nr. 24
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 maart 2009
Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg Versterkingsprogramma aanpak georganiseerde
misdaad en financieel-economische criminaliteit van 21 januari jl.1, informeer ik hierbij uw Kamer over de mogelijkheden
tot verruiming van de openbaarheid van de WOZ-waarde. Tijdens dat Algemeen
Overleg is door diverse partijen aangedrongen op snelle voortgang met verruiming
van de openbaarmaking van de WOZ-waarden. Er is daarbij aan de Tweede Kamer
uiterlijk mei 2009 een brief toegezegd waarin wordt ingegaan op de mogelijkheden
voor die verruiming. Aangegeven is, bij monde van de minister van Justitie,
dat er een positieve grondhouding bestaat tegenover de wens van de Tweede
Kamer tot verruiming van de openbaarheid, maar dat uiteraard rekening gehouden
moet worden met privacyaspecten.
In de brief van 3 november 20082 van
de ministers van Justitie, van Financiën en van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties over bestrijding georganiseerde criminaliteit is reeds
toegezegd dat ik zal bezien of een verdere verruiming van de openbaarheid
van de WOZ-waarde in wettelijk omschreven gevallen, met het oog op fraudebestrijding,
tot de mogelijkheden behoort.
Realisatie Basisregistratie WOZ
Per 1 januari 2009 is de Basisregistratie waarde onroerende zaken
(BR WOZ) gerealiseerd. Tot die datum bood de Wet waardering onroerende zaken
(Wet WOZ) slechts een beperkte mogelijkheid tot het verstrekken van het waardegegeven
van een bepaalde onroerende zaak, namelijk aan overheden die gebruik maken
van de WOZ-waarden ten behoeve van de heffing van belasting. Dankzij het feit
dat de WOZ-registratie van de gemeenten een basisregistratie is geworden,
kunnen de waardegegevens voortaan ook voor andere doelen verstrekt worden
aan bestuursorganen, indien er een wettelijk voorschrift ten grondslag ligt
aan de verstrekking. Zo’n wettelijk voorschrift kan een gemeentelijke
verordening zijn of een sectorwet, dan wel de Wet WOZ. Eén van de bestuursorganen
die toegang zou kunnen krijgen tot de WOZ-waarde is de notaris, die bij de
uitoefening van zijn publieke taak een bestuursorgaan is. Ik zal
een voorstel tot wijziging van de Wet WOZ per 1 januari 2010 doen.
In het kader van de totstandkoming van de BR WOZ heb ik reeds bekeken
of de WOZ-waarde geheel openbaar zou moeten worden1.
Hoewel openbaarheid van de WOZ-waarde voordelen heeft, is de privacygevoeligheid
van de WOZ-waarde toch doorslaggevend geweest om geen algehele openbaarheid
te realiseren.
De WOZ-waarde is een persoonsgegeven. Het zegt iets over de individuele
fiscale positie van een belanghebbende bij een onroerende zaak. Het feit dat
het waardegegeven een element is dat een rol speelt bij de vaststelling van
iemands belastingschuld, maakt het waardegegeven privacygevoelig. Een beperkte
openbaarheid van het waardegegeven doet daarom naar mijn mening enerzijds
recht aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een belanghebbende
c.q. belastingplichtige en kan anderzijds leiden tot bestrijding van de fraude
op dit terrein.
Verruiming openbaarheid in het kader van de bestrijding
van de vastgoedcriminaliteit in relatie tot de privacy
De bestrijding van vastgoedfraude is een maatschappelijk belang op grond
waarvan verdere verruiming van de openbaarheid overwogen kan worden, met inachtneming
van de privacybescherming. De WOZ-waarde is hiervoor geschikt omdat deze immers
objectief door de overheid wordt vastgesteld en niet op individuele basis
te beïnvloeden is. Met name deze objectiviteit maakt de WOZ-waarde belangrijk
bij de fraudebestrijding.
Bij de afweging om te komen tot een verruiming van de openbaarheid moet
het maatschappelijk belang groot genoeg zijn om de aantasting van iemands
privacy te rechtvaardigen. Het belang van degene die om een WOZ-waarde verzoekt,
moet dus worden afgewogen tegen het belang van de privacybescherming van degene
van wiens woning de WOZ-waarde wordt opgevraagd.
In dat kader kan gedacht worden aan het op verzoek verstrekken van de
WOZ-waarde aan beroepshalve betrokkenen bij de verkoop van een pand, zoals
bijvoorbeeld verleners van hypothecair krediet, banken en verzekeraars. De
WOZ-waarde kan bij de aanof verkoop van een woningen door betrokken partijen
gebruikt worden als controlemiddel. De WOZ-waarde kan vergeleken worden met
de taxatiewaarde die aan een hypothecaire geldlening ten grondslag ligt en
er kan aan de hand daarvan beoordeeld worden of er sprake is van malafide
praktijken. Ook kan kennis van de WOZ-waarde voor banken nuttig zijn in het
kader van de periodieke validatie van onderpandswaarde waartoe zij verplicht
zijn en van de voorkoming van taxatiefraude. Immers voor banken is het van
belang dat het onroerend goed, dat als onderpand voor de hypotheek dient,
juist op waarde is geschat.
Voornemen tot wetgeving
Ik ben van plan om een voorstel tot wijziging van de Wet WOZ in te dienen,
zodat de WOZ-waarde een instrument kan worden in de strijd tegen de vastgoedfraude.
In de Wet WOZ zullen derhalve de doelen opgenomen worden op grond waarvan
limitatief opgesomde gebruikers de WOZ-waarde kunnen opvragen, zoals hypothecaire
kredietverleners, banken en verzekeraars.
De verruiming van de openbaarmaking voor genoemde wettelijke gevallen
zou ik willen beperken tot onroerende zaken die tot woning dienen. Voor niet-woningen
kan de WOZ-waarde namelijk concurrentiegevoelige informatie zijn, aangezien
de waarde een indicatie kan zijn van bedrijfsrendementen. Met betrekking tot
niet-woningen blijft de eis dat iemand moet aantonen dat hij een gerechtvaardigd
belang heeft uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien.
Het opvragen van de WOZ-waarden zal aanvankelijk nog bij de gemeenten
plaatsvinden. De gemeenten zullen ook moeten controleren of de aanvrager gerechtigd
is de WOZ-waarde op te vragen.
Echter, binnen afzienbare tijd zal een Landelijke Voorziening van de BR
WOZ worden gerealiseerd. Zodra die gereed is zullen de WOZ-waarden op een
centraal punt op te vragen zijn, zowel voor bestuursorganen als voor derden
waarbij uiteraard ook sprake zal moeten zijn van gecontroleerd gebruik.
Aangezien ik groot belang hecht aan spoedige realisatie van een wetswijziging,
zal ik binnenkort een tekstvoorstel daartoe voorleggen aan het College bescherming
persoonsgegevens voor advies, opdat de wijziging nog meegenomen kan worden
in het Belastingplan 2010.
De staatssecretaris van Financiën,
J. C. de Jager