29 984
Spoor: vervoer- en beheerplan

nr. 77
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2006

Op 7 september 2006 heeft het lid Duyvendak mij tijdens de Regeling van werkzaamheden van uw Kamer verzocht om duidelijk te maken «[...] welke verbeteringen en verslechteringen op het terrein van de reizigerskilometers, de reizen die mensen daadwerkelijk maken en doorgerekend van bestemming naar bestemming de nieuwe dienstregeling van 2007 in vergelijking met de dienstregeling van 2006 oplevert.»

Hierop heb ik u met mijn brieven van 13 en 20 september jl. (kamerstukken 29 984, nr. 75 en 29 984, nr. 76) geïnformeerd over de reistijden en over de methodiek van de gegeneraliseerde reistijd (GRT), waarmee NS de reistijden in de dienstregeling 2007 heeft vergeleken met de dienstregeling 2006. Tijdens de Regeling van werkzaamheden van uw Kamer op 20 september jl. heeft het lid Duyvendak in antwoord hierop aangegeven een specifiekere beantwoording te verwachten dan mijn brieven van 13 en 20 september jl.

Over de specifieke en gedetailleerde cijfers waar het lid Duyvendak om gevraagd heeft, beschik ik – binnen mijn rol als verlener van de vervoerconcessie – niet. Daarom heb ik de NS verzocht om mij de gevraagde informatie te leveren. Hierbij heb ik het verzoek van het lid Duyvendak als volgt opgevat.

In de eerste plaats is gevraagd om aan te geven welke verbeteringen en verslechteringen de dienstregeling 2007 oplevert ten opzichte van 2006, doorgerekend van bestemming naar bestemming. Aangezien circa 150 000 relaties bestaan tussen de Nederlandse stations, heb ik de NS verzocht bij deze vergelijking uit te gaan van alle relaties met 10 reizigers of meer per werkdag. Dit betreft circa 8 000 relaties. Alle relaties met minder dan 10 reizigers per werkdag zijn buiten beschouwing gelaten, om het geheel hanteerbaar en bestudeerbaar te houden. Gevraagd daarbij is een vergelijking op grond van de reizen die mensen daadwerkelijk maken. Ik heb dit opgevat als de netto reistijden, ofwel de reistijden die zichtbaar worden in de NS-reisplanner, en niet de GRT-berekening van de reistijd.

In bijlage 1 is een alfabetisch overzicht opgenomen1 van de betreffende relaties, waarbij de netto reistijden in de dienstregeling 2006 en dienstregeling 2007 zijn weergegeven, voor zowel een spits- als een daluur. Tevens is per relatie de reisafstand (in tariefeenheden) weergegeven.

Ook is gevraagd naar een vergelijking op het gebied van de reizigerskilometers. Ik heb dit opgevat als een vergelijking van de aantallen reizigers op de betreffende relaties in 2006 en 2007. Op dit punt kan NS mij niet de gevraagde informatie leveren. Immers de exacte reizigersaantallen voor 2006 zijn nog niet bekend, aangezien dit dienstregelingsjaar nog gaande is. Voor 2007 is weliswaar een algemene inschatting van de reizigersgroei gemaakt, maar gerealiseerde aantallen kunnen pas na afloop van het dienstregelingsjaar 2007 gegeven worden. Om u op dit punt toch te kunnen informeren, zend ik u in bijlage 2 de gerealiseerde reizigersaantallen op de betreffende relaties in 2005. Ook deze aantallen hebben onzekerheidsmarges, zoals toegelicht in de eerdere brief van NS over de reistijden. Aangezien dit vertrouwelijke bedrijfsinformatie van NS betreft, zal bijlage 2 vertrouwelijk ter inzage worden gelegd.2

Ik wil benadrukken dat de bijgevoegde informatie niet van invloed is op de conclusie van NS, dat een meerderheid van de reizigers erop vooruit gaat met dienstregeling 2007. Immers deze conclusie heeft NS getrokken op basis van reistijdberekeningen met de GRT-methodiek, zoals ook meerdere malen door NS gecommuniceerd, en niet op grond van een vergelijking van de netto reistijden.

Tenslotte wil ik opmerken dat momenteel door NS en ProRail een onderzoek wordt gedaan naar mogelijkheden voor reistijdversnellingen op de trajecten naar de verschillende landsdelen (Noorden, Oosten, Zuiden, Zeeland). Ook (kleine) infrastructurele maatregelen zullen daarbij worden meegenomen. Conform de motie Dijksma zal ik mij inspannen om deze mogelijkheden al tijdens de dienstregeling 2007 in te voeren.

Zoals toegezegd in mijn brief van 13 september jl. zal ik uw Kamer hierover vóór de begrotingsbehandeling informeren.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Ter vertrouwelijke inzage gelegd,alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven