29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 931 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 juni 2021

Hierbij bied ik u het Actualisatierapport Toegankelijkheid Spoor 2021 aan1.

Met dit rapport wordt voor de derde maal invulling gegeven aan de actualisatie van het Implementatieplan Toegankelijkheid uit 20062.

Anders dan de voorgaande Actualisatierapporten hebben de decentrale ov-autoriteiten provincies Fryslân, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Limburg en Zuid-Holland via Samenwerkingsverband DOVA in dit rapport ook informatie opgenomen over de toegankelijkheid van het regionale treinvervoer.

Daarmee geeft deze rapportage een landelijk dekkend beeld van de toegankelijkheid van het treinvervoer waarmee ook invulling kan worden gegeven aan de verplichting van de lidstaten om de Europese Commissie eens in de vijf jaar van een bijgewerkt overzicht te voorzien.

Doel van het beleid is om het treinvervoer zelfstandig toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Op het station en in de trein moeten mensen met auditieve, visuele en motorische beperkingen hun weg kunnen vinden. Het bijgevoegde Actualisatierapport 2021 doet verslag van de vorderingen in de uitvoering. Enkele belangrijke prestaties sinds het laatste Actualisatierapport uit 2015 zijn:

  • Alle stations in Nederland zijn voorzien van geleidelijnen.

  • De volledige sprintervloot van NS is eind 2021 vernieuwd. Al deze treinen voldoen nu aan de nieuwste toegankelijkheidseisen.

  • Al het treinmaterieel van regionale vervoerders is gelijkvloers en toegankelijk.

  • Op ruim 100 stations zijn de perronhoogtes aangepast waardoor het totaal aantal stations met toegankelijke perronhoogtes komt op ruim 300 stations.

  • Het aantal stations waar NS-reisassistentie verleent, is toegenomen met 74 stations naar 168 stations.

Uiteraard zijn bij het opstellen van het rapport ook consumenten- en belangenorganisaties betrokken. Met hen is vastgesteld dat hoewel er de afgelopen vijf jaar een enorme sprong voorwaarts is gemaakt, er ook nog uitdagingen liggen te wachten.

Motie

Met bijgevoegd actualisatierapport wordt gehoor gegeven aan de motie van de leden Schonis en Van der Graaf d.d. 25 november 20193 waarin de regering wordt verzocht de Kamer in 2020 middels een voortgangsrapportage over de stand van zaken van de toegankelijkheid van stations en vervoersmiddelen te informeren en op basis daarvan aan te geven waar de prioriteiten liggen en met voorrang dienen te worden opgepakt.

De komende jaren werkt de sector onder meer aan de volgende belangrijke (prioritaire) thema’s:

  • Het versterken van het beheer van de gerealiseerde toegankelijkheidsvoorzieningen.

  • De instroom van toegankelijk intercitymateriaal.

  • Het uitbreiden en harmoniseren van de toegankelijkheidsvoorzieningen in het regionale treinvervoer.

  • ProRail werkt programmatisch in een directe (opdracht-) relatie met het Ministerie van IenW aan het Programma Toegankelijkheid. In 2030 reist 100% van de reizigers met een beperking van en naar een toegankelijk station. Als tussendoel is gesteld dat in 2022 90% van alle reizigers van of naar een toegankelijk station reist.

ProRail, NS, decentrale OV-autoriteiten, decentrale vervoerders en IenW bereiden voorts, in samenspraak met (vertegenwoordigers van) mensen met een beperking, een bestuursakkoord voor. Hierin wordt onder andere uitgewerkt welke maatregelen nog meer nodig zijn om het spoorsysteem nog toegankelijker te maken. Bij de vormgeving van dit bestuursakkoord wordt ook het tienpuntenplan ingediend door het Lid Van der Graaf betrokken4. Zoals ik reeds aangaf in mijn brief over het (openbaar) personenvervoer van 11 mei 20215 is besluitvorming over het bestuursakkoord en een eventuele financiële bijdrage van het Rijk aan het verder verbeteren van de toegankelijkheid aan het volgende kabinet.

Tot slot

Alles overziende constateer ik dat we in Nederland op de goede weg zijn met het realiseren van een toegankelijk spoorsysteem. De inbreng van belangenorganisaties bij de vormgeving van dit beleid is zeer waardevol. De organisaties van mensen met een beperking worden in een vroeg stadium betrokken bij de keuze en vormgeving van bijvoorbeeld nieuw materieel of nieuwe infrastructuur en het testen daarvan. De samenwerking met deze belangenorganisaties is onverminderd intensief. Hierdoor worden resultaten bereikt die op volledige steun van de gebruikers kunnen rekenen. Ik heb het vertrouwen dat het reizen met de trein voor deze groep, en daarmee voor alle reizigers, van jaar tot jaar toegankelijker wordt.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Bijlage bij Kamerstuk 23 645, nr. 144

X Noot
3

Kamerstuk 35 300 A, nr. 42

X Noot
4

Kamerstuk 23 645, nr.743

X Noot
5

Kamerstuk 23 645, nr.752

Naar boven