nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 november 2004
Inleiding
Vanochtend werd Nederland opgeschrikt door de moord op de heer Van Gogh.
Allereerst wil het kabinet via deze weg haar afschuw uitspreken over deze
daad. Het kabinet leeft intens mee met de nabestaanden van Van Gogh. De heer
van Gogh stond bekend vanwege zijn uitgesproken opvattingen en ook vanwege
zijn zeer duidelijke verdediging van het recht van vrijheid van meningsuiting
in tal van gevoelige maatschappelijke kwesties. Van Gogh verdedigde dat recht
ook voor zijn tegenstanders. In de rechtstaat is de vrijheid van het debat
een absolute voorwaarde. Het kabinet werpt het idee van een samenleving waarin
mensen voor hun leven moeten vrezen als zij uitkomen voor hun mening, verre
van zich.
Hoe ontstellend en schokkend de moord ook is, toch is alles er aan gelegen
om op beheerste wijze te reageren. Onze reactie op deze daad mag niet zijn
dat wij groepen van mensen veroordelen vanwege deze brute moord. Daarom doet
het kabinet een dringend beroep op de samenleving waardig te reageren.
In deze brief wil het kabinet u informeren over de thans bekende feiten.
Op dit moment zijn nog niet alle feiten en omstandigheden rond deze criminele
daad bekend. Het is dan ook niet mogelijk nu reeds conclusies te trekken.
Zo snel een vollediger beeld kan worden gegeven, zal dit aan de Kamer worden
gezonden.
Feiten
Om ongeveer 8.45 uur is de heer Van Gogh neergeschoten. Hij reed op zijn
fiets komend van de richting van de Watergraafsmeer, over de Linneausstraat.
De verdachte, eveneens op de fiets, is langszij gekomen en heeft toen geschoten.
Van Gogh is van zijn fiets gevallen en heeft de overkant van de straat weten
te bereiken. Daar is meerdere malen op Van Gogh geschoten en is
hij in zijn borst gestoken, waarbij een brief op zijn borst is achtergelaten.
Van Gogh is ter plaatse overleden.
Bij het schieten is een omstander geraakt. Deze omstander is naar het
politiebureau Linneausstraat gelopen en heeft daar de politie gealarmeerd.
Dit bureau bevindt zich op enkele tientallen meters afstand van de plaats
waar de heer Van Gogh is neergeschoten. De politie is direct uitgerukt.
De verdachte is het Oosterpark ingelopen. De politie heeft het park omsingeld.
In het park zijn diverse schoten gevallen waarbij niemand geraakt is. De verdachte
is via de uitgang naast het Tropeninstituut de Mauritskade opgelopen en heeft
daar geschoten. Hierbij is een agent geraakt en zijn diverse politieauto's
doorboord met kogels. De getroffen politieagent droeg een kogelvrij vest en
is hierdoor niet ernstig gewond geraakt. De verdachte heeft een schotwond
aan zijn been opgelopen en is aangehouden. Hij is overgebracht naar een ziekenhuis
waar hij is geopereerd. Inmiddels is hij overgebracht naar het penitentiair
ziekenhuis.
Van de verdachte is thans bekend dat het een 26-jarige in Amsterdam geboren
man is en dat hij beschikt over zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit.
Bovendien is de verdachte naar voren gekomen in lopende onderzoeken van de
AIVD naar andere personen. De daaruit beschikbare informatie gaf geen aanleiding
te veronderstellen dat hij voorbereidingen trof voor gewelddadige acties.
De Commissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is hierover hedenmiddag
nader geïnformeerd.
Mede onderzocht wordt wat de mogelijke motieven waren van de verdachte
en of hij alleen opereerde of hulp had van anderen bij de voorbereiding en
de uitvoering van zijn daad. Gezien hetgeen thans bekend is moet ernstig rekening
gehouden worden met het feit dat de verdachte handelde vanuit radicaal islamitische
overtuiging. De tekst van de brief op het lichaam van Van Gogh en een tekst
die bij de verdachte is aangetroffen worden nader onderzocht.
Beveiliging
Van Gogh werd thans niet beveiligd. Er was namelijk geen sprake van een
zodanige dreiging in de richting van Van Gogh dat daarin aanleiding werd gevonden
tot voortgezette beveiligingsmaatregelen. De afgelopen maanden is hij uit
voorzorg een aantal malen gedurende korte tijd beveiligd. In de periode 28
tot en met 30 augustus jl. heeft de regiopolitie Amsterdam-Amstelland
het huis van Van Gogh en de directe omgeving beveiligd door middel van verscherpt
rijdend toezicht. Aanleiding hiertoe was de uitzending van de film «Submission»,
waarvan Van Gogh producent was. Op 16 september jl. zijn er ordemaatregelen
genomen bij een paneldiscussie in het Binnengasthuis te Amsterdam, waaraan
Van Gogh deelnam en in verband waarmee een actiegroep acties had aangekondigd.
Maatregelen en consequenties
Op dit moment is de inspanning in de eerste plaats gericht op het zo snel
mogelijk tot opheldering brengen van de feiten in deze zaak, van de motieven
van de dader en van de vraag in hoeverre anderen hierbij betrokken zijn. In
aansluiting hierop is bezien of de gebeurtenissen van hedenochtend aanleiding
gaven tot aanvullende maatregelen op het terrein van de openbare orde en bewaking
en beveiliging. De komende dagen zullen de ontwikkelingen in dit kader op
de voet worden gevolgd en waar nodig worden aanvullende maatregelen getroffen.
Hiervoor is ook aandacht gevraagd bij de gemeenten.
Het kabinet heeft voorts met waardering kennisgenomen van de reacties
van verschillende islamitische organisaties, die met afschuw hebben gereageerd
op deze verwerpelijke daad. Voorkomen moet worden dat bevolkingsgroepen in
Nederland tegenover elkaar komen te staan. Daarom heeft de minister voor Vreemdelingenzaken
en Integratie hedenmiddag overleg gevoerd met de minderheden- en moslimorganisaties
te weten het Landelijk Overlegorgaan Minderheden (LOM), het Contactorgaan
Moslims en Overheid (CMO) en het FORUM, het Instituut voor Multiculturele
Ontwikkeling. Aan het eind van deze bijeenkomst hebben deze organisaties en
de minister gezamenlijk verklaard dat zij deze daad veroordelen en dat zij
alle geledingen van de Nederlandse samenleving oproepen om met elkaar de strijd
aan te binden tegen radicalisering en geweld. De minister voor Vreemdelingenzaken
en Integratie is vanavond ook aanwezig geweest bij de bijeenkomst op de Dam
in Amsterdam. Ook is heden een brief uitgegaan naar alle gemeentebesturen
waarin een oproep wordt gedaan om in overleg te treden met vertegenwoordigers
van de lokale gemeenschappen. De burgemeester van Amsterdam heeft dit overleg
hedenmiddag reeds gevoerd.
Tot zover kunnen wij u op deze dag informeren. Wij doen dit mede namens
de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Uw Kamer zal van de nadere
voortgang uiteraard op de hoogte worden gehouden.
De Minister van Justitie,
J. P. H. Donner
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes