Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29837 nr. 5 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2004-2005 | 29837 nr. 5 |
Vastgesteld 29 juni 2005
De algemene commissie Integratiebeleid1 heeft op 9 juni 2005 overleg gevoerd met minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie over:
– de brief d.d. 25 april 2005 (INT0500098) inzake inventarisatie van stukken over weerbaarheid tegen radicalisering;
– de brief d.d. 23 mei 2005 (INT0500115) inzake te verwachten stukken over weerbaarheid tegen radicalisering;
– de brief d.d. 28 april 2005 (INT0500099) inzake overzicht stukken over discriminatie op de arbeidsmarkt;
– de brief d.d. 17 mei 2005 (INT0500108) inzake overzicht stukken over discriminatie op de arbeidsmarkt;
– de brief d.d. 12 april 2005 (INT0500089) inzake openstaande verzoeken over:
1. de brief weerbaarheid moslims,
2. het antwoord op vragen inzake vrijstellen autochtone Nederlanders,
3. de toezegging inzake de notitie over de Antilliaanse risicojongeren,
4. de uitvoering van moties inzake de contourennota;
– de brief van 8 juni 2005 (05-INT-B-013) met overige planning en prioriteiten van de minister en reactie op toezeggingen.
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Dijsselbloem (PvdA) wijst erop dat de behandeling van de nieuwe Wet inburgering nieuwkomers aan het begin van het zomerreces in de ministerraad zal worden behandeld en dus in het najaar in de Kamer aan de orde zal komen. De behandeling in de Kamer begint met een schriftelijke procedure die, naar te verwachten is, parallel aan de begrotingsbehandeling zal worden doorlopen. In voorgaande jaren kreeg de Wet inburgering nieuwkomers tijdens de begrotingsdebatten veel aandacht. Daardoor is er het gevaar van doublures, doordat de nieuwe wet zowel tijdens de begrotingsdebatten als in de afzonderlijke schriftelijke procedure wordt besproken.
Hij wijst er voorts op dat bij de Kamer een voorstel is ingediend tot wijziging van de oude Wet inburgering nieuwkomers. Die wijziging is niet meer nodig als er een geheel nieuwe WIN komt. Wel is de wijziging van de WEB nog nodig.
Mevrouw Sterk (CDA) vult aan dat er onduidelijkheid is over de verschillende trajecten bij de behandeling van de wetsvoorstellen voor WIN en WEB. Deze wetten houden met elkaar verband. Aanvankelijk was het de bedoeling om de marktwerking voor het cursusaanbod een jaar uit te stellen. Niet duidelijk is hoe de situatie nu is.
De minister zegt dat het departement uitgaat van de invoering van de WIN per 1 april 2006. Dan zal ook de marktwerking voor het cursusaanbod gelden. Verschillende punten worden nog met OCW en de BVE-raad besproken, maar naar verwacht zal voor de zomer dat overleg zijn afgerond. Bij de behandeling van het wetsvoorstel WIN in het parlement kan de Kamer er zelf voor zorgen dat doublures worden voorkomen, bijvoorbeeld door de nieuwe wet in een afzonderlijk debat te behandelen.
De minister zegt dat in de ministerraad een aantal opties voor de naturalisatiedag is besproken. De conceptbrief hierover zal in de ministerraad van 24 juni worden behandeld. Voor het zomerreces zal de Kamer per brief worden geïnformeerd, zodat zij daarover eventueel nog voor het zomerreces kan debatteren.
De heer Dijsselbloem zegt ten aanzien van de pilots voor de inburgering in het buitenland andere verwachtingen te hebben gehad en wel in die zin dat daarmee zou worden nagegaan hoe het systeem in de praktijk werkt vanuit het perspectief van de examinandi. Nu blijkt dat de pilot wordt beoordeeld vanuit het perspectief van het ambassadepersoneel.
De minister antwoordt dat de pilots zijn bedoeld om het ambassadepersoneel met het nieuwe systeem te leren omgaan. De pilots zijn zo goed als afgerond. De onderzoeken naar de werking van het nieuwe systeem en de betrouwbaarheid van het examen is nog niet klaar. Dat betekent dat het wetsvoorstel pas na het zomerreces in de Kamer kan worden behandeld.
Mevrouw Adelmund (PvdA) vraagt of het ook mogelijk is met de pilots na te gaan hoe het systeem door de examinandi wordt beleefd.
De minister zegt dat het nooit de bedoeling is geweest om met de pilots na te gaan hoe het systeem door de examinandi wordt ervaren. Zij zijn alleen bedoeld voor het ambassadepersoneel. Wel komt de positie van de examinandi in het wetenschappelijk onderzoek aan de orde.
De heer Dijsselbloem wil nog weten of bij de pilot gebruik is gemaakt van pseudo-examinandi.
De minister antwoordt dat dit niet het geval is geweest. Wel heeft het ambassadepersoneel de rol van de examinandi onderzocht.
De heer Dijsselbloem wil voorts weten wat het standpunt van de Europese Commissie was.
De minister antwoordt dat de Kamer hierover binnen een week per brief wordt geïnformeerd.
De heer Dijsselbloem wil weten of de arrangementen per gemeenten verschillen. Het rendement van het beschikbare geld zou zijns inziens moeten worden verhoogd. Zijn er prestatieafspraken gemaakt of doelstellingen afgesproken? Hoe is verzekerd dat het rendement van de overheidsfinanciering groter wordt?
De minister antwoordt dat de overeenkomsten inderdaad per gemeente verschillen, omdat de ene gemeente meer voor een bepaalde groep zou kunnen doen dan de andere, maar zij streven wel hetzelfde doel na. Gemeenten kunnen op grond van de arrangementen ook met nieuwe projecten beginnen. Om het rendement van de verstrekte middelen te kunnen beoordelen zijn toetsbare criteria opgesteld. Die richten zich met name op de aspecten: schooluitval, werkloosheid en criminaliteit. De oververtegenwoordiging van de Antilliaanse jongeren in die categorieën moet met de helft verminderen. Per jaar wordt gemonitord of de beoogde resultaten zijn bereikt en of het geld doelmatig wordt uitgegeven.
De minister zegt in antwoord op een vraag van mevrouw Sterk hierover dat het wetsvoorstel voor aanvullende maatregelen voor immigratie van Antilliaanse risicojongeren voor 1 juni 2006 wordt ingediend.
De heer Dijsselbloem vraagt of de Kamer kan worden geïnformeerd over de gesprekken met premier Ys over de risicojongeren.
De minister zegt dit te zullen doen.
Situatie van de Molukkers in Nederland
Mevrouw Sterk zegt dat de Kamer om meer informatie heeft gevraagd over de situatie van de Molukkers in Nederland. De brief die daarop volgde bevatte weinig gegevens. De Kamer heeft opnieuw om een brief gevraagd. Over deze brief wordt niets in het overzicht gezegd.
Mevrouw Adelmund meent dat de voorgestelde procedure met zich zou brengen dat de Kamer eerst overleg met vertegenwoordigers van de Molukkers in Nederland voert. Daarna zou opnieuw een verzoek aan het departement worden gedaan.
De heer Dijsselbloem zegt dat zijn fractie zich in het algemeen zorgen maakt over de situatie van de verschillende minderheden in Nederland, zoals de Molukkers, de Roma en de Sinti. Daarom was er behoefte aan meer informatie over bijvoorbeeld schooluitval en werkloosheid bij deze groepen.
De minister antwoordt de Kamer op 30 mei een brief te hebben geschreven over de situatie van de Roma en de Sinti. Zij wil werkbezoeken aan de Molukse gemeenschap afleggen om zich op de hoogte te stellen van de eventuele problemen daar. Er zal een boek verschijnen over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. Uit het gesprek met de onderzoekers die het boek schrijven is gebleken dat de derde generatie Molukkers zorgen baart. Het ligt voor de hand dat na het verschijnen van het boek over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland het kabinet een debat met de Kamer voert.
De heer Dijsselbloem herinnert aan een brief van de minister met de beleidsvoornemens op het punt van de dubbele nationaliteiten. Over die beleidsbrief moet nog met de minister worden gesproken. Daarna zou wetswijziging in de rede liggen. Echter de wetswijziging is reeds voorzien.
De minister antwoordt dat het aan de Kamer is om over de beleidsbrief een AO te plannen.
Racisme- en discriminatiebestrijding
De heer Dijsselbloem wil weten wanneer zich een goed moment voor zal doen om over de voortgangsrapportages racisme- en discriminatiebestrijding te debatteren.
De minister antwoordt dat zeer binnenkort de Kamer het NAP en een brief over horecadiscriminatie zal worden aangeboden en dat aan de hand daarvan wellicht na het zomerreces met de Kamer een algemeen overleg kan worden gevoerd. De Kamer zal later over racisme- en discriminatiebestrijding nog twee rapportages ontvangen, een van de Anne Frankstichting, de LBR en de Universiteit Leiden en een van de Anne Frankstichting.
Mevrouw Adelmund wijst erop dat thema's als segregatie in de wijken, segregatie in het onderwijs, discriminatie op de arbeidsmarkt en bij woningtoewijzing etc. de inbreng van de coördinerend bewindspersoon van V en I vereisen. Op welke wijze zal de minister haar inbreng bij deze verschillende thema's leveren?
De minister vindt dat de vakministers eerst aan bod zijn bij de behandeling van onderwerpen die hun beleidsterrein betreffen. Zij volgt de discussies erover wel, maar vindt dat zij als coördinerend minister veeleer stimulerend en initiërend moet optreden.
Mevrouw Sterk vindt dat elke minister verantwoordelijkheid moet durven nemen voor het regeringsbeleid. Zij vindt dat de Kamer enigszins de hand in eigen boezem moet steken en dat sommige commissies bereid moeten zijn om leden van andere commissies uit te nodigen.
Mevrouw Adelmund vraagt zich af of analyse aan de emancipatietoets een ook integratietoets zou kunnen worden toegepast bij regelgeving op het terrein van V en I.
De minister antwoordt dat een commissie onder voorzitterschap van mevrouw Lodders de specifieke gendereffecten van het regeringsbeleid onderzoekt. Daarbij komt ook het integratiebeleid aan de orde. De Kamer wordt nog meegedeeld wanneer de commissie rapport uitbrengt.
De heer Dijsselbloem vraagt of de Kamer kan worden geïnformeerd over de aanbesteding van een voorlichtingscampagne voor integratie.
De minister zegt toe de Kamer hierover te zullen informeren.
Mevrouw Sterk wil graag weten wat de reactie van de minister is geweest op de uitspraak van premier Ys dat hij de risicojongeren die op de Antillen de vormingsplicht ontduiken en naar Nederland vertrekken, naar de Antillen wil laten terugkeren.
De minister antwoordt dat de rijksdelen verplicht zijn elkaar bijstand te verlenen. Het is dan ook logisch dat als jongeren de sociale vormingsplicht op de Antillen ontduiken Nederland deze jongeren terugstuurt naar de Antillen. Op dit punt is er overeenstemming met de heer Ys. Zij wijst er verder op dat Nederland bij het treffen van maatregelen ten aanzien van migratie niet afhankelijk is van de medewerking van de regering van de Antillen.
Samenstelling:
Leden: Klaas de Vries (PvdA), Vos (GroenLinks), Hofstra (VVD), Lambrechts (D66), Adelmund (PvdA), voorzitter, Lazrak (Groep Lazrak), Hamer (PvdA), Arib (PvdA), Bussemaker (PvdA), Kant (SP), Wilders (Groep Wilders), Örgü (VVD), Balemans (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Depla (PvdA), Vergeer (SP), Van Bochove (CDA), Ferrier (CDA), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Bruls (CDA), ondervoorzitter, Sterk (CDA), Varela (LPF), Algra (CDA), Eski (CDA), Nawijn (LPF), Hirsi Ali (VVD), Visser (VVD), Azough (GroenLinks), Jonker (CDA).
Plv. leden: Stuurman (PvdA), Van Gent (GroenLinks), Dittrich (D66), Tjon-A-Ten (PvdA), Leerdam (PvdA), Wolfsen (PvdA), Van Heemst (PvdA), Gerkens (SP), Van Miltenburg (VVD), Cornielje (VVD), Albayrak (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Velzen (SP), Koopmans (CDA), Jan de Vries (CDA), Van der Staaij (SGP), Mastwijk (CDA), Kraneveldt (LPF), Van de Camp (CDA), Rambocus (CDA), Eerdmans (LPF), Blok (VVD), Rijpstra (VVD), Halsema (GroenLinks).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29837-5.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.