29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 61 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2012

Hierbij doe ik uw Kamer de publieksversie van het rapport van het Korps landelijke politiediensten – De «Ndrangheta in Nederland – toekomen,1 zoals de Staatssecretaris u tijdens het vragenuur d.d. 22 november 2011 heeft toegezegd. Deze voor het publiek bestemde rapportage van het Openbaar Ministerie en de Dienst Nationale Recherche is gebaseerd op een meer uitgebreide versie die vanwege haar operationele karakter als vertrouwelijk moest worden bestempeld.

Gegeven het karakter van de «Ndrangheta als internationaal werkende maffiaorganisatie is het niet verwonderlijk dat ze ook actief is in andere landen, waaronder ook ons land dat bekend is om zijn transitofunctie voor verboden goederen zoals drugs en wapens. Daarmee is helder dat Nederland door deze criminelen niet alleen wordt gebruikt als «schuilplaats» om zich te verbergen voor de opsporing uit andere landen. Het rapport bevat aanwijzingen dat op zijn minst enkele leden van de «Ndrangheta ook hier te lande betrokken zijn bij drugshandel, witwassen, daaraan gerelateerde oplichtingspraktijken en wapenhandel. De bestrijding van dergelijke georganiseerde misdaad is een van de topprioriteiten van mijn Ministerie, en de genoemde delicten hebben reeds de volle aandacht van de politie en het Openbaar Ministerie in het algemeen, en van de Nationale recherche en het Landelijk Parket in het bijzonder, zodat eventuele leden van de «Ndrangheta in de aanpak daarvan reeds in beeld kwamen en ook zullen blijven komen.

Derhalve is er geen reden om binnen de Nationale Recherche een speciaal team voor de aanpak van de Italiaanse maffia in te stellen. Dat zou tot versnippering leiden, terwijl het doel juist is om verschillende verschijningsvormen van georganiseerde misdaad niet geïsoleerd maar in onderlinge samenhang te bestrijden.

Het rapport, dat een verkennend karakter draagt, maakt ook duidelijk dat nog onvoldoende scherp is wat de aard en omvang van de activiteiten van Italiaanse maffiagroeperingen in Nederland precies zijn. Wel beschrijft het rapport dat de niet omvangrijke maar toch meer dan incidentele aanwezigheid van aan de «Ndrangheta verbonden personen aanleiding is om, waar dat blijkt, diepgaand strafrechtelijk onderzoek in te stellen om voldoende zicht te krijgen op de problematiek en hier actieve cellen te ontmantelen. Waar mogelijk zullen

Italiaanse maffialeden die in Nederland aanwezig zijn tegemoet worden getreden met een gecombineerde politiële, justitiële en fiscale aanpak. Ook geeft het rapport aanleiding om nog meer dan tot dusver te investeren in een stelselmatige uitwisseling van informatie met de Italiaanse autoriteiten.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven