nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 maart 2007
Bijgaand bied ik u het rapport «Malafide activiteiten in de vastgoedsector»
aan1. Het onderzoek is uitgevoerd door een team
van onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam en Advies- en Onderzoeksgroep
Beke in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
(WODC) van het ministerie van Justitie. In deze brief geef ik u een korte
reactie op dit rapport.
1. Aanleiding tot het onderzoek
De concrete aanleiding voor het onderzoek naar malafide activiteiten in
de vastgoedsector werd gevormd door de motie Dijsselbloem van 21 juni
2004 (Kamerstukken II 2003–2004, 29 537, nr. 6). In deze motie
wordt aangedrongen op een effectievere aanpak van de criminele activiteiten
in de vastgoedsector binnen de grote steden.
In het onderzoek is aandacht besteed aan de beantwoording van een drieledige
vraagstelling:
– «Wat is de aard van de malafide activiteiten in de vastgoedsector
in de grote gemeenten en welke ontwikkelingen zijn er op dit punt te verwachten?»
– «Welke actoren en welke samenwerkingsverbanden spelen een
rol bij deze activiteiten?» en
– «Welke mogelijkheden bestaan en ontbreken er voor een betere
aanpak van deze malafide praktijken?»
Gelieerd aan dit onderzoek wordt een analyse van opsporingsdossiers (gesloten
bronnen) met betrekking tot malafide activiteiten in de vastgoedsector uitgevoerd
door het WODC van het ministerie van Justitie. Naar verwachting zullen de
uitkomsten van dit onderzoek eind dit jaar beschikbaar zijn.
2. Korte samenvatting van de resultaten en conclusies
van het onderzoek
In het rapport wordt onderscheid gemaakt tussen malafide activiteiten
met betrekking tot exploitatie enerzijds en tot speculatie anderzijds.
Bij malafide activiteiten in panden (exploitatie) wordt een onderscheid
gemaakt in drie verschijningsvormen:
– onrechtmatige bewoning, waarbij er sprake is van illegale (door)
verhuur aan legaal of illegaal in Nederland verblijvende personen;
– onregelmatigheden rond de verhuur van particuliere woningen waarbij
de traditionele huisjesmelker zijn huurders uitbuit;
– onrechtmatig gebruik: de woning wordt voor andere doeleinden gebruikt
dan voor reguliere huisvesting, bijvoorbeeld voor het vestigen van een illegaal
pension of als dekmantel voor een wietplantage.
De malafide activiteiten met panden (speculatie) worden op basis van het
onderzoek onderverdeeld in zeven verschijningsvormen:
– ABC-transacties: de transacties waarbij er met de verkoop van
partij A aan partij B en van partij B aan partij C zaken gebeuren die niet
rechtmatig zijn;
– verkoopcarrousels: het met behulp van malafide praktijken zeer
snel doorverkopen van panden om hogere winsten te behalen;
– hypotheekfraude: onder valse voorwendselen een (hoge) hypotheek
proberen te bemachtigen;
– belastingontduiking: deze vorm kent meerdere verschijningsvormen,
waaronder het onderhands betalen van vastgoed;
– witwassen van crimineel of zwart geld via de aankoop van vastgoed
is een andere vorm van belastingontduiking;
– hypotheekdiscriminatie: een vorm van malafide handelen door banken
waarbij personen in bepaalde riskante buurten uitgesloten worden van een hypotheek;
– bij het verwerven en afstoten van vastgoed kan sprake zijn van
intimidatie en bedreiging.
De effecten van de malafide activiteiten in het vastgoed zijn breed en
verschillend in ernst en reikwijdte. Het kan bijvoorbeeld gaan om verdringingseffecten
op een krappe woningmarkt, het ontstaan van malafide bemiddelingsbureaus,
het achterwege blijven van registratie van huurders in de Gemeentelijke Basis
Administratie (GBA), diverse vormen van fraude en ontduiking, overlast door
overbewoning, problemen met brandveiligheid, misdrijven in het kader van de
Opiumwet, prijsbeïnvloeding en prijsafspraken, intimidatie en bedreiging,
verwevenheid met de georganiseerde misdaad en criminele exploitatie van panden.
Malafide praktijken in het vastgoed kunnen bovendien verweven zijn met andere
illegale fenomenen als illegaal verblijf, mensensmokkel, informele arbeid
of met ernstige vormen van criminaliteit.
3. Een korte reactie
De bevindingen uit het onderzoek beschouw ik als een nuttige bijdrage
aan de verdere beleidsontwikkeling op dit gebied. Om te beginnen wil ik u
wijzen op de al bestaande mogelijkheden om deze problematiek aan te pakken,
ook al worden ze nog niet altijd voldoende benut.
Gemeenten beschikken over een veelheid van instrumenten om tegen bedrijfstakken
of ondernemingen, waarvan de aanwezigheid vormen van (georganiseerde) criminaliteit
bevordert, op te treden. Inhoudelijk verwijs ik u hiervoor naar de brief aan
uw Kamer van 19 februari jl.1 Ik ben van
mening dat er in de lokale bestuurlijke en preventieve aanpak van onder meer
malafide activiteiten in de vastgoedsector nog veel winst te behalen is. Om
gemeenten beter bekend te maken met de problemen die criminaliteit lokaal
met zich kan meebrengen en met de mogelijkheden die wet- en regelgeving
hen bieden in de bestrijding hiervan, bereid ik samen met onder meer de gemeente
Maastricht en mijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
een conferentie «bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit»
voor, die naar verwachting medio dit jaar zal worden georganiseerd.
Daarnaast ben ik, in samenwerking met mijn ambtgenoten van BZK en Financiën,
het Openbaar Ministerie en de politie, aan het onderzoeken op welke wijze
de bestrijding van fraude, financieel-economische en georganiseerde criminaliteit
versterkt kan worden. Bijzondere aandacht wordt hierbij geschonken aan versterking
door middel van een integrale aanpak van al deze vormen van criminaliteit.
Een aanpak waarbij preventieve, repressieve, bestuurlijke en strafrechtelijke
maatregelen worden ingezet op zowel lokaal, regionaal, nationaal als internationaal
niveau.
In het Coalitieakkoord 2007 (pijler 5) is onder meer aangekondigd dat
de bestrijding van fraude, financieel-economische en georganiseerde criminaliteit
zal worden geïntensiveerd en dat het integrale gemeentelijke veiligheidsbeleid
en de systematische handhaving door het bestuur zullen worden bevorderd. In
al deze zaken vormt ook preventie een belangrijke pijler. De komende maanden
zal het Kabinet deze voornemens verder uitwerken in samenwerking met de verschillende
betrokken partijen. De aanpak van de problemen in de vastgoedsector maakt
daar deel van uit. Ook de uitkomsten van het WODC-onderzoek dat naar verwachting
later dit jaar beschikbaar komt, zullen daarbij worden betrokken.
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin