Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200529849 nr. 13

29 849
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening)

nr. 13
AMENDEMENT VAN HET LID GRIFFITH

Ontvangen 18 april 2005

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel N, wordt als volgt gewijzigd:

I

In artikel 257c wordt, onder vernummering van het vierde lid tot het vijfde lid, een vierde lid ingevoegd, luidende:

4. In het geval een strafbeschikking zal worden uitgevaardigd tegen de verdachte, reikt de opsporingsambtenaar de verdachte zo mogelijk een aankondiging van de strafbeschikking uit. Deze aankondiging kan bij verdenking van een overtreding die met een motorrijtuig is begaan, ook worden achtergelaten in of aan het motorrijtuig. Het model van de aankondiging wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

II

In artikel 257e, eerste lid, wordt na de eerste volzin een zin ingevoegd, luidende:

Onverminderd de vorige zin kan tegen een strafbeschikking waarin een geldboete van niet meer dan € 340 is opgelegd, wegens een overtreding welke ten hoogste vier maanden voor toezending is gepleegd, verzet worden gedaan tot uiterlijk zes weken na toezending.

Toelichting

Het wetsvoorstel koppelt de mogelijkheid van het instellen van verzet aan het moment waarop de verdachte met de strafbeschikking op de hoogte komt. Die keuze komt voor zwaardere strafbeschikkingen juist voor: een rijontzegging moet niet onherroepelijk kunnen worden voordat de verdachte ervan afweet. Bij lichte strafbeschikkingen komt het evenwel wenselijk voor, net als in de WAHV, te werken met een systeem waarbij de beschikking zo mogelijk wordt aangekondigd, vervolgens binnen vier maanden wordt bekendgemaakt via toezending (artikel 4, eerste en tweede lid, WAHV) en uiterlijk zes weken na toezending (behoudens verschoonbare termijnoverschrijding) onherroepelijk wordt (artikel 6:7 Awb). Indien de strafbeschikking in persoon aan de verdachte wordt uitgereikt of zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de strafbeschikking hem bekend is, blijft daarbij de normale termijn van twee weken gelden. Met deze aanpassing wordt een efficiënte afdoening bevorderd en de voorgenomen integratie van de WAHV en de OM-afdoening een stap dichterbij gebracht.

Maar niet alleen de efficiëntie, ook de kwaliteit van de afdoening is met dit voorstel gediend. Het systeem van het wetsvoorstel kan de opsporingsambtenaar die een strafbeschikking wil uitvaardigen voor een lastige keuze stellen. Hij kan op grond van artikel 257b Sv onmiddellijk een strafbeschikking uitvaardigen. Voordelen daarvan zijn, dat er geen twijfel kan rijzen of de verdachte de strafbeschikking gekregen heeft, en dat de strafbeschikking na twee weken onherroepelijk wordt. Een nadeel is evenwel, dat eventuele fouten in de strafbeschikking niet meer eenvoudig gecorrigeerd kunnen worden. De voorgestelde procedure opent de mogelijkheid om in een dergelijk geval, net als bij toepassing van de WAHV, aan de verdachte een aankondiging uit te reiken waar de essentie van de strafbeschikking reeds in staat. De verdachte is dan op de hoogte, en kan navraag doen als hij de strafbeschikking niet binnen korte tijd ontvangt. In de vervolgens door het CJIB verzonden strafbeschikking kunnen eventuele foutjes worden rechtgezet. Verzet staat pas open tegen die strafbeschikking.

De voorgestelde uiterste termijn van zes weken voor het indienen van verzet ziet ook op strafbeschikkingen met enkel een boete van maximaal 340 euro waar geen aankondiging aan is voorafgegaan. Ook in dat opzicht wordt het systeem van de WAHV gevolgd. Te denken valt hierbij vooral aan overtredingen die op kenteken worden geregistreerd. Op deze wijze wordt het verschil in afdoening van snelheidsovertredingen via de WAHV en het strafrecht (minder respectievelijk meer dan 30 km per uur te hard rijden) verminderd: ook bij de ernstigste snelheidsoverschrijdingen kan een beschikking houdende een geldboete worden verzonden die (behoudens verzet) uiterlijk na zes weken voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Griffith