Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 29924 nr. E |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2024-2025 | 29924 nr. E |
Vastgesteld 24 januari 2025
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft kennisgenomen van de brief2 van 1 september 2023, waarmee de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de Kamer, mede namens de Minister van Defensie, het verslag heeft aangeboden over het functioneren van de AIVD en de MIVD in de afgelopen vijf jaren.
Naar aanleiding hiervan is op 13 december 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister heeft op 23 januari 2025 gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken Bergman
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BINNENLANDSE ZAKEN
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 13 december 2024
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief3 van 1 september 2023, waarmee u de Kamer, mede namens de Minister van Defensie, het verslag heeft aangeboden over het functioneren van de AIVD en de MIVD in de afgelopen vijf jaren. De leden van de fracties van de GroenLinks-PvdA en de PvdD gezamenlijk hebben naar aanleiding van uw brief een aantal vragen. De leden van de fractie van de SP sluiten zich aan bij de vragen.
De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD gezamenlijk hebben met belangstelling het verslag gelezen van de diensten AIVD en MIVD 2018–2023 en hebben daarover enkele vragen met het oog op de voorgenomen herziening van de Wiv 2017.
Dit verslag 2018–2023 wordt aangeboden op grond van artikel 167, lid 2 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) waarin staat dat «iedere vijf jaar een verslag wordt aangeboden aan de Staten-Generaal over het functioneren van de diensten.».
De leden hechten aan goed toezicht op en inzicht in het functioneren van de diensten, juist vanwege het feit dat de werkzaamheden van de diensten zich veelal onttrekken aan reguliere democratische controle. De leden zijn van mening dat dit artikel bedoeld is om de Staten-Generaal, periodiek, een goed en adequaat inzicht te geven in het functioneren van de diensten. Deelt u deze visie? Zo nee, waarom niet?
Het verslag oogt als een algemene publieksfolder over de werkzaamheden van de diensten over deze periode van vijf jaar. Dit roept onderstaande vragen op over de opzet en de invulling van dit wetsartikel.
De leden zijn van mening dat een objectief beeld over het functioneren van de diensten ook elementen van een gedegen zelfreflectie moet bevatten. Wat ging er goed en wat niet? Wat moet/kan beter (in het eigen functioneren) en hoe wordt dat opgepakt? Deelt u deze visie? Zo nee, waarom niet?
De leden zijn van mening dat een objectief beeld over het functioneren van de diensten ook een reflectie van de toezichthouders op het functioneren van de diensten dient te bevatten. Hoe kijken de toezichthouders aan tegen het functioneren van de diensten? Wat ging er goed en wat niet? Wat moet/kan beter? Deelt u deze visie? Zo nee, waarom niet?
Heeft u nog andere ideeën om de Staten-Generaal, periodiek, een goed en adequaat inzicht te geven in het functioneren van de diensten?
Tot slot, bent u bereid om dit wetsartikel, bij de herziening van de Wiv 2017, zodanig aan te passen dat bovengenoemde kwalitatieve elementen onderdeel worden van de periodieke informatie aan de Staten-Generaal? Zo nee, waarom niet?
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken I.M. Lagas
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2025
Via deze brief reageer ik, mede namens de Minister van Defensie, op vragen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, PvdD en SP over het openbare verslag van het functioneren van de diensten getiteld AIVD/MIVD 2018–2023. Dat verslag is opgesteld in het kader van artikel 167 lid 2 Wiv 2017.
Het opnemen van artikel 167 in de Wiv 2017 gebeurde op aanbeveling van de Commissie evaluatie Wiv 2002 (de «commissie Dessens»). Artikel 167, dat uit lid 1 en 2 bestaat, kan in de woorden van die commissie «een «aanknopingspunt bieden voor een debat in de Kamers – of in de CIVD waar het vertrouwelijke informatie betreft – over de doeltreffendheid van de diensten».4
Ik deel derhalve de mening van de leden van de genoemde fracties dat het verslag is bedoeld om de Staten-Generaal periodiek een goed en adequaat inzicht te geven in het functioneren van de AIVD en MIVD.
Tevens deel ik hun visie dat dit verslag een gedegen reflectie dient te bevatten van de diensten op het eigen functioneren. Dat is waarom in het verslag AIVD/MIVD 2018–2023 onder meer wordt ingegaan op de problemen rond kabelinterceptie en de afname van de slagkracht tijdens de in het verslag beschreven periode.
De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) doen consequent verslag van hun bevindingen in rapporten en (jaar)verslagen. Ook dragen zij bij aan onderzoek door onafhankelijke instanties naar de diensten zoals de Algemene Rekenkamer5 en de Evaluatiecommissie Wiv, die in januari 2021 een eerste evaluatieverslag in het kader van artikel 167 lid 1 Wiv 2017 heeft gepubliceerd.
Op deze manieren wordt het functioneren van de diensten ook van de kant van de CTIVD, TIB en andere externe instanties belicht. Het verslag over het functioneren van de diensten wordt mede om die reden vanuit het perspectief van de diensten geschreven onder verantwoordelijkheid van beide Ministers. Daarom zie ik de noodzaak niet om een reflectie van de CTIVD en TIB op te nemen in dat verslag.
Tot slot merk ik graag op dat bij de herziening van de Wiv 2017 de wettelijke bepalingen omtrent de verantwoording over het functioneren van de diensten tegen het licht zullen worden gehouden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.J.M. Uitermark
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Kroon (BBB),Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Fiers (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Janssen-Van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Geerdink (VVD), Van de Sanden (VVD), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Prins (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66), Van Hattem (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Evaluatie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Naar een nieuwe balans tussen bevoegdheden en waarborgen (december 2013) p. 65, 171.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29924-E.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.