Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129911 nr. 54

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 54 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 augustus 2011

1. Inleiding

Hierbij bied ik u het jaarverslag over de werkzaamheden van de Regionale Informatie- en ExpertiseCentra (RIEC’s) 2010 aan.1 Hiermee informeer ik u over de door de RIEC’s behaalde resultaten in het jaar 2010. Voorts doe ik u hierbij het beleidskader voor de RIEC’s en het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC) toekomen aan de hand waarvan de effectiviteit en efficiency van het optreden van de RIEC’s en het LIEC de komende jaren kan worden bevorderd.

2. Jaarverslag 2010

Een krachtiger aanpak van georganiseerde misdaad is nodig. De georganiseerde misdaad vormt immers een sluipende bedreiging voor de integriteit van het financieel-economische stelsel en ondermijnt uiteindelijk het functioneren van de rechtstaat. Veel lokale, zichtbare criminaliteit en overlast is het gevolg van werk van «niet direct zichtbare» criminele organisaties.

De aanpak van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit vergt een steviger geïntegreerde aanpak van het OM, de politie, het lokaal bestuur en de belastingdienst. De aanpak in Noord-Brabant van de georganiseerde misdaad laat zien hoe belangrijk de inzet van gemeenten is binnen die geïntegreerde aanpak. Het is van groot belang de bestuurlijke aanpak zowel kwantitatief als kwalitatief verder te versterken. In dit verband heb ik de ambitie om 80 procent van alle gemeenten actief betrokken te laten zijn bij het bestrijden van de georganiseerde misdaad.

Het jaar 2010 stond in het teken van verdere ontwikkeling van de RIEC’s. Er is door de RIEC’s veel aandacht besteed aan het vergroten van de bewustwording bij de samenwerkingspartners. Met als resultaat een toename van het aantal gemeenten dat is aangesloten bij een RIEC tot 75 procent (314 van de 418 gemeenten). De focus ligt op de bestuurlijke en geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Uit het jaarverslag 2010 en de Nulmeting bestuurlijke aanpak2 blijkt verder dat gemeenten behoefte hebben aan ondersteuning bij de bestrijding van georganiseerde misdaad. Daarnaast geven gemeenten aan behoefte te hebben aan meer volledige informatie over criminele activiteiten in hun gemeente. Het regeerakkoord bepleit ook een versterking van de bestuurlijke aanpak. Gegeven deze behoefte en de positieve geluiden omtrent de rol die de RIEC’s en het LIEC inmiddels op dit terrein vervullen, heb ik besloten de rijksbijdrage aan de RIEC’s en het LIEC na afloop van de pilotfase vanaf 1 januari 2012 bij wijze van cofinanciering structureel te maken.

3. Doel beleidskader: bevordering efficiency en effectiviteit

Het structureel voortzetten van de RIEC’s en het LIEC vergt een nadere duiding van de taken en samenstelling van de centra. Het voorliggende beleidskader voorziet in deze nadere duiding op het terrein van doelstelling en takenpakket, geografisch gebied, financiering en (aan)sturing. Hiermee wordt beoogd dat de RIEC’s in de toekomst eenduidiger, effectiever en efficiënter optreden en het voor de partners helder is wat er van de RIEC’s en het LIEC mag worden verwacht.

4. Beleidskader

• Doelstelling en takenpakket RIEC’s en LIEC

De bestrijding van georganiseerde criminaliteit vraagt om een integrale overheidsaanpak. Via een geïntegreerde aanpak dienen de strafrechtelijke, fiscale en bestuursrechtelijke aanpak hand in hand op te trekken. Geconstateerd is echter dat de bestuurlijke aanpak versterking behoeft. De RIEC’s en het LIEC hebben daarom primair tot doel de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit te versterken. Inzet is het aantal gemeenten en provincies dat beleid voert ter voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit te doen toenemen, door:

  • A. De bestuurlijke bekendheid met de aanwezigheid van georganiseerde misdaad te vergroten.

    Het is belangrijk dat het gemeentelijk/provinciaal bestuur en apparaat zich bewust wordt van de risico’s die georganiseerde misdaad met zich meebrengt. Deze problemen worden meestal niet tastbaar voor het bestuur door louter een presentatie van traditionele criminaliteitsbeeldanalyses maar vergen een vertaalslag naar een bestuurlijk handelingsperspectief. Deze behoefte leidt tot de volgende taken.

    • De RIEC’s zorgen er samen met hun partners (bestuur, politie, belastingdienst, OM etc.) voor dat periodiek, doch minimaal eenmaal per twee jaar een beeld wordt gepresenteerd over de voor die regio relevante ontwikkelingen van georganiseerde criminaliteit (regionaal bestuurlijk criminaliteitsbeeld). De RIEC’s zorgen ervoor dat dit beeld niet louter bestaat uit een opsomming van criminele samenwerkingsverbanden maar wordt vertaald naar probleempunten die zich lenen voor een bestuurlijke aanpak. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een vertaling van de problematiek naar vergunningplichtige sectoren.

    • De RIEC’s informeren elke participerende gemeente periodiek over de stand van zaken met betrekking tot georganiseerde criminaliteit in de gemeente.

    • De RIEC’s dragen er zorg voor dat gemeenten signalen uit bestuurlijke dossiers en/of rapportages op een toegankelijke wijze ontvangen.

    • De RIEC’s adviseren het bestuur gevraagd en ongevraagd over criminogene effecten van (voorgenomen) besluiten.

  • B. Kennis en kunde over het bestuurlijk aanpakken van criminaliteit te vergroten.

    Met name kleinere gemeenten vinden het lastig om capaciteit vrij te maken die nodig is om de bestuurlijke aanpak van criminaliteit handen en voeten te geven. Doordat in deze gemeenten de structurele verankering van dergelijke activiteiten tevens ontbreekt, ontberen ze de kennis en kunde die nodig is om op te treden. De RIEC’s vormen een netwerkorganisatie waarop de kleine gemeenten, maar ook de andere bestuursorganen desgewenst kunnen terugvallen. Concreet bieden de RIEC’s ondersteuning bij:

    • De toepassing van de Wet Bibob. De RIEC’s ondersteunen gemeenten bij het doen van eigen huiswerk, de aanvraag van informatie bij het landelijk bureau, het interpreteren en vertalen van adviezen van het bureau en ondersteuning bij beroepszaken. De RIEC’s zetten zich in om verschuivingseffecten tegen te gaan. Ze maken de drempel om Bibob toe te passen zo laag als mogelijk.

    • Het invullen van het gedeelte (georganiseerde) criminaliteit in het integraal veiligheidsplan.

    • Het toepassen van bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot het niet verstrekken of intrekken van vergunningen (de Algemene Plaatselijke Verordening, Drank- en Horecawet, Opiumwetgeving en het bestemmingsplan).

    • De vertaling van signalen uit bestuurlijke dossiers en/of rapportages in concreet handelingsperspectief.

    • Het opzetten van integrale lokale teams.

  • C. Gemeenten en provincies vanuit een netwerkorganisatie te ondersteunen bij de inrichting van de bestuurlijke aanpak, de implementatie van dit beleid, en het verbeteren van de informatiepositie van gemeenten.

    De uitwisseling van informatie tussen bestuursorganen en opsporings- en handhavingsdiensten is voor verbetering vatbaar. Het juridisch kader rondom deze informatieverstrekking is complex van aard. Daarnaast zijn opsporings- en handhavingdiensten soms kritisch bij de wijze waarop gemeenten en provincies de vertrouwelijkheid van informatie waarborgen. Gemeenten hebben soms moeite om de informatie te duiden. Niet altijd is bekend waar relevante informatie zich binnen de overheid bevindt. Tenslotte wordt geconstateerd dat de gemeentelijke diensten vaak over informatie beschikken die van groot belang is voor de overige partners bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Het RIEC heeft de taak deze barrières te slechten door:

    • Op lokaal niveau op de prioritaire fenomenen alle bij de partners beschikbare informatie bijeen te brengen teneinde een integraal beeld te schetsen van de lokale problematiek. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een eenduidig en beveiligd informatiesysteem.

    • De rol van informatiemakelaar te vervullen tussen enerzijds de klassieke handhavings- en opsporingsdiensten en anderzijds gemeenten en provincies.

    • Het ondersteunen van gemeenten bij het uitwisselen van informatie tussen partners conform de geldende wet- en regelgeving.

    • Het ontsluiten van gemeentelijke informatiebronnen die voor de strafrechtelijke en fiscale kolommen van belang zijn. Vanuit de RIEC’s wordt hiertoe een netwerk van informatiebezitters opgezet en onderhouden.

    • Zorg te dragen voor een systeem (inclusief beheer) waarbinnen alle partners op een rechtmatige en beveiligde wijze informatie elektronisch kunnen uitwisselen.

  • D. Ondersteunen bij versterken regionale samenwerking.

    • Criminaliteitsbestrijding vergt niet zelden een regionale aanpak en daarmee een goede regionale samenwerking. Een goed voorbeeld ter ondersteuning van deze stelling vormt de regionale samenwerking die in de provincie Brabant is gestart om drugsgerelateerde criminaliteit tegen te gaan (B-5 aanpak). De RIEC’s ondersteunen gemeenten bij het vormgeven van de regionaal noodzakelijke samenwerking.

  • E. Kennis en kunde over het bestuurlijke aanpakken van criminaliteit te vergroten.

    • Tenslotte hebben de RIEC’s als taak hun best practices onderling uit te wisselen en het geheel van de bestuurlijke aanpak als totaal een stap verder te brengen.

Secundair dienen RIEC’s de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit te ondersteunen. Tijdens de pilotfase is gebleken dat RIEC’s een belangrijke rol vervullen bij het ondersteunen en realiseren van de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit. Op basis van deze ervaringen zal het RIEC binnen het samenwerkingsverband tevens tot taak hebben de functie van informatieplein te vervullen en op de toegekende taken te adviseren over het bewerkstelligen van een integrale interventiestragie.

Omwille van effectiviteit en efficiency is een aantal taken bij het LIEC belegd. Het gaat met name om ondersteunende taken die alle RIEC’s raken doch die te duur of te specialistisch zijn om bij elk RIEC te beleggen. Ook betreft het taken die het geografisch gebied van meerdere RIEC’s betreffen. Tot de taken van het LIEC behoren:

  • Het versterken van de uniformiteit van het werken van de RIEC’s door in samenwerking met de RIEC’s te zorgen voor landelijke standaarden (uniformiteit van hoofdwerkprocessen en informatiedeling).

  • Het als netwerkorganisatie bieden van specialistische ondersteuning aan de RIEC’s. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ondersteuning op het terrein van privacywetgeving en het opzetten en onderhouden van een beveiligde communicatielijn tussen de RIEC’s.

  • Het uitvoeren van regio-overstijgende en landelijke taken op het terrein van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad. In het bijzonder gaat het er hier om dat het LIEC actief op zoek gaat naar een eventueel inhoudelijke overlap in de werkzaamheden van de RIEC’s, onderwerpen die tussen wal en schip dreigen te vallen vanwege het feit dat belangrijke problemen RIEC-grenzen overschrijden en problemen die verschuiven tussen de diverse RIEC-gebieden.

  • Landelijk loket voor bestuurlijke dossiers over criminele fenomenen: het LIEC heeft als taak het samen met politie en OM analyseren, wegen en adequaat afhandelen van bestuurlijke dossiers over criminele fenomenen, het ten behoeve van de RIEC’s en de bestuurlijke aanpak maken en onderhouden van landelijke afspraken met diverse partners (zoals het maken en onderhouden van afspraken rondom de uitwisseling van informatie tussen betrokken partijen in een RIEC) en het opstellen van een landelijk bestuurlijk criminaliteitsbeeld.

  • Het zijn van een kenniscentrum op het terrein van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad. Hierbij gaat het om het borgen van bestaande expertise die thans verspreid is en daardoor lastig toegankelijk.

  • Het uitvoeren van internationale taken o.a. door bij de uitvoering van het Stockholmprogramma voor Nederland de operationele aspecten van de bestuurlijke aanpak vorm te geven (bijvoorbeeld bij de door de EU gewenste integrale samenwerking op het terrein van mensenhandel).

• Geografisch gebied RIEC’s: congruent met politieregio’s en arrondissementen

Het RIEC-gebied dient territoriaal congruent te zijn met de politieregio’s en de indeling van de gerechtelijke kaart. Met deze congruentie wordt beoogd de RIEC’s dicht bij de overige (veiligheids-)partners te brengen, teneinde gecoördineerde taakafstemming en uitvoering te bevorderen. Dit betekent dat er in Nederland in plaats van de huidige 11, 10 RIEC’s zullen komen.

De huidige RIEC-gebieden zijn voor een groot deel reeds congruent met de door het kabinet beoogde regionale politieregio’s. Voor een aantal gebieden zal deze congruentie echter de volgende consequenties hebben:

Huidige RIEC indeling

Huidige politieregio’s

Nieuwe RIEC indeling1

Noord Nederland

Groningen, Friesland, Drenthe

Noord-Nederland

Oost Nederland

IJsselland, Twente, Noord- en Oost-Gelderland

Oost-Nederland

Gelderland Midden Zuid

Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid

Midden Nederland

Flevoland, Utrecht, Gooi- en Vechtstreek

Flevoland-Utrecht

Noord Holland

Noord-Holland-Noord, Zaanstreek-Waterland, Kennemerland, Amsterdam-Amstelland

Noord-West-Holland

Amsterdam

Haaglanden-Hollands Midden

Haaglanden, Hollands Midden

Haaglanden

Zuid-Holland-Zuid

Zuid-Holland-Zuid

Rotterdam-Rijnmond

Rotterdam-Rijnmond

Rotterdam-Rijnmond

Zuid West Nederland

Zeeland, Midden- en West-Brabant, Brabant-Noord

Zeeland – West-Brabant

Oost-Brabant

Zuid Oost Brabant

Brabant-Zuid-Oost

Oost-Brabant

Limburg

Limburg-Noord, Limburg-Zuid

Limburg

X Noot
1

Namen onder voorbehoud.

• Financiën

Om een minimum pakket aan taken en kwaliteit te garanderen stel ik een rijksbijdrage van 7,9 miljoen euro per jaar voor de RIEC’s en het LIEC ter beschikking. De rijksbijdrage wordt verdeeld op basis van de taken van de RIEC’s. Omdat deze taken uniform zijn, zal de bijdrage in gelijke delen aan de RIEC’s worden toegekend. De rijksbijdrage zal per RIEC maximaal 50 procent van de kosten van de jaarlijkse begroting bedragen, met dien verstande dat er per jaar per RIEC vanuit mijn ministerie maximaal € 735 000,– ter beschikking wordt gesteld. Daarnaast zal het LIEC volledig vanuit het ministerie worden gefinancierd (€ 550 000,– per jaar).

• Sturing RIEC’s

De RIEC’s worden aangestuurd door een (gemandateerde) regionale stuurgroep, bestaande uit alle participerende partners.

Concrete casuïstiek wordt in eerste instantie besproken in lokale overleggen, waar voorbereiding van besluitvorming door de lokale driehoek geschiedt. Indien een casus meerdere gemeenten betreft, nemen de burgemeesters van de betreffende gemeenten tevens deel aan dit overleg. Activiteiten in het kader van de taakuitvoering van het RIEC die uitsluitend zien op de ondersteuning van individuele gemeenten bij louter de bestuurlijke aanpak hoeven niet via de stuurploeg te worden aangestuurd. Deze verlopen via reguliere overleggremia.

Omdat het RIEC een regionaal georganiseerd samenwerkingsverband is waarbinnen doorgaans de grootste gemeente binnen de politieregio samen met de politie een grote (voortrekkers-)rol spelen, wordt de verantwoordelijkheid voor het beheer van het RIEC in beginsel belegd bij de korpsbeheerder en in het nieuwe politiebestel de regioburgemeester.

• Overgangsperiode

De congruentie zal niet per direct gereed zijn en van de RIEC’s kan niet verwacht worden dat zij direct over zullen gaan tot de nieuwe manier van werken binnen het beleidskader. Hiervoor is een overgangsperiode van maximaal 1 jaar noodzakelijk. Het is de bedoeling dat de congruentie uiterlijk per 31 december 2012 gereed zal zijn en dat de RIEC’s vanaf dan ook zullen functioneren volgens onderhavig beleidskader. Het is aan de RIEC’s zelf hoe men dit tijdens de overgangsperiode (intern) organiseert

• Evaluatie

Er bestaat geen verplichte deelname van gemeenten aan de RIEC’s. Het streven is dat de RIEC’s eind 2013 80 procent van de Nederlandse gemeenten daadwerkelijk ondersteunen. Na twee jaar zal geëvalueerd worden of herijking van het beleidskader nodig is.

5. Tot slot

Op basis van de in de bereikte resultaten zoals opgetekend in het jaarverslag 2010 en de ervaringen uit de pilotfase op het gebied van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit heb ik er alle vertrouwen in dat de RIEC’s en het LIEC de komende jaren een belangrijke bijdrage blijven leveren aan het voorkomen en bestrijden van georganiseerde criminaliteit.

Ik zal op korte termijn een bijeenkomst organiseren met alle relevante partijen om samen te bekijken hoe we hieraan in de toekomst verder uitvoering geven.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Bij brief van 11 maart 2011 (29 911, nr. 46) is de nulmeting aan de Tweede Kamer toegezonden.