Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629984 nr. 631

29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 631 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 oktober 2015

Met deze brief wordt invulling gegeven aan mijn toezegging uit het AO ProRail van 10 september jongstleden om u te berichten over hoe de informatievoorziening aan uw Kamer over grote spoorprojecten in de toekomst periodiek vorm zal worden gegeven. De Kamer heeft de behoefte geuit om frequenter en inzichtelijker op de hoogte te worden gesteld over de financiële ontwikkelingen bij de grote spoorprojecten.

Ik deel dat de informatievoorziening meer in samenhang kan. De grote projecten kunnen transparanter aan de Kamer gepresenteerd worden, zodat inzichtelijk is waar bijstellingen plaatsvinden, op basis van welke argumenten en hoe het totaalverloop er in de tijd uit ziet.

Met de brief over de Stationsprojecten1 die uw Kamer recent ontvangen heeft, is hierin de eerste stap gezet. Deze wijze van informeren wordt verder uitgebouwd. Daarbij worden enerzijds wijzigingen aangebracht in de reguliere informatie-voorziening aan de Kamer (in het kader van het MIRT-overzicht); anderzijds wordt uw Kamer specifiek voor de grote spoorprojecten van extra informatie voorzien.

Wijzigingen in de reguliere informatievoorziening

De wens van uw Kamer om de ontwikkelingen rond projecten meer in historisch perspectief te zien en de informatie voor de Tweede Kamer toegankelijker te maken, is ook aan de orde geweest in het recente Wetgevingsoverleg over het Begrotingsonderzoek van 15 oktober. Daarin is aangegeven dat onderzocht wordt hoe het MIRT overzicht uitgebreid kan worden met informatie over het initiële budget en de initiële opleverdatum. Er wordt daarbij onder meer nog gekeken naar wat het ijkpunt moet zijn. In samenspraak met de rapporteurs die adviseren over de kwaliteit van de informatievoorziening via de begrotingscyclus, zal gekeken worden hoe hier bij de aankomende ontwerpbegroting invulling aan worden geven.

Specifiek voor grote spoorprojecten

Historisch perspectief vergroten

Om de ontwikkelingen bij grote spoorprojecten in historisch perspectief te kunnen plaatsen, ontvangt uw Kamer in aanvulling op bovenstaande jaarlijks parallel aan de ontwerpbegroting in september een aparte brief. Deze heeft het overzicht van de grote stationsprojecten dat u recent heeft ontvangen als uitgangspunt (Kamerstuk 29 984, nr. 624). De brief bevat enerzijds een actualisatie van de nog lopende stationsprojecten. Anderzijds zal dit overzicht van het financieel verloop uitgebreid worden met andere grote spoorprojecten (niet zijnde de projecten die onder de regeling Grote Projecten van uw Kamer vallen en die een eigen informatieregime kennen) en eventuele nieuwe projecten. Het voorstel is om in dit kader de grens te leggen bij projecten die een financiële omvang kennen van € 35 miljoen of meer vanaf de projectbeslissing / het Tracébesluit.

Eerder melden van onontkoombare budgetaanpassingen

Specifiek voor grote spoorprojecten heeft u daarnaast op 10 september de wens geuit om ook frequenter op de hoogte gesteld te worden van bijstellingen in budget en planning. Mijn uitgangspunt is dat de Kamer zo snel mogelijk geïnformeerd wordt over eventuele budgetaanpassingen. Dat gebeurt op dit moment wanneer de financiële omvang daarvan duidelijk en uitgehard is bij de reguliere informatiemomenten aan de Kamer (begrotingscyclus en rapportagecyclus in het kader van het MIRT).

Ik zeg u toe uw Kamer voortaan al eerder te informeren, namelijk op het moment dat IenM en ProRail gezamenlijk concluderen dat een budgetaanpassing onontkoombaar is en dat in die zin het bestaan van een toekomstige budgetaanpassing of planningswijziging hard is. De exacte omvang is dan nog niet altijd in beeld. Die moet veelal vervolgens nog worden geverifieerd en vastgesteld. Dit signaal van een onontkoombare budgetaanpassing wordt uw Kamer separaat gemeld tenzij er binnen twee maanden al een bestaande rapportage naar de Kamer gaat waarin de ontwikkelingen meegenomen kunnen worden. Ook kan het zijn dat een (dreigende) budgetaanpassing om strategische redenen, bijvoorbeeld om de onderhandelingspositie van het Rijk niet te schaden, pas later gemeld kan worden. Deze nieuwe wijze van rapporteren vereist nadere aanscherping van de afspraken tussen mijn departement en ProRail over de wijze waarop onderling over ontwikkelingen bij de projecten wordt gecommuniceerd en gerapporteerd. In een separate brief aan uw Kamer (Kamerstuk 29 984, nr. 630), over het externe onderzoek naar de besluitvorming, informatie-uitwisseling en projectbeheersing bij de projecten OV SAAL KT cluster C en Doorstroomstation Utrecht, ga ik daar meer specifiek op in.

Wanneer vervolgens de omvang van de budgetmutaties bekend is, zullen deze gelijk aan de toelichtingen in het MIRT-overzicht worden gemeld wanneer ze meer dan 10 procent ten opzichte van de vigerende begroting beslaan. Wijzigingen in de planning worden opgenomen als er sprake is van een versnelling of vertraging van het project met meer dan 1 jaar ten opzichte van de vigerende begroting. Om het overzichtelijk te houden blijft mijn inzet om u zo veel mogelijk te informeren via de reguliere begrotingscyclus.

Op deze wijze geef ik invulling aan de wensen van uw Kamer. Hierover ga ik graag met u in gesprek.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Kamerstuk 29 984, nr. 624