Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729911 nr. 167

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 167 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juli 2017

Bijgaand stuur ik uw Kamer de Toekomstagenda Ondermijning1.

Deze Toekomstagenda is een gezamenlijk product van politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst, (regio)burgemeesters, het LIEC en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Financiën en Veiligheid en Justitie. De Toekomstagenda beoogt bij te dragen aan een effectieve en toekomstbestendige aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. De Toekomstagenda Ondermijning heeft integrale aanpak de komende jaren verder te intensiveren en geeft op hoofdlijnen aan in welke richting de aanpak van ondermijning de komende jaren moet worden versterkt en verbreed. Belangrijke stappen zijn het verbreden van het maatschappelijk draagvlak, het vergroten van de slagkracht van de overheid en het opwerpen van barrières voor criminele markten.

De Toekomstagenda is opgesteld in het Landelijk Platform Geïntegreerde aanpak Ondermijnende Criminaliteit (Platform GOC) en wordt gedragen door de partners in het Landelijk Overleg Veiligheid Politie (LOVP).

De komende jaren zal op basis van de Toekomstagenda Ondermijning de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit verder worden verbeterd en de beweging verder op gang worden gebracht: in repressie, maar vooral ook door preventie. Deze criminaliteit is mondiaal vertakt, maar is lokaal verankerd en maakt dan ook gebruik van lokale sociale en economische structuren. Die verwevenheid maakt dat de Toekomstagenda niet alleen gericht is op de brede zogenaamde 1-overheid-aanpak. Ze is nadrukkelijk ook gericht op het betrekken van de samenleving bij de aanpak van criminele ondermijning. We moeten zorgen dat wijken en gemeenschappen geen parallelle samenlevingen kennen, waarbij deelname aan criminaliteit als een oplossing wordt gezien in plaats van een probleem.

Ook ondernemers en brancheorganisaties zijn nodig, onder meer om barrières op te werpen tegen crimineel misbruik van hun faciliteiten, producten en diensten. De wetenschap is nodig om onze kennis over en begrip van het probleem en de maatschappelijke aanpak ervan te versterken. De Toekomstagenda richt zich nadrukkelijk ook op de aanpak van lokale sociale en logistieke gelegenheidsstructuren. Dat vraagt om een overheid die dichtbij is. Mede daarom voorziet de Toekomstagenda in een trekkende rol voor het lokale en regionale niveau. Daarbij is het uitgangspunt dat er vanuit de driehoek prioriteiten worden gesteld die aansluiten op de problematiek in hun regio. De rijksoverheid, landelijke diensten, RIEC’s en het LIEC faciliteren en ondersteunen.

Op 1 juni 2017 heb ik het recent verschenen Nationaal Dreigingsbeeld (NDB) georganiseerde criminaliteit naar uw Kamer gestuurd.2 In het NDB, dat elke vier jaar verschijnt, wordt een actueel beeld geschetst van de vele verschijningsvormen waarin georganiseerde, ondermijnende criminaliteit zich manifesteert. Het NDB geeft ook een beoordeling van de mate van dreiging voor de Nederlandse samenleving die van de verschillende fenomenen uitgaat. Het rapport bevat veel concrete aanknopingspunten voor het effectiever maken van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit en eventuele bijstellingen of aanscherpingen van het huidige beleid. Bij de verdere uitwerking en uitvoering van de Toekomstagenda Ondermijning zal het NDB een rol spelen. Samen met de te ontwikkelen ondermijningsbeelden kan het NDB richting geven aan de gezagen (Openbaar Ministerie, burgemeesters) en de overige ketenpartners die betrokken zijn bij de geïntegreerde aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

Op de bestuurdersconferentie «Georganiseerde Tegenkracht» van 28 juni 2017 hebben burgemeesters, Openbaar Ministerie, politie, Belastingdienst en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie gezamenlijk het startsein gegeven voor de uitvoering van de Toekomstagenda Ondermijning. Voor die uitvoering zijn zes actielijnen geformuleerd, beginnend bij de versterking van de informatiepositie en het versterken van de regionale aanpak, via verbreding van de maatschappelijke betrokkenheid naar het gebruik van hedendaagse technische kennis en mogelijkheden.

Mijn verwachting is dat we met de ambities voor versterking en verbreding van de aanpak, die de samenwerkende overheidspartijen hebben geformuleerd in de Toekomstagenda Ondermijning, een beweging op gang brengen naar een effectievere aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Ook zijn er oplossingen nodig voor knelpunten in informatiedeling en wetgeving. In een afzonderlijke brief informeer ik uw Kamer deze zomer over de wensen en knelpunten op het gebied van informatiedeling van gemeenten op het gebied van ondermijning (Kamerstuk 29 911, nr. 168).

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 29 911, nr. 157