Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200629937 nr. 7

29 937
Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met enkele aanvullingen op de regeling inzake de nevenbetrekkingen van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding gedurende de binnenstage

nr. 7
AMENDEMENT VAN HET LID VAN BOMMEL

Ontvangen 19 april 2006

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel A, vervalt in artikel 44, vijfde lid, aan het slot «; met dien verstande dat de plaatsvervangers, in afwijking van de onderdelen f en g, van hun hoofdbetrekking de omvang en de hoogte van de bezoldiging niet behoeven te melden».

Toelichting

Maximale openheid over betrekkingen die worden uitgeoefend naast het ambt van rechterlijk ambtenaar is een voorwaarde voor het vertrouwen in de onpartijdigheid, onkreukbaarheid en objectiviteit van de rechter. Deze voorwaarde is zeker niet minder geldend waar het gaat om rechter-plaatsvervangers, maar weegt eerder zwaarder, omdat het gevaar van de schijn van partijdigheid bij plaatsvervangers nog meer op de loer ligt. Om die reden regelt dit amendement dat ook zij de omvang van hun (hoofd)betrekking en de hoogte van de bezoldiging daarvoor moeten melden.

Van Bommel