29 970
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg; Bakoe, 25 mei 2004

B
nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 27 juli 2004 en het nader rapport d.d. 8 december 2004, aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de minister van Verkeer en Waterstaat. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2004, no. 04.002794, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg, 25 mei 2004, met toelichtende nota.

Het Verdrag volgt, voor wat betreft de verhouding tussen het Koninkrijk en Azerbeidzjan, de op 26 november 1971 te Moskou totstandgekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken betreffende het internationale vervoer over de weg (Trb. 1972, 3) op. Bij het uiteenvallen van de Sowjet Unie heeft Azerbeidzjan niet verklaard zich aan deze Overeenkomst gebonden te blijven achten.

Het Verdrag geeft de Raad van State aanleiding tot het maken van opmerkingen over de toelichtende nota.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 14 juli 2004, no. 04.002794, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 27 juli 2004, nr. W09.04.0341/V, bied ik U hierbij aan.

1. Volgens de toelichtende nota1 zal de Gemengde Commissie, naast activiteiten ter regulering van de markt, in haar werkzaamheden vooral het accent leggen op de kwaliteit van het vervoer. Aangezien dit niet zonder meer blijkt uit artikel 15, in het bijzonder niet uit de in het vijfde lid genoemde aangelegenheden, adviseert de Raad de grondslag in het Verdrag voor deze taakopvatting en uitoefening nader toe te lichten2.

1. Conform het advies van de Raad van State is de toelichtende nota aangevuld.

2. Volgens de toelichtende nota3 (3) kunnen de uitgegeven vergunningen in de eerste plaats worden gebruikt voor statistische doeleinden ten behoeve van marktobservatie. Naar de mening van de Raad vinden de woorden «in de eerste plaats» geen grondslag in de strekking van het Verdrag dat allereerst strekt tot marktregulering. Het college beveelt aan dit voorop te stellen4.

2. De toelichtende nota is conform het advies van de Raad aangepast.

De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U mede namens mijn ambtgenote van Verkeer en Waterstaat, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot


XNoot
1

Paragraaf 2, voorlaatste alinea.

XNoot
2

Overeenkomstig de toelichtende nota bij de vervoersverdragen met Georgië (Kamerstukken II 2002/03, 28 849, nr. 1), Oezbekistan (Kamerstukken II 2002/03, 28 876, nr. 1), Bosnië-Herzegovina (Kamerstukken II 2003/04, 29 504, nr. 1) en Bulgarije (Kamerstukken II 2003/04, 29 511, nr. 1)

XNoot
3

Paragraaf 2, laatste alinea.

XNoot
4

Zie eveneens de in noot twee genoemde toelichtende nota's.

Naar boven