29 944
Wijziging van de Invorderingswet 1990 en van de Wet inkomstenbelasting 2001

nr. 4
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD1

De oorspronkelijke titel van het wetsvoorstel luidde:

Wijziging van de Invorderingswet 1990

Aan de considerans is de volgende zinsnede toegevoegd:

, alsmede dat het wenselijk is dat in de Wet inkomstenbelasting 2001 een omissie wordt hersteld die is ontstaan door het Belastingplan 2005;

A

I Voorstel van wet

1. Onder vernummering van artikel II tot artikel III is een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel II

Artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt: die uitsluitend met het oog op de heffingskorting zijn vastgesteld.

2. Onder vernummering van het vierde, vijfde en zesde lid tot vijfde, zesde en zevende lid wordt na het derde lid een nieuw lid ingevoegd, luidende:

4. Het derde lid, onderdeel a, is niet van toepassing indien een voorlopige teruggaaf is vastgesteld waarbij ook rekening is gehouden met negatieve bestanddelen van het belastbare inkomen als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, dan wel waarbij geheel of gedeeltelijk ten onrechte of tot een hoger bedrag dan in artikel 8.9, tweede lid, is aangeduid, een verhoging van de gecombineerde heffingskorting volgens artikel 8.9 in aanmerking is genomen. In het laatste geval hoeft de belastingplichtige geen aangifte te doen indien de onjuiste verhoging blijkt bij de aangifte van de partner.

3. In het nieuwe vijfde lid vervalt: die uitsluitend met het oog op een of meer heffingskortingen zijn vastgesteld,.

2. Het tot artikel III vernummerde artikel II luidde oorspronkelijk:

Artikel II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

II Memorie van toelichting

1. De bestaande tekst in hoofdstuk I is onderverdeeld in twee paragrafen: paragraaf 1 Wijziging van de Invorderingswet 1990 en paragraaf 3 Personele, budgettaire en overige aspecten.

2. Aan de tweede alinea van de eerste paragraaf is toegevoegd: Inmiddels is duidelijk dat het Ministerie van Financiën de opdracht zal gunnen aan de ING Bank NV.

3. In hoofdstuk I is tussen de eerste en derde paragraaf een nieuwe paragraaf ingevoegd:

Paragraaf 2 Wijziging van artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001

In het Belastingplan 2005 (Kamerstukken 29 767)..enz.

4. In hoofdstuk II is de bestaande toelichting op artikel II omgenummerd tot toelichting op artikel III, waarbij de eerste volzin en het begin van de tweede volzin zijn gewijzigd en een laatste volzin is toegevoegd. De toelichting op het tot artikel III omgenummerde artikel II luidde oorspronkelijk:

Het wetsvoorstel voorziet in inwerkingtreding op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. Inwerkingtreding is echter wenselijk met ingang van 1 mei 2005 aangezien per die datum het contract met de huidige huisbankiers zal aflopen en het contract met de nieuwe huisbankier zal aanvangen. Dit betekent dat, indien de wet op 1 mei 2005 in werking treedt, voor alle uitbetalingen die de Belastingdienst vanaf die datum zal verrichten – inclusief de uitbetalingen die betrekking hebben op belastingtijdvakken of -tijdstippen die zijn gelegen respectievelijk aangevangen voor die datum – het nieuwe regime (uitsluitend giraal) zal gelden.

5. In hoofdstuk II is tussen de toelichting op artikel I en de toelichting op artikel III opgenomen:

Artikel II (artikel 9.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

De wijziging in dit artikel is voor een deel toegelicht ..... enz.


XNoot
1

Wijzigingen van redactionele aard zijn niet opgenomen.

Naar boven