling afspraken maken over de aansprakelijkheid voor het te betalen bedrag dat voortvloeit uit de naheffing.

  • de meeneembaarheid ofwel portabiliteit van individuele leer- en ontwikkelbudgetten; hoewel mogelijk volgens het huidige fiscale kader, zijn wel afspraken nodig indien werkgevers willen dat de rechten en plichten ten aanzien van de leerrekening overgaan naar de nieuwe werkgever. Het maken van dergelijke afspraken ligt in de praktijk gecompliceerder vanwege het vorige punt, de mogelijkheid dat een fiscale naheffing volgt als de scholing niet in aanmerking blijkt te komen voor de gerichte vrijstelling in de loonheffingen.

Afspraken

De departementen SZW en Financiën hebben met de sociale partners afgesproken de constructieve dialoog over genoemde vragen op korte termijn voort te zetten met als doel de onzekerheid bij werkgevers en uitvoerders te verminderen. De Belastingdienst speelt hierbij een belangrijke rol, aangezien het gaat om toepassing en uitleg van de bestaande fiscale wetgeving, teneinde zoveel als mogelijk is vooraf duidelijkheid te geven. De Belastingdienst denkt desgewenst vooraf met betrokkenen mee en zorgt voor landelijke afstemming, waarbij ook de praktijkervaringen van de Belastingdienst en de uitvoerders worden betrokken.

De gesprekspartners van de zijde van sociale partners hebben zich bij het gevoerde overleg bereid verklaard op korte termijn een pilot te starten waarbij – in overleg met de Belastingdienst – daadwerkelijke stappen worden gezet. De praktische invulling, uitwerking en voortgang van deze pilot zal onderdeel uitmaken van periodiek overleg dat plaats zal vinden over de fiscale behandeling van private leerrekeningen. Door ervaring op te doen met meerdere interventies ontstaat beter inzicht in werkbare oplossingen, waardoor de onzekerheid bij werkgevers, werknemers en uitvoerders wordt beperkt. Met als belangrijkste doel het stimuleren van eigen regie van mensen op hun loopbaan, zodat zij zich kunnen blijven ontwikkelen en hun eigen keuzes kunnen maken op de arbeidsmarkt.

Eind eerste kwartaal 2019 zal ik uw Kamer over de voortgang informeren.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Het betreft individuele budgetten voor algemene scholing en ontwikkeling die verschillende vormen kunnen aannemen, zoals vouchers, leerrekeningen of trekkingsrechten uit een collectief budget.

X Noot
2

EVC is een instrument voor erkenning van eerder of elders verworven competenties.

X Noot
3

Conform artikel 31a, tweede lid, onderdeel c of d van de Wet op de loonbelasting 1964.