29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 475 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2014

Op 20 maart jongstleden heeft u mij verzocht aan te geven of het door u voorgestelde behandeltraject in de Kamer zou leiden tot vertraging in het proces op weg naar de vaststelling van de vervoer- en beheerconcessie voor het Hoofdrailnet. U stelt omzetting van het Algemeen Overleg Vervoer en Beheer Hoofdrailnet d.d. 23 april 2014 in een schriftelijk overleg voor en een latere mondelinge behandeling van de concessies, mogelijk pas na het meireces.

Het door u voorgestelde behandeltraject brengt gunning van de nieuwe concessies per 1 januari 2015 op zich niet in gevaar. Ik hecht eraan op te merken dat de doorlooptijden reeds krap zijn. Mijn streven blijft behandeling in het kabinet voor het zomerreces, zodat de concessies spoedig daarna aan de beide Kamers gezonden kunnen worden voor formele voorhang. De uitkomsten uit de formele consultatieronde, de planning van een mondelinge behandeling van de conceptversies van de concessies en de daaruit voortvloeiende noodzakelijke aanpassingen, bepalen uiteindelijk of deze tijdstermijnen reëel zijn. Ik zal u hierover berichten aan het eind van de consultatieperiode, mogelijk vergezeld van een verzoek tot spoedige behandeling van de conceptversies in uw Kamer na het zomerreces.

Uw Kamer heeft op vrijdag 28 maart jl. de Lange Termijn Spooragenda ontvangen (Kamerstuk 29 984, nr. 474). De eerste producten die concreet invulling geven aan de opgave in de LTSA 2, waaronder de beide nieuwe conceptconcessies, zal ik u vervolgens medio april toezenden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld

Naar boven