Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 februari 2018
Hierbij bieden wij u het toezichtsrapport aan van de Commissie van Toezicht op de
Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (hierna: de Commissie) over het verwerven van
door derden aangeboden bulkdatasets door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(hierna: AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: MIVD)1. Dit rapport heeft een geheime bijlage.
De Commissie heeft onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de verwerving van datasets
met grote hoeveelheden (persoons)gegevens door de AIVD en MIVD.
De grondslag voor deze verwerving van deze datasets is de algemene bevoegdheid van
de diensten voor de verzameling van gegevens die noodzakelijk zijn voor hun taakuitvoering.
De Commissie oordeelt, dat de verwerving van de datasets die gegevens bevatten van
veel personen die geen onderwerp van onderzoek zijn, voorzien in een duidelijke inlichtingenbehoefte
en noodzakelijk waren om onder meer targets van de diensten te identificeren. De Commissie
geeft bovendien aan dat deze datasets publiekelijk werden aangeboden en dat het de
diensten is toegestaan op grond van hun bevoegdheden ook dergelijke informatie te
verwerven voor zover dat noodzakelijk is voor de taken van de diensten. Wij hechten
er aan er te benadrukken dat de privacy-inmenging van betrokkenen als gevolg van het
stelen of hacken van deze datasets heeft plaatsgevonden zonder enige betrokkenheid
of initiatieven daartoe van de diensten.
De Commissie stelt vast dat nagenoeg alle stappen in het proces van verwerving en
de daaropvolgende verwerking van deze datasets rechtmatig zijn geweest. De verwerving
van één dataset met persoonsgegevens was naar het oordeel van de Commissie onrechtmatig
omdat voor die verwerving niet op het juiste (ministeriële) niveau toestemming was
verleend. De Commissie oordeelt dat de zogeheten buitenbak-binnenbak procedure – waarmee
wordt gegarandeerd dat slechts een beperkt aantal personen binnen de diensten kennis
kunnen nemen van gegevens in de bestanden en een onnodige inbreuk op de privacy van
betrokkenen wordt voorkomen – rechtmatig is. Wij kunnen ons vinden in het oordeel
van de Commissie. Wij nemen de aanbevelingen van de Commissie over en maken daarbij
de volgende, toelichtende opmerkingen.
De aanbevelingen die zien op de aanscherping en verduidelijking van het interne beleid
over de verwerving van dergelijke bestanden en de verdere verwerking daarvan zullen
worden opgevolgd. De aanbevelingen die betrekking hebben op het monitoren en vastleggen
van interne bevragingen passen binnen de huidige aanpassingen van de informatiehuishouding
van de diensten als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet op de inlichtingen-
en veiligheidsdiensten 2017 (hierna: Wiv 2017) en de daarin opgenomen zorgplicht.
Ook het geautomatiseerd terugplaatsen van gegevens die niet tijdig op relevantie zijn
beoordeeld, achten wij haalbaar binnen de door de Commissie daarvoor gegeven implementatietermijn
van 1 oktober 2018.
Ten aanzien van de aanbeveling die ziet op het bekendmaken van beleid inzake de verwerving
en verdere verwerking van grote datasets merken wij het volgende op.
Wij zijn voornemens om de diensten hierover gezamenlijk het publiek te laten informeren
op vergelijkbare wijze als waarop zij thans via hun websites voorlichting geven over
de Wiv 2017. Daarbij zal er uiteraard zorg voor worden gedragen dat aan de vereisten
van kenbaarheid en voorzienbaarheid is voldaan. Wij streven naar publicatie hiervan
uiterlijk op 1 mei 2018 of zo veel eerder als mogelijk.
De aanbevelingen die zien op dataminimalisatie nemen wij over met de volgende kanttekening.
De nieuwe Wiv 2017 kent de verplichting om data die zijn verkregen met de inzet van
een bijzondere bevoegdheid zo spoedig mogelijk op relevantie te beoordelen. Gelet
op de in de Wiv 2017 opgenomen zorgplicht en de verplichting om zo spoedig mogelijk
tot verantwoorde datareductie te komen, zal deze aanbeveling zo spoedig mogelijk na
inwerking treding van de Wiv 2017 worden geëffectueerd.
De aanbeveling om periodiek de noodzaak van databestanden te evalueren, nemen wij
eveneens over. De beoordeling of een databestand nog steeds noodzakelijk is voor het
doel waarvoor het is verkregen zal vervolgens worden uitgevoerd op basis van een kwalitatieve
analyse.
Gegeven de in de Wiv 2017 opgenomen zorgplicht en het uitgangspunt van verantwoorde
datareductie zullen de AIVD en MIVD intern beleid en procedures ontwikkelen over periodieke
evaluatie van grote databestanden, waarin criteria zijn opgenomen om de noodzakelijkheid
van een dergelijk databestand te beoordelen alsmede de wijze waarop opvolging wordt
gegeven aan de resultaten van die evaluatie.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren
De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten