29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 895 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2020

Het Coronavirus en de genomen maatregelen hebben grote maatschappelijke en economische gevolgen en ook de mobiliteitssector wordt hierdoor hard geraakt. Op dit moment kunnen we ook nog niet duiden wat het exacte effect en de impact zal zijn op de langere termijn.

Op de achtergrond wordt uiteraard wel hard doorgewerkt aan het internationaal spoordossier en zodra de huidige situatie omtrent COVID-19 zich meer heeft genormaliseerd zal ik uw kamer nader informeren over de voortgang.

Conform mijn eerdere toezegging stuur ik u wel de analyse van de ACM over het gelijke speelveld voor de verbinding Eindhoven–Düsseldorf voorafgaand aan de start van de aanbesteding voor deze verbinding.

Advies ACM gelijk speelveld

Naar aanleiding van de toezegging en de aangehouden motie van het lid Ziengs over het schrappen van de voorgenomen dotatieregeling (Kamerstuk 29 984, nr. 822) tijdens het VAO Internationaal Spoor van 6 februari 2019 (Handelingen II 2018/19, nr. 57, item 15) heb ik – parallel aan de aanbesteding van de treindienst Eindhoven–Düsseldorf – ACM om advies gevraagd over hoe het gelijke speelveld voor de verbinding kan worden gewaarborgd.

De ACM concludeert in het advies «Analyse gelijk speelveld Eindhoven–Düsseldorf» dat niet valt uit te sluiten dat een concurrentievoordeel bij de voorgenomen opbrengstenverdeling zal ontstaan en dat dit voordeel significant zou kunnen zijn. Voorts stelt de ACM dat vaststaat dat alleen de toekomstige HRN-exploitant een kans maakt om dit voordeel te verkrijgen. De kans bestaat dat dit een verstoring van het gelijke speelveld oplevert. De ACM adviseert om die reden de opbrengsten direct toe te kennen aan de partij die ook (indirect) voor de kosten opdraait: de overheid. Het advies van ACM is als bijlage bijgevoegd bij deze brief1.

Met de ACM ben ik van mening dat een mogelijke verstoring van het gelijke speelveld voorkomen dient te worden. Om iedere schijn van een ongelijk speelveld uit te sluiten neem ik daarom het principebesluit om de betreffende opbrengsten voor de treindienst op het Nederlandse deel van de lijn Eindhoven–Düsseldorf naar het Ministerie van IenW te laten lopen. Dit is in lijn met de afspraken zoals die in het Programma van Eisen en de samenwerkingsovereenkomst tussen VRR en de provincie Noord-Brabant zijn vastgelegd.

Vervolg

Met het advies van de ACM ligt er een evenwichtige basis om een definitieve stap te zetten naar de aanbesteding voor de verbeterde internationale intercity verbinding. Momenteel legt de Duitse vervoersautoriteit VRR, mede namens IenW, de laatste hand aan de voorbereidingen van de aanbesteding op basis van de getekende samenwerkingsovereenkomsten met de provincie Noord-Brabant en de Duitse vervoersautoriteit (VRR). Het vastgestelde programma van eisen vormt hiervoor het uitgangspunt (Kamerstuk 29 984, nr. 779).

De start van de aanbesteding is nog voor de zomer voorzien. Ik heb ProRail opdracht gegeven om parallel aan de aanbestedingsvoorbereidingen onderzoek te doen naar robuuste en toekomstvaste oplossingen voor de spoorcapaciteit rondom Eindhoven, getoetst aan de uitgangspunten van het Toekomstbeeld OV. De resultaten van het onderzoek van ProRail worden betrokken bij besluitvorming in het BO MIRT van dit najaar.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven