Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129984 nr. 251

29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan

Nr. 251 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN FINANCIËN EN VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2010

Inleiding

Op 18 februari 2010 heeft de Tweede Kamer twee moties aangenomen. Het betreft moties inzake de winterweer problematiek bij NS en ProRail en de consequenties daarvan voor de variabele beloningen van de NS- en ProRail-directie.

De motie van het lid Van Gent (Kamerstuk 29 984, nr. 213) verzoekt de regering om nooit meer bonussen uit te keren wanneer NS en ProRail om verwijtbare redenen een negatief reisadvies verstrekken. De motie van de leden Aptroot en Eski (Kamerstuk 29 984, nr. 215) verzoekt de regering om toekenning van een bonus alleen mogelijk te maken indien het gehele jaar goed wordt gepresteerd. De motie verzoekt de regering te realiseren dat er geen bonus over 2009 aan de directies van beide bedrijven wordt uitgekeerd.

Naar aanleiding van de moties hebben de Ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat als aandeelhouder van NS en ProRail aan de raden van commissarissen van beide bedrijven een brief verzonden. In deze brieven wordt de raden van commissarissen gevraagd om een reactie op beide moties en een toelichting op welke wijze de winterweerperikelen invloed hebben of hebben gehad op de variabele beloning van de directieleden over 2009. Daarnaast is verzocht aan te geven in hoeverre winterweerperikelen deel uitmaken van de targets met betrekking tot de variabele beloning voor 2010 en of een concrete doelstelling inzake «rampdagen» als target kan worden overwogen. De antwoorden van de raden van commissarissen van NS en ProRail zijn als bijlagen bij deze brief gevoegd.1 Daarnaast hebben NS en ProRail ons aanvullende informatie over de variabele beloningen over 2009 verschaft. NS heeft dit gedaan in het jaarverslag en ProRail tijdens de aandeelhoudersvergadering van 14 april 2010.

Algemeen

Beide raden van commissarissen bepalen jaarlijks de concrete doelstellingen waaraan de variabele beloning van de raad van bestuur is gekoppeld en stellen de uiteindelijk toe te kennen variabele beloning vast binnen het door de aandeelhouder vastgestelde beloningsbeleid. Deze systematiek vindt zijn basis in het Burgerlijk Wetboek en is uitgewerkt in de statuten. De raad van commissarissen is als rechtstreekse toezichthouder op de directie het aangewezen orgaan om de juiste targets te formuleren en te bepalen of deze zijn gehaald. In het beloningsbeleid kan worden opgenomen aan wat voor soort doelstellingen de variabele beloning dient te worden gekoppeld. Deze verdeling van verantwoordelijkheden voorziet enerzijds in de mogelijkheid voor het kabinet om sturing te geven aan de wijze van toekennen van variabele beloningen op hoofdlijnen, maar laat de concrete invulling aan de raad van commissarissen aangezien zij dichter bij de dagelijkse operatie van de onderneming is betrokken als toezichthouder op de raad van bestuur. De aandeelhouder heeft dan ook niet de bevoegdheid om de variabele beloning over het jaar 2009 aan te passen indien gehandeld is binnen het vastgestelde beloningsbeleid.

In het algemeen geldt dat indien er matig wordt gepresteerd en de targets niet worden gehaald, er een relatief lage variabele beloning wordt uitgekeerd. Het is echter niet zo dat er een «knock-out criterium» geldt, dat meebrengt dat als een bepaald feit zich voordoet, er überhaupt geen variabele beloning wordt uitgekeerd. De systematiek van het beloningsbeleid van de reguliere staatsdeelnemingen inzake de variabele beloningen voorziet bewust niet in een dergelijk knock-out criterium om een aantal redenen. Het is van belang dat de combinatie van targets het hele jaar uitdagend blijft en de desbetreffende bestuurder een positieve stimulans krijgt om bepaalde vooraf bepaalde doelen te realiseren. Wij vinden het bovendien van belang dat er meerdere targets gelden die kunnen bijdragen aan de sturing op verschillende onderwerpen opdat het publieke belang in de volle breedte de benodigde aandacht krijgt.

NS

De variabele beloning van de NS-bestuurders bedraagt jaarlijks maximaal tussen de 40 en 50% van het vaste salaris. Het beloningsbeleid van NS inzake variabele beloningen voorziet in ruime aandacht voor de publieke taken van NS. Zo is de variabele beloning voor 75% gekoppeld aan doelstellingen die direct voortvloeien uit het publieke belang, zoals punctualiteit en algemeen klantoordeel. Deze sterke koppeling tussen publiek belang en de variabele beloningen van de directie van NS achten wij zeer positief. De overige 25% is gekoppeld aan meer bedrijfsmatige targets.

De publieke (klantgerichte) targets zijn afgeleid uit de concessie en het vervoersplan, overeenkomsten tussen de staat en NS. Wij zijn van mening dat op deze wijze de sturing die het kabinet geeft aan NS in haar verschillende rollen op doeltreffende wijze terugkomt in de targets voor de variabele beloning.

Voor het jaar 2009 zijn twee publieke targets gehaald (algemeen klantoordeel en sociale veiligheid), de andere targets niet. Bovendien vielen de financiële resultaten van NS over het jaar 2009 tegen. Dit heeft tot gevolg dat slechts 27% (CFO) respectievelijk 40% (overige leden) van de totale targets zijn gehaald.

Wij begrijpen de raad van commissarissen indien belangrijke zaken zoals bijvoorbeeld het algemeen klantoordeel, die goed zijn gegaan, positief worden gewaardeerd, ook in een jaar waar over de gehele linie niet naar verwachting is gepresteerd. Anderzijds heeft de raad van commissarissen zich, door gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid met een korting van 10% op de toch al aanzienlijk lagere variabele beloningen, goed rekenschap gegeven van het gebrek aan dienstverlening in de winterperiode. Na deze neerwaartse bijstelling van 10% is dus 18 tot 30% van de variabele beloning toegekend.

Ten aanzien van de variabele beloning 2010 heeft de raad van commissarissen van NS aangegeven het tegengaan van winterperikelen bij ieder directielid in de targets die de variabele beloningen over 2010 bepalen op te nemen.

Vooruitlopend op een nieuw beloningsbeleid voor de directie van NS, is reeds aangedrongen op matiging van beloningen voor onlangs benoemde directieleden, ook al heeft de staat als aandeelhouder geen zeggenschap over individuele bestuurdersbeloningen. Dit heeft ertoe geleid dat de beloningen van twee nieuwe directieleden circa 20% lager zijn dan die van hun voorgangers.

ProRail

De variabele beloning van de drie bestuurders van ProRail bedraagt jaarlijks maximaal 16% van het vaste salaris. 50% van deze variabele beloning is gemeenschappelijk en betreft collectieve targets die samenhangen met de beheerconcessie en het beheerplan, zoals beschikbaarheid van de infrastructuur en reizigerstevredenheid. De andere 50% is gerelateerd aan individuele prestaties.

Ten gevolge van de verstoringen van het winterweer heeft ProRail één target, namelijk de target met betrekking tot «ongeplande storingen» over 2009 niet gehaald, wat een matigend effect heeft op de variabele beloning 2009. Voor het overige heeft ProRail de collectieve targets wel ruimschoots gehaald.

In de recente aandeelhoudersvergadering van 14 april 2010 heeft de raad van commissarissen in vervolg op de bijgevoegde brief aangegeven vanwege de winterweerperikelen gebruik te hebben gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid en te hebben besloten een extra korting toe te passen. In combinatie met het niet behalen van voornoemde target «ongeplande storingen» is het collectieve deel van de variabele beloning van de bestuurders van ProRail over 2009 met 25% gekort.

In haar brief heeft de raad van commissarissen tevens aangegeven voor het jaar 2010 en volgende jaren de opname van een target die rekening houdt met gebeurtenissen met een soortgelijke verstorende werking, mee in beschouwing te zullen nemen. In de aandeelhoudersvergadering van 14 april 2010 heeft de raad van commissarissen aangegeven dat een dergelijk target in totaal 5% (absoluut) van de maximale variabele beloning van 16% kan belopen (is dus ca. 31% van de variabele beloning). Hiermee kan in de toekomst nog meer rekening gehouden worden met bijzondere omstandigheden als de recente winterweerperikelen.

Daarnaast bent u recentelijk bericht over het besluit om ProRail voor wat betreft het beloningsbeleid in te delen in de categorie «Publiek».1 Dit betekent dat de bezoldiging (vast + variabel) van toekomstige bestuurders van ProRail, conform het vigerende beleid, ten hoogste 130% van het ministerssalaris zal bedragen.

Ten slotte

Zowel NS als ProRail erkennen en betreuren dat de reizigers in de winterperiode niet de dienstverlening hebben gekregen waar zij normaal op mogen rekenen. Deze erkenning achten wij van groot belang en is de eerste stap op weg naar verbetering.

Voor wat betreft de variabele beloningen hebben de raden van commissarissen van NS en ProRail actief gehandeld. Enerzijds door gebruik te maken van hun discretionaire bevoegdheid om de variabele beloningen over 2009 extra te korten. Anderzijds door de targets voor 2010 aan te passen zodat beter met winterse omstandigheden rekening wordt gehouden.

De minister van Financiën,

J.C. de Jager

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

VENW/BSK-2010/133493