nr. 6
VERSLAG
Vastgesteld 10 maart 2005
De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel,
heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen
afdoende door de regering worden beantwoord acht de commissie de openbare
behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
1. Algemeen
De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
onderhavig wetsvoorstel. Zij hebben nog wel enkele inhoudelijke vragen.
Graag zouden deze leden willen vernemen op basis waarvan de regering oordeelt
dat de late invoering van de Europese richtlijn geen Europees juridische problemen
zal opleveren. Zij vragen naar de oorzaken van de vertraagde invoering.
De leden van de PvdA-fractie constateren dat voedselveiligheid buiten
de implementatie van de richtlijn wordt gehouden in verband met veronderstelde
dekking door huidige Nederlandse regelgeving. Deze leden vragen zich af of
dit ook opgaat bij eventueel verdere introductie van genetisch gemodificeerde
producten, met name waar het de traceerbaarheid betreft.
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel
en hebben daarover vragen en opmerkingen die in het navolgende aan de orde
komen.
2. De nieuwe Algemene productveiligheidsrichtlijn: Richtlijn
2001/95/EG
De leden van de fractie van de VVD brengen de volgende vragen en opmerkingen
naar voren. Naar aanleiding van de wijziging wordt het begrip «ernstig
risico» toegevoegd. Uitsluitend producten die een ernstig risico opleveren
moeten volgens RAPEX (Rapid exchange of information) worden gemeld aan de
Europese Commissie. Wordt door de toevoeging van het begrip «ernstig
risico» voldoende tegemoetgekomen aan verduidelijking? Uit
de evaluatie van RAPEX is immers naar voren gekomen, dat er onduidelijkheid
bestaat over de vraag welke situaties volgens RAPEX moeten worden gemeld.
Verwacht de regering door de toevoeging van het begrip «ernstig risico»
meer duidelijkheid wat betreft risicobepaling? Zo ja, kan worden aangegeven
hoe?
Kan de regering aangeven wat precies wordt verstaan onder het nieuwe begrip
«terugroepen»? Kan worden aangegeven in welke situatie de overheid
zal overgaan tot «terugroepen» en op welke feiten het overgaan
tot «terugroepen» wordt gebaseerd? Kan verder worden aangegeven
welke rol de overheid zal spelen in het proces van terugroepen? Hoe zal worden
omgegaan met de kosten van het «terugroepen», en wie draait/draaien
op voor deze kosten?
Wanneer zal de minister overgaan tot het «met naam noemen van bedrijven»?
Wordt bij het «met naam noemen» ook een bepaalde proportionaliteit
toegepast?
Omzetting houdt in dat een nationale versie wordt gemaakt van de vastgestelde
Europese normen. Deze normen geven aan of een product wel of niet voldoet
aan de algemene veiligheidseisen. Verwacht de regering dat omzetting naar
nationale normen in alle lidstaten gelijk zal verlopen? Vermeld wordt dat
onderzoek door de Universiteit van Leuven heeft uitgewezen, dat toepassing
van de richtlijn nogal verschilt per lidstaat. Zal er met deze nieuwe richtlijn
een meer gelijke toepassing zijn? Welke knelpunten verwacht de regering als
het gaat om een gelijke toepassing van deze richtlijn in de verschillende
lidstaten?
De toezichthoudende overheid kan wel degelijk optreden tegen een product,
ook als het voldoet aan de nationale normen. Dit kan gebeuren als blijkt dat
de geharmoniseerde Europese norm bepaalde risico's niet of onvoldoende afdekt.
Hoe vaak verwacht de regering dat deze situatie zich zal voordoen? Wie is
in dit geval verantwoordelijk voor eventuele kosten?
Producenten en distributeurs dienen een klachtenregister bij te houden,
tenzij kan worden aangetoond dat het bijhouden van een register uit het oogpunt
van het voorkomen van risico's etcetera, zinloos is. Kan worden aangegeven
wanneer het bijhouden van een register zinloos is? Is het in alle gevallen
toepasselijk om een register bij te houden? Dient onder de huidige wetgeving
al een register te worden bijgehouden?
3. Regulier Overleg Warenwet (ROW)
De leden van de VVD-fractie vragen welke overheden en instanties zich
bezighouden met de handhaving van deze wet. Wie is eindverantwoordelijk voor
de handhaving van deze wet? Welke organisaties maken deel uit van het Regulier
Overleg Warenwet (ROW)?
4. Administratieve lasten
De leden van de PvdA-fractie vragen hoe de administratieve lasten voor
het bedrijfsleven zijn in te delen. In de memorie van toelichting wordt gesproken
van een bedrag van € 37 miljoen, waarvan € 346 000
eenmalig en € 28 612 000 structureel. Zij vragen waar
het overige deel van de lastenstijging aan wordt besteed, nu dat niet in de
categorie eenmalig of structureel is onder te brengen.
Ook de leden van de VVD-fractie constateren dat de toegevoegde verplichtingen
kunnen bijdragen aan een verhoging van de administratieve lasten; deze zullen
met € 37 miljoen toenemen. Zullen er nog maatregelen worden genomen
om deze lasten te verminderen? Is de wijziging van het Warenwetbesluit inmiddels
voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten? Zo ja, wat
is de reactie van deze organisatie?
5. Artikelsgewijs
– Artikel 21b
Het begrip «gevaar» lijkt bij implementatie vatbaar voor meerdere
interpretaties. De leden van de PvdA-fractie vragen om specificering van het
begrip en de daaruit volgende definities van «acties» en «risico's»,
zoals aangeduid in artikel 21b, lid 3. Daarbij vragen zij hoe het artikel
zich verhoudt tot het standpunt dat tot op heden door de regering is ingenomen
over de meldingsplicht. Voorts ontvangen deze leden graag inzicht in de verhouding
tussen specifieke veiligheidswetgeving en de te veranderen definitie van «gevaar»
in de Warenwet.
De voorzitter van de commissie,
Blok
Adjunct-griffier van de commissie,
Clemens
XNoot
1Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Rijpstra (VVD),
Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Halsema (GL), Kant (SP), Blok (VVD),
Voorzitter, Smits (PvdA), Örgü (VVD), Verbeet (PvdA), Van Oerle-van
der Horst (CDA), Ondervoorzitter, Vergeer (SP), Vietsch (CDA), Tonkens (GL),
Joldersma (CDA), Van Heteren (PvdA), Smilde (CDA), Nawijn (LPF), Van Dijken
(PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Hermans (LPF), Schippers (VVD),
Omtzigt (CDA), Koser Kaya (D66).
Plv. Leden: Rouvoet (CU), Verdaas (PvdA), Griffith (VVD), Ferrier (CDA),
Çörüz (CDA), Blom (PvdA), Vendrik (GL), Gerkens (SP), Veenendaal
(VVD), Vacature (algemeen), Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van
Stiphout (CDA), De Ruiter (SP), Ormel (CDA), Van Gent (GL), Koomen (CDA),
Waalkens (PvdA), Mosterd (CDA), Varela (LPF), Bussemaker (PvdA), Heemskerk
(PvdA), Oplaat (VVD), Kraneveldt (LPF), Hirsi Ali (VVD), Eski (CDA), Bakker
(D66).