Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129893 nr. 111

29 893 Veiligheid van het railvervoer

Nr. 111 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 november 2010

Op 23 september heeft mijn voorganger een aantal vragen die uw Kamer hem heeft voorgelegd naar aanleiding van zijn brief van 28 juni 2010 over de Derde Kadernota Railveiligheid beantwoord1. In zijn antwoord op vraag 54 heeft hij aangegeven uw Kamer nog te informeren over de nadere uitwerking van het aan uw Kamer toegestuurde actieplan «uitwerking overwegenbeleid 2010–2020»2. Hierbij doe ik u deze door ProRail opgestelde nadere uitwerking toekomen.3

Mijn inzet is te streven naar permanente verbetering van de overwegveiligheid en daar op een kosteneffectieve manier het restbudget PVVO (Programma verbetering Veiligheid Overwegen) voor in te zetten. In het bijgevoegde voorstel licht ProRail nader toe waaraan zij het budget willen besteden, te weten: identificatie van «knelpuntoverwegen», maatregelen en overige activiteiten. Hierbij is ook een kostenindicatie en inschatting van doorlooptijden gegeven (ik verwijs u naar paragraaf 5). Deze aanpak sluit aan bij het hierboven genoemde actieplan.

Onder het kopje «maatregelen» wordt onder meer aandacht besteed aan het onderwerp dichtligtijden. Onnodig lange dichtligtijden dienen vermeden te worden. Ik sluit hiermee aan op de zorg die onder meer het kamerlid Bashir meerdere keren heeft geuit. In het kader van dit voorstel wordt een programma om dichtligtijden te meten opgezet en vervolgens – waar mogelijk en haalbaar – met maatwerk verbeteringen doorgevoerd. De prioritering binnen het meetprogramma wordt afgestemd met het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer.

De vraag van uw Kamer4 of het restant PVVO budget toereikend is om alle knelpuntoverwegen op te lossen kan ik eerst op een later tijdstip beantwoorden.

ProRail ontwikkelt momenteel een methodiek voor de identificatie van «knelpuntoverwegen». Zodra deze methodiek ontwikkeld is (eerste helft 2011), zal een dynamische lijst «knelpuntoverwegen» ontstaan. Immers de status van de overwegen zal – op basis van de genoemde methodiek – regelmatig geactualiseerd worden.

Verder zal gaandeweg, met de uitvoering van nadere onderzoeken en analyses, een concreet overzicht ontstaan van specifieke maatregelen per individuele overweg met bijbehorende kosten en planning.

Ik vertrouw erop dat ProRail met bijgevoegd voorstel die kosteneffectieve maatregelen zal weten te bewerkstelligen waardoor de overwegveiligheid zal verbeteren en de uitvoering daarvan de komende 4 jaar voortvarend ter hand zal nemen. ProRail zal mij op hoofdlijnen informeren over het verloop van het programma. Over deze hoofdlijnen rapporteer ik uw Kamer jaarlijks via het MIRT projectenboek.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 29 893, nr. 108.

XNoot
2

Bijlage bij Kamerbrief 29 893, nr. 106.

XNoot
3

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
4

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 29 893, nr. 108, vraag 54.