29 924 Toezichtsverslagen AIVD en MIVD

Nr. 292 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 februari 2026

Inleiding

Hierbij bieden wij u rapport nr. 83 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) aan over het handelen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ten aanzien van critici van het coronabeleid. De CTIVD heeft geen onrechtmatigheden geconstateerd en heeft geen noodzaak gezien tot het doen van aanbevelingen of nader onderzoek. Het rapport is in zijn geheel openbaar en bevat geen gerubriceerde bijlage.

Algemeen

De coronapandemie was een langdurige wereldwijde crisis. De Parlementaire enquêtecommissie Corona is opgericht om tot een grondige, breed gedragen terugblik van de Tweede Kamer op deze periode te komen. De Parlementaire commissie heeft de CTIVD op 27 juni 2024 verzocht te verkennen of er aanleiding is om onderzoek te doen naar het handelen van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gericht op critici van en protest tegen het coronabeleid. De CTIVD heeft vervolgens een verkennend onderzoek uitgevoerd bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en onderzocht of het optreden van de diensten in de onderzoeksperiode maart 2020 tot en met april 2022 rechtmatig is geweest. Dit verkennend onderzoek heeft vervolgens geresulteerd in het bijgevoegde rapport.

Conclusies onderzoek

De diensten hadden in de onderzoeksperiode de opdracht om onderzoek te doen naar verschillende vormen van extremisme, waaronder anti-institutioneel extremisme. Op grond van deze opdracht hebben de diensten ook onderzoek gedaan naar personen die zich tevens kritisch hebben uitgelaten over het coronabeleid. De CTIVD heeft in zijn onderzoek vastgesteld dat het louter uiten van kritiek op het coronabeleid in geen enkel geval aanleiding is geweest om onderzoek te doen door de diensten. In alle gevallen was sprake van een vermoeden van een gevaar voor de nationale veiligheid, de democratische rechtsorde of voor defensiebelangen, dat voortkwam uit uitspraken of gedragingen. Deze uitspraken of gedragingen waren bijvoorbeeld gericht op geweld, het verspreiden van angst of desinformatie, het zaaien van haat of een combinatie van het voorgaande. Gezien het feit dat de diensten een wettelijke taak hebben om vast te stellen of een vermoedelijke dreiging voor de nationale veiligheid, de democratische rechtsorde of defensiebelangen zich ook daadwerkelijk voordoet, waren er gegronde redenen om deze personen te onderzoeken, aldus de CTIVD.

In bovengenoemde onderzoeken zijn door de diensten ook wettelijke bevoegdheden ingezet. De CTIVD heeft geconstateerd dat de inzet van onderzochte bevoegdheden voldeed aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en gerichtheid.

Slot

Wij zijn de CTIVD erkentelijk voor het zorgvuldige onderzoek. Gelet op het feit dat de CTIVD tot dit onderzoek heeft besloten op verzoek van de Parlementaire enquêtecommissie Corona, verzoeken wij u het rapport onder de aandacht te brengen van de parlementaire commissie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, F. Rijkaart

De Minister van Defensie, R.P. Brekelmans

Naar boven