Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429924 nr. 104

29 924 Toezichtsverslagen AIVD en MIVD

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2013

De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD/Commissie) heeft in het kader van haar taak als bedoeld in artikel 64, tweede lid, onder a, van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) een vervolgonderzoek verricht naar de door de AIVD uitgebrachte ambtsberichten betreffende (kandidaat) politieke ambtsdragers en potentiële leden van de koninklijke familie (Kamerstuk 29 924, nr. 72). Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de CTIVD een toezichtsrapport vastgesteld (rapportnummer 36). Dit rapport is volledig openbaar en bied ik u hierbij aan1.

De Commissie bracht eerder, op 9 november 2011, een toezichtsrapport uit waarin aandacht is besteed aan de ambtsberichten die de AIVD uitbrengt over (kandidaat) politieke ambtsdragers (toezichtsrapport nummer 29 inzake de door de AIVD uitgebrachte ambtsberichten in de periode van oktober 2005 tot en met mei 2010). Onderhavig onderzoek heeft dan ook betrekking op de periode vanaf het uitbrengen van toezichtsrapport 29 tot en met 31 december 2012.

In het vervolgonderzoek zijn de ambtsberichten onderzocht die in bovenvermelde periode zijn uitgebracht aan:

  • voorzitters van politieke partijen betreffende (kandidaat) leden van vertegenwoordigende organen;

  • de formateur van het kabinet dan wel de Minister-President betreffende kandidaat bewindspersonen;

  • het hoofd van het cluster politieke ambtsdragers van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) betreffende kandidaten voor het ambt van commissaris van de koning (CdK), burgemeester, (waarnemend) rijksvertegenwoordiger of gezaghebber van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES);

  • de secretaris-generaal van het Ministerie van Algemene Zaken (SG van AZ) betreffende potentiële leden van de koninklijke familie.

Tevens zijn in het onderzoek betrokken de gevallen waarin de AIVD in lopende onderzoeken mogelijk relevante informatie is tegengekomen en de keuze heeft gemaakt deze informatie niet aan de partijvoorzitter te verstrekken.

Ik heb met belangstelling kennisgenomen van dit rapport. Door de CTIVD zijn een aantal zaken geconstateerd die aanpassing of verandering behoeven waartoe aanbevelingen zijn gedaan. Op een aantal van deze aanbevelingen zal ik hieronder nader in gaan. De overige aanbevelingen neem ik onverkort over.

Ambtsberichten betreffende (kandidaat) leden van vertegenwoordigende organen

Door de CTIVD is gevraagd bij de komende wetswijziging van de Wiv 2002 aandacht te besteden aan de wettelijke basis voor naslagen naar (kandidaat) politieke ambtsdragers en potentiële leden van de koninklijke familie. Ik zeg hierbij toe dit onderwerp aan de orde te laten komen bij de aanstaande herziening van deze wet.

Daarnaast zou de CTIVD in het jaarverslag van de AIVD graag zien dat melding wordt gemaakt van de aandachtsgebieden «integriteit van de openbare sector» en «integriteit van het koningshuis». Ik zeg dat hierbij toe.

In de gevallen waarin de partijvoorzitter niet is geïnformeerd over een (kandidaat) lid van een vertegenwoordigend orgaan die naar voren is gekomen in een lopend onderzoek van de AIVD, acht de CTIVD deze keuze begrijpelijk.

Niettemin is door de CTIVD een aantal gevallen geconstateerd waarin niet is gehandeld conform het eigen beleid. Ik zeg hierbij toe dat er nog scherper op zal worden toegezien dat de verzoeken verlopen op de wijze zoals in het interne beleid is opgenomen, te weten dat het naslagverzoek duidelijk en eenduidig moet weergeven over welke informatie de partij beschikt, als ook dat alle aanvullende informatie behorend bij het naslagverzoek schriftelijk zal worden vastgelegd.

Door de Commissie is ten aanzien van één zaak een onzorgvuldigheid geconstateerd. Het gespreksverslag dat in deze zaak is opgesteld, is onvoldoende geacht omdat hierin een aantal elementen ontbreekt. In het betreffende gespreksverslag zal alsnog de datum waarop het gesprek met de partijvoorzitter heeft plaatsgehad worden opgenomen. Tevens zal preciezer worden geformuleerd wat er is besproken.

Ambtsberichten betreffende kandidaat-bewindspersonen

Door de Commissie is geconstateerd dat de verzoeken tot naslag ten behoeve van de kabinetsformatie 2012 niet zijn verricht conform de hiervoor geldende procedure. Deze schrijft voor dat de naslagen op verzoek van de formateur plaatsvinden. De verzoeken om naslag zijn evenwel voor benoeming van de formateur aan de AIVD voorgelegd en verricht. De CTIVD acht het van belang dat de beschrijving van de procedure die voor het publiek en voor de aantredende bewindspersonen zelf beschikbaar is, een weergave vormt van de praktijk. Ik zeg hierbij toe dit punt onder de aandacht te brengen van mijn ambtgenoot van Algemene Zaken.

De Commissie heeft een zaak onderzocht waarin sprake is geweest van een zogenoemde internetzoekslag. De betrokkene was hiervan niet op de hoogte en heeft hier dan ook geen toestemming voor gegeven. De CTIVD acht deze gegevensverwerking om die reden onrechtmatig. Zij beveelt aan dat dit in het betreffende dossier wordt opgenomen, als ook dat wordt vermeld dat een zoekslag op het internet is gedaan en geen nadelige gegevens heeft opgeleverd. Ik zal deze aanbeveling opvolgen.

Ambtsberichten betreffende kandidaten voor het ambt van CdK, burgemeester, (waarnemend) rijksvertegenwoordiger of gezaghebber BES

In de werkafspraken gemaakt tussen de AIVD en het Ministerie van BZK over de naslag naar kandidaten voor het ambt van CdK, burgemeester, (waarnemend) rijksvertegenwoordiger of gezaghebber BES is afgesproken dat indien de naslag nadelige gegevens heeft opgeleverd, de AIVD mondeling bericht aan mij uitbrengt. De Commissie is van oordeel dat deze afspraak niet verenigbaar is met de wettelijke bepalingen omtrent de verstrekking van persoonsgegevens, nu ingevolge artikel 40, leden 1 en 2 Wiv 2002 persoonsgegevens in beginsel schriftelijk moeten worden verstrekt. De Commissie beveelt aan hier bij de nieuwe procedurebeschrijving voor deze categorie naslagen, waaraan momenteel wordt gewerkt, aandacht aan te besteden. Ik neem deze aanbeveling over.

Ambtsberichten betreffende potentiële leden van de koninklijke familie

Door de CTIVD is gesignaleerd dat het voor de partners van leden van de koninklijke familie niet op voorhand duidelijk is op welk moment hun relatie aanleiding zal geven tot een naslag. Overigens is het van belang op te merken dat het begrip Koninklijke familie – anders dan het begrip Koninklijk Huis – geen vastomlijnd begrip is. Het is aan het Kabinet van de Koning in overleg met de dienst Koninklijk Huis om te bepalen wanneer de relatie dusdanig bestendig is dat een naslag dient te worden verzocht. De Commissie acht het van belang dat de betrokkene door de dienst Koninklijk Huis, na overleg met het Kabinet van de Koning, tijdig op de hoogte wordt gebracht van het verzoek dat aan de AIVD zal worden gedaan. Nu een verzoek tot naslag van een potentieel lid van de koninklijke familie wordt gedaan via de SG van AZ, zal ik mij tot mijn ambtgenoot van Algemene Zaken wenden om dit punt onder de aandacht te brengen van het Kabinet van de Koning en van de dienst Koninklijk Huis.

Internetzoekslag

De Commissie is in zijn algemeenheid van oordeel dat het op grond van de Wiv 2002 mogelijk is om, in aanvulling op de naslag, een internet zoekslag te doen naar kandidaat-bewindspersonen en potentiële leden van de koninklijke familie. Het huidige beleid van de AIVD biedt geen mogelijkheid tot het doen van zo'n zoekslag. Deze zoekslag moet wel noodzakelijk zijn om een adequaat beeld te verkrijgen van eventuele risico's die samenhangen met de desbetreffende kandidaat. Als voorwaarde wordt gesteld dat de kandidaat op de hoogte is van de uitbreiding van het feitenonderzoek door de AIVD. Tevens dient een duidelijk beleidsmatig kader te worden geschapen.

Ik volg het oordeel van de Commissie dat, indien tot een internetzoekslag wordt overgegaan, een duidelijk beleidsmatig kader moet worden geschapen zodat aan de vereisten van kenbaarheid en voorzienbaarheid wordt voldaan en dat richting de kandidaten duidelijk is dat een dergelijk onderzoek door de AIVD kan worden verricht (impliciete toestemming). Het is in deze uiteraard niet aan de AIVD maar aan het kabinet respectievelijk aan de Minister-President desgewenst het beleidsmatig kader, zoals uitgelegd in de brief van de Minister-President van 20 december 2002 (Kamerstuk 28 754, nr. 1), aan te passen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.