29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 885 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 februari 2020

Op 22 juni 2018 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat uw Kamer geïnformeerd dat ProRail een onafhankelijk marktconformiteitsonderzoek zal laten uitvoeren naar de vraag of spooraannemers marktconforme vergoedingen van ProRail hebben ontvangen voor werkzaamheden in het kader van de zogeheten PGO-pilotcontracten 3.01. Dit onderzoek is in opdracht van ProRail door een externe partij uitgevoerd en inmiddels afgerond2. Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van het PGO-programma, de uitkomsten van het marktconformiteitsonderzoek en de doorontwikkeling van de contractering van het dagelijks, kleinschalig onderhoud door ProRail.

Transitie naar Prestatiegericht Onderhoud (PGO)

Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, heeft ProRail in het kleinschalig onderhoud de afgelopen jaren gewerkt aan de transitie van zogeheten output-proces-contracten (OPC) naar prestatiegericht onderhoud (PGO)34. Dit zorgt ervoor dat het spoor betrouwbaarder is, dat duurzaamheid en innovatie worden gestimuleerd en dat het kleinschalig onderhoud tegen lagere kosten wordt uitgevoerd. Conform afspraak zijn alle contractgebieden eind 2019 compliant aanbesteed en gegund5. Zoals eerder gemeld heeft ProRail er bij een aantal gebieden voor gekozen dat de zogeheten mobilisatie (de voorbereidingen die partijen na de gunning moeten treffen) tot in het voorjaar van 2020 kan doorlopen. Hiermee wordt voorkomen dat deze voorbereidingen in veel gebieden tegelijk en in een relatief korte periode moeten plaatsvinden6.

Uitkomst marktconformiteitsonderzoek

De conclusie van het marktconformiteitsonderzoek luidt dat het niet mogelijk is om een onomstotelijke uitspraak te doen over de vraag of er wel of niet sprake is van marktconformiteit van de contractcomponenten (waaronder de maandelijkse vergoedingen) van de PGO-pilotcontracten. Dit hangt samen met het lage aantal prijssignalen (8 aanbestedingen in de 5 jaren vóór de pilotcontracten), die bovendien onderling sterk verschillen als gevolg van de imperfecte, monopsonistische marktstructuur7 en onvolledige vergelijkbaarheid door veranderingen in contracteisen over de tijd.

Het marktconformiteitsonderzoek laat tevens zien dat een monopsonistische marktstructuur aandachtspunten oplevert voor de afnemende partij. Vanwege het feit dat aanbieders geen alternatieve afnemer(s) hebben kan de competitieve druk namelijk leiden tot voortdurende prijsdalingen, uiteindelijk tot onder het kostenniveau, waarbij kwaliteitsverlies van geleverde diensten kan optreden of aanbieders de markt kunnen verlaten.

Doorontwikkeling contractering kleinschalig onderhoud

De bedoeling van de PGO-pilotcontracten 3.0 was om – gelet op de markstructuur – ervaring op te doen met een beter contractmodel dan in de eerste fase van PGO werd gebruikt. Nu alle gebieden compliant zijn aanbesteed en gegund, is ProRail een nieuw traject voor doorontwikkeling van de contractering van het kleinschalig, dagelijks onderhoud gestart. In dit traject verkent ProRail met de markt en diverse stakeholders hoe ProRail het dagelijks onderhoud vanaf 2021 vorm wil geven. Daarbij neemt ProRail de leerpunten uit de vorige aanbestedingen en bovengenoemde aandachtspunten vanuit de marktstructuur mee. ProRail kijkt hierbij naar zaken als (geografische) scope, marktbenadering, doelstellingen, risicoverdeling, handhaving en contractstructuren.

In 2021 loopt een aantal van de huidige PGO-contracten af en komen deze gebieden opnieuw op de markt. Het doel van ProRail is om de aanpassingen die volgen uit het doorontwikkelingstraject vóór deze aanbestedingen doorgevoerd te hebben.

Ik vertrouw erop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Kamerstuk 29 984, nr. 787.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Kamerstuk 29 984, nr. 787.

X Noot
4

Onder andere in Kamerstuk 29 984, nr. 671.

X Noot
5

Voor het gebied «Neerlands Midden» is de gunning betwist en staat de aanbestedingsuitkomst nog niet definitief vast.

X Noot
6

Kamerstuk 29 984, nr. 863.

X Noot
7

Een monopsonie is het tegenovergestelde van een monopolie, waarbij er één afnemer is om wiens vraag meerdere aanbieders concurreren.

Naar boven