Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201029838 nr. 25

29 838
Auteursrechtbeleid

nr. 25
BRIEF VAN DE WERKGOEP AUTEURSRECHT

Vastgesteld 24 februari 2010

Aan de voorzitters van de vaste commissies voor Justitie en voor Economische Zaken uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal

De werkgroep Auteursrecht1 uit de vaste commissies voor Justitie en voor Economische Zaken biedt u hierbij haar standpunt aan over de kabinetsreactie op haar rapport.2

De voorzitter van de werkgroep,

Gerkens

De griffier van de werkgroep,

Nava

De werkgroep Auteursrecht (hierna: de werkgroep) dankt het kabinet voor de uitgebreide reactie op haar rapport.1. De werkgroep is verheugd om te lezen dat het kabinet in grote lijnen de conclusies uit het rapport steunt. Toch is er ook een aantal duidelijke verschillen. In deze brief geeft de werkgroep haar standpunt over de kabinetsreactie.

1. Collectieve beheersorganisaties

Met instemming constateert de werkgroep dat het kabinet de visie deelt dat een goed functionerend systeem van collectieve beheersorganisaties (cbo’s) van belang is om de houdbaarheid van het privaatrechtelijke systeem van auteursrechtvergoedingen te kunnen garanderen. Op een aantal punten is het kabinet echter terughoudender dan de werkgroep. Laatstgenoemde vindt dat een gemiste kans.

Zo vindt het kabinet het terugdringen van het aantal cbo’s weliswaar wenselijk, maar ziet het niet de noodzaak van verdere terugdringing. Het kabinet geeft dan wel aan eventueel gebruik te willen maken van de grondslag in het wetsvoorstel tot verbreding en versterking van het toezicht op collectieve beheersorganisaties2 (hierna: het wetsvoorstel toezicht) om bij algemene maatregel van bestuur te bepalen dat de inning en verdeling van de vergoedingen gezamenlijk moet gebeuren, maar dat is in de ogen van de leden van de werkgroep slechts een stap in de goede richting.

Het kabinet is voorts van mening dat de wens vanuit de werkgroep om te komen tot een goed functionerend klachtenorgaan, waar zowel rechthebbenden als gebruikers terecht kunnen voor hun klachten over het functioneren van de cbo’s, geborgd is met het voornemen van de Vereniging van Organisaties die Intellectueel eigendom Collectief Exploiteren (Voice) om te komen tot een klachten-intakepunt. De werkgroep deelt die mening niet. Uitdrukkelijk – zo stelde zij al in het rapport – zou het klachtenorgaan juist meer moeten omvatten dan alleen een klachten-intakepunt.

Voor wat betreft de wens van de werkgroep om te komen tot heldere afspraken inzake de governance en de financiën van de cbo’s, verwijst het kabinet naar het wetsvoorstel toezicht. Hierin wil het kabinet de mogelijkheid bieden om de drempel voor de beheerskosten niet per organisatie vast te stellen, maar te koppelen aan specifiek percentage voor alle cbo’s in de keten tussen inning en verdeling. De werkgroep deelt de mening van het kabinet dat dit wetsvoorstel het juiste aanknopingspunt biedt voor een verbetering van de transparantie van de organisatie en de geldstromen, maar ziet deze kans nu nog onvoldoende benut.

Als het gaat om de wens van de werkgroep om aan banden te leggen hoe ver cbo’s mogen gaan met het uitwerken en bedenken van nieuwe vergoedingen, verwijst het kabinet naar de commissie-Pastors en drukt het partijen op het hart om hier voorzichtig mee om te gaan. Dit stelt de werkgroep niet gerust. Dit najaar nog probeerde Buma/Stemra een soort van Youtubebelasting te creëren. Het was niet de interne controle, maar de politieke druk die dit heeft voorkomen.

2. Thuiskopiestelsel en handhaving

Het kabinet geeft in zijn brief met betrekking tot het thuiskopiestelsel en handhaving aan de lijn van de werkgroep te willen volgen. De ontwikkeling van businessmodellen moet worden gestimuleerd, de thuiskopieheffing afgeschaft en downloaden moet strafbaar gesteld worden. Het kabinet deelt ook de stelling van de werkgroep dat een verbod op downloaden pas redelijk en werkzaam is wanneer er voldoende alternatieven zijn vanuit de industrie. Het kabinet verwijst naar het rapport «Ups en Downs3 », waarin een aantal marktsuggesties worden gedaan.

De werkgroep vindt het terecht dat het kabinet ook wijst op de handhaafbaarheid van het verbod op downloaden. Ook de werkgroep vindt het onwenselijk als er een heksenjacht op downloaders ontstaat. Zij wil hierbij benadrukken dat het verbod geen oplossing voor het probleem is, maar een logische stap wanneer er voldoende alternatieven voor de consument zijn. In Zweden zorgde het verbod voor een daling van het downloaden van illegaal aanbod van 80% en een toename van aanbieders als iTunes. Omdat het aanbod te weinig divers en consumentgericht is, is het illegaal downloaden nu weer langzaam aan het stijgen. Een verbod is dan ook alleen effectief wanneer er voldoende en divers legaal aanbod is. De werkgroep steunt een Europese aanpak zolang het de netneutraliteit niet in gevaar komt. Daarom heeft de werkgroep het«three-strikes-you-are-out»-model ook als onwenselijk bestempeld. Een regeling die alleen over evident illegaal materiaal zou gaan, is wat de werkgroep betreft te licht.

De werkgroep merkt op dat vanuit de industrie nu al de roep om een verbod op downloaden komt. Men is van mening dat er al voldoende alternatieven aanwezig zijn en/of dat de markt geen kans krijgt tussen het illegale aanbod. De consument wantrouwt de industrie en denkt dat er nooit een goed en betaalbaar alternatief zal komen. Het moment waarop de regeling in moet gaan, valt wat de werkgroep betreft dan ook niet makkelijk aan te wijzen. Alhoewel de werkgroep zelf een periode van drie jaar haalbaar acht, beseft zij ook dat het juiste moment afhankelijk is van vele actoren. Zij adviseert het kabinet dringend onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie een overleg te starten waarin in ieder geval de rechthebbenden, muziekindustrie, producenten, consumenten en internet service providers vertegenwoordigd zijn. Dit overleg zal uiteindelijk moeten bepalen wanneer de marktmodellen voldoende zijn voor een verbod op downloaden en het afschaffen van de thuiskopieregeling.

De werkgroep steunt de bevriezing van het thuiskopiestelsel. Een uitbreiding daarvan alvorens het wordt afgebouwd, acht zij niet logisch. Wel is de werkgroep van mening dat zolang er geen alternatief is in de vorm van goede businessmodellen, de artiesten per definitie de dupe zijn van deze periode van windstilte. De werkgroep wil het kabinet dan ook adviseren om voor de tussenliggende periode een oplossing te zoeken. Mogelijkerwijs kan voor de periode van drie jaar een afspraak gemaakt worden tussen rechthebbenden en de producenten van dragers.

3. Handhandhaving

Het stemt de werkgroep tot tevredenheid dat het kabinet openstaat voor de aanpassing van wetgeving wanneer de nog lopende juridische procedures in eerste aanleg van de voorzieningenrechter in Amsterdam (30 juli 2009)1, de rechtbank Utrecht (26 augustus 2009) 2 en de rechtbank Amsterdam (22 oktober 2009)3 tot onbevredigende onherroepelijke einduitspraken leiden. Hoewel het aansprakelijk stellen ter zake van uploaden voldoende juridisch geborgd lijkt, is voortdurende waakzaamheid van de wetgever geboden.

4. Auteurscontractenrecht

De werkgroep kan niet genoeg benadrukken dat het wetsvoorstel met betrekking tot het auteurscontractenrecht met spoed bij de Kamer moet worden ingediend.

5. Europese ontwikkelingen

De werkgroep hecht eraan om op te merken dat een eventueel gebrek aan Europese harmonisatie er op nationaal niveau niet toe kan en mag leiden dat het toezicht op buitenlandse marktpartijen achterwege blijft . Zij roept het kabinet dan ook op te anticiperen op de uitkomsten uit het overleg in de Europese Unie en ook buitenlandse organisaties tijdig onder de werking van het Nederlandse toezicht te brengen.


XNoot
1

Samenstelling:

Gerkens (SP), voorzitter, Smeets (PvdA), Teeven (VVD) en Van Vroonhoven-Kok (CDA).

XNoot
2

TK 2009–2010, 29 838, nr. 22.

XNoot
1

Zie noot 2, pagina 1.

XNoot
2

TK 2008–2009, 31 766.

XNoot
3

TNO Rapport Ups and downs – Economische en culturele gevolgen van file sharing voor muziek, film en games, TK 2008–2009, 29 838, nr. 14.

XNoot
1

LJN BJ4466 en LJN BJ 4298.

XNoot
2

LJN BJ 6008.

XNoot
3

LJN BK 1067.