nr. 6
NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG
De regering heeft met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen
van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over onderhavig
wetsvoorstel. Hierna zal de regering ingaan op de vragen en opmerkingen van
de vaste commissie. Omdat de vragen van de diverse fracties op meerdere onderdelen
van gelijke strekking zijn, zal de regering deze vragen tezamen beantwoorden.
De regering hoopt dat met de beantwoording de schriftelijke voorbereiding
voldoende zal zijn en dat spoedige behandeling van het wetsvoorstel mogelijk
is gelet op de wenselijkheid van inwerkingtreding per 1 januari 2005.
I. Algemeen
De leden van de fracties van CDA en PvdA stellen enkele
vragen over de financiële gevolgen van het wetsvoorstel. Zo vragen de
leden van de fractie van het CDA of er extra bezuinigd moet worden en of de
berekening van de publieke omroep klopt. Voorts vragen deze leden of de regering
de mening deelt dat mogelijk aanvullende bezuinigingen niet ten koste mogen
gaan van de programmering. Tot slot vragen de leden van de fractie van het
CDA of de wetswijziging mogelijk onvoorziene gevolgen heeft voor bijvoorbeeld
lokale en regionale omroep en Wereldomroep.
Ook de leden van de fractie van de PvdA vragen of de
regering de berekening van de publieke omroep deelt en of kan worden aangegeven
welk effect de wetswijziging heeft op het financiële effect van de jaarlijkse
bezuinigingen tot 2007. Voorts vragen deze leden waarom het wetsvoorstel niet
budgettair neutraal wordt ingevoerd.
Als gevolg van het wetsvoorstel wordt de indexeringsmethodiek
op twee punten aangepast: a) de wijziging van de indexeringsgrondslag; en
b) een wijziging van het te hanteren jaar van de toe te passen index. Het
betreft een aanpassing van de financiering van de mediabegroting.
Het is ongebruikelijk om een index uit te keren over
bezuinigingen, omdat een index wordt uitgekeerd om het voorzieningenniveau
te handhaven. Met een bezuiniging wordt echter het voorzieningenniveau verlaagd.
Het is dan ook niet logisch om over het te bezuinigen bedrag een index toe
te kennen, omdat deze niet noodzakelijk is voor het handhaven van het gewenste
voorzieningenniveau. De wijziging van de grondslag betekent dat niet langer
een index over bezuinigingen wordt uitgekeerd. Het budgettaire
effect hiervan is doorvertaald naar de indexering voor de publieke omroep.
De publieke omroep krijgt daardoor op basis van de huidige macro-economische
veronderstellingen in 2005 € 0,6 miljoen en vanaf 2006 structureel € 1,2
miljoen minder. Maar zoals gezegd, deze indexering over een bezuinigingsbedrag
is niet noodzakelijk voor het handhaven van het gewenste voorzieningenniveau.
Met betrekking tot de gevolgen van de wijziging in
het te hanteren jaar van de toe te passen index merkt de regering het volgende
op. Tot op heden wordt in de rijksomroepbijdrage de gerealiseerde index verwerkt.
Dit is altijd de index van twee jaar eerder. Aan de publieke omroep wordt
echter de geraamde index uitgekeerd. Er is bij indexering immers een verband
met de kosten van de publieke omroep. Dit betekent dat de mediabegroting altijd
een zeker risico loopt. Indien de index een stijgende lijn vertoont, betekent
dit dat de mediabegroting meer moet uitkeren dan dat deze ontvangt via de
rijksomroepbijdrage. Hoewel dit risico wordt afgedekt door de Algemene Omroepreserve,
acht de regering het, mede door de krappe financiële situatie van de
Algemene Omroepreserve, wenselijk dit risico te elimineren. Voor de publieke
omroep heeft deze wijziging geen consequenties, omdat in de praktijk de indexering
van uitkeringen aan de publieke omroep uit de mediabegroting reeds plaatsvindt
op basis van de raming van de cpi. De indexering voor de publieke omroep wijzigt
dus niet. Sterker nog, ook voor de publieke omroep is er nu geen (indirect)
risico meer, dat ontstaat als de Algemene Omroepreserve het verschil niet
meer zou kunnen dekken en de index aan de publieke omroep niet kan worden
uitgekeerd.
De regering heeft met enige verbazing kennis genomen van de brief van
de publieke omroep, niet alleen vanwege de inhoud, maar ook vanwege het tijdstip.
Zoals in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel al is aangegeven,
is de publieke omroep tijdig geïnformeerd. De publieke omroep heeft zelfs
bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2005–2009 al expliciet rekening
gehouden met het wetsvoorstel en ook geen gevolgen aangekondigd voor de programmering.
Het wetsvoorstel is voorts al volledig verwerkt in de mediabegroting, die
in november 2004 met de Tweede Kamer is besproken. Indien er gevolgen zouden
zijn voor de programmering zou dat zeer bevreemden. Het wetsvoorstel heeft
nauwelijks gevolgen voor het budget van de publieke omroep: structureel maximaal € 1,2
miljoen, waarbij bovendien geldt dat het niet logisch was geweest indien de
Publieke Omroep over deze middelen had kunnen beschikken. Het wetsvoorstel
beoogt voorts juist meer zekerheid te bieden, omdat het bewerkstelligt dat
een financieringsrisico wordt geëlimineerd.
Met dit wetsvoorstel worden ongewenste neveneffecten, die in de huidige
systematiek ontstaan door het opleggen van bezuinigingen, ongedaan gemaakt.
Het budgettair neutraal uitvoeren van dit wetsvoorstel zou betekenen dat de
bezuinigingen deels ongedaan moeten worden gemaakt. De regering acht dit niet
wenselijk. Bovendien zou daarmee de ratio van deze wetswijziging komen te
vervallen: immers, ondanks de aangepaste indexeringssystematiek zou er bij
de feitelijke financiering gehandeld worden als ware er niets veranderd.
De nieuwe wijze van indexeren heeft geen gevolgen voor de lokale en regionale
omroepen. Lokale omroepen worden niet gefinancierd vanuit de mediabegroting
en de regionale omroepen hebben geen bezuiniging opgelegd gekregen. Voor de
Wereldomroep leidt aanpassing van de indexeringsgrondslag tot een zeer marginaal
effect van ca. € 12 duizend. Hierbij geldt eveneens dat het niet
logisch zou zijn om een prijsbijstelling uit te keren over een bezuiniging.
Het gewenste voorzieningenniveau kan worden gehandhaafd.
De leden van de fractie van de VVD steunen de voorgestelde
wijzigingen. Wel vragen zij of de regering de mening deelt dat de publieke
omroep dit wetsvoorstel niet mag en hoeft aan te grijpen om bezuinigingen
op programma's af te wentelen. Tevens vragen deze leden of de regering signalen
ontvangt dat de omroep zulks van zins is.
De regering is de leden van de fractie van de VVD erkentelijk voor de
steun aan dit wetsvoorstel. De regering deelt de mening van deze leden. De
regering heeft in het kader van de voorbereiding van dit wetsvoorstel geen
signalen ontvangen die erop zouden wijzen dat als gevolg van dit wetsvoorstel
bezuinigingen worden afgewenteld op de programma's.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. C. van der Laan