29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 613 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 september 2015

Met deze brief geef ik invulling aan het verzoek van het lid Van Helvert (CDA) om te reageren op het bericht in het Financieel Dagblad van 9 september 2015 met de titel «ProRail-topman waarschuwt voor nieuwe tegenvallers» (Handelingen II 2014/15, nr. 110, Regeling van werkzaamheden). Laat ik vooropstellen dat er geen sprake van is dat informatie over tegenvallers bij het spoor niet door ProRail naar buiten zouden mogen worden gebracht. Opmerkingen van de heer Eringa dat ProRail wil «stoppen met meebuigen» kwalificeer ik derhalve als onhandig. Ook de heer Eringa heeft hier inmiddels afstand van genomen.

Waar het in dit geval om gaat is dat ProRail het ministerie adequater moet informeren, hetgeen de heer Eringa in het Financiële Dagblad illustreert aan de hand van de casus DSSU (Doorstroom Station Utrecht) waarover ik uw Kamer op 7 september 2015 heb geïnformeerd. Toen vorig jaar bleek dat dit project langer zou duren en duurder zou worden dan gepland heeft ProRail het ministerie geïnformeerd over de maximumoverschrijding van € 107 miljoen.

Later bleek dat deze overschrijding voor het project DSSU € 29,5 miljoen bedraagt. Mede naar aanleiding van deze casus heb ik ProRail laten weten dat ik eis dat de spoorbeheerder mij adequaat, volledig en correct informeert over dergelijke overschrijdingen. Van uitstel van slecht nieuws is derhalve geen sprake, ik dring er uitsluitend op aan dat informatie gevalideerd is voordat ik deze ontvang en met uw Kamer deel.

De heer Eringa meldt in het interview bovendien dat hij nieuwe kostenoverschrijdingen voorziet bij grote lopende bouwprojecten. Hierop heb ik ProRail gevraagd deze uitspraak nader toe te lichten en mij op zeer korte termijn volledig te informeren over deze overschrijdingen. ProRail heeft mij de gevraagde informatie gegeven. Het betreft een concept overzicht. Daaruit blijkt dat het gaat om de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de (verwachte) kosten en planning van de volgende stationsprojecten: Rotterdam CS, Den Haag CS, Utrecht CS, Arnhem CS en Breda CS, Amsterdam CS en Spoorzone Delft.

Het betreft voor mij geen nieuwe kostenontwikkelingen. Alleen bij Utrecht CS en Breda CS spelen actuele budgetaanpassingen. Zoals gebruikelijk informeer ik uw Kamer in de begroting 2016 en in de najaarsnota daarover. Voor de begrotingsbehandeling zal ik uw Kamer het totaaloverzicht doen toekomen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Naar boven