nr. 33
TWEEDE NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN APTROOT EN HESSELS TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 32
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
I
In onderdeel B komt artikel 5.15 te luiden:
Artikel 5.15
1. Gemeenten bieden geen openbare elektronische communicatienetwerken
of openbare elektronische communicatiediensten aan.
2. Gemeenten hebben geen belang of zeggenschap in ondernemingen die
openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten
aanbieden.
3. In afwijking van het tweede lid kunnen gemeenten een minderheidsbelang –
tenzij omstandigheden een groter belang rechtvaardigen – hebben in een
onderneming die tot doel heeft een openbaar elektronisch communicatienetwerk
aan te leggen, indien het aannemelijk is dat zonder de deelname van de gemeente
een vergelijkbaar netwerk niet tot stand komt.
4. Burgemeester en Wethouders van een gemeente, die een belang heeft
in een onderneming, die openbare elektronische netwerken aanbiedt, stellen
ten minste een keer in de vijf jaar een rapport vast ter verantwoording van
de beslissing om het belang te continueren of af te stoten. Zij stellen het
college van de OPTA in de gelegenheid over het ontwerp van het rapport advies
uit te brengen. Het rapport wordt bekend gemaakt met toepassing van artikel
3:42 van de Algemene Wet Bestuursrecht
5. Personen die besluiten voorbereiden als bedoeld in artikel 5.4,
eerste lid, onder b zijn niet betrokken bij besluitvorming of activiteiten
in samenhang met het derde lid of vierde lid.
6. Het voornemen een belang te nemen als bedoeld in het derde lid,
wordt bekendgemaakt. Artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Bij de bekendmaking van het voornemen wordt de omvang
van het belang en de redengeving ervan vermeld. Tevens wordt bekendgemaakt
waar en wanneer nadere informatie over het voornemen van de te nemen beslissing
kan worden verkregen.
7. Bij de toepassing van artikel 5.4, tweede lid, bevoordelen burgemeester
en wethouders geen ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken
aanbieden waarin de gemeente een belang heeft, boven concurrerende ondernemingen.
II
In onderdeel D wordt «5.12 en 5.14 van deze wet» vervangen
door: 5.14 en 5.15 van deze wet.
III
Onderdeel H wordt vervangen door:
H
Na artikel 20.11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 20.12
1. Artikel 5.15, eerste lid, is niet van toepassing op een gemeente
die openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische
communicatiediensten aanbiedt, voor zover die gemeente op het tijdstip van
inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet
in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de
aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken
(Stb. ...) deze netwerken of diensten reeds aanbiedt.
2. Artikel 5.15, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing
op een gemeente met een belang of zeggenschap in een onderneming die openbare
elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten
aanbiedt, voor zover die gemeente dat belang of die zeggenschap op het tijdstip
van inwerkingtreding van de wet, houdende wijziging van de Telecommunicatiewet
in verband met een herziening van het nationale beleid ten aanzien van de
aanleg van kabels ten dienste van openbare elektronische communicatienetwerken
(Stb. ...) reeds heeft.
Toelichting
1. Uitgangspunt van het wetsartikel is dat de gemeente niet investeert
of deelneemt in openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische
communicatiediensten. Dit wordt aan de markt overgelaten.
Indien de markt echter een vergelijkbaar netwerk niet tot stand brengt
kan de gemeente een minderheidsbelang (maximaal 49%) nemen in het netwerk.
Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een groter belang rechtvaardigen.
Hierbij kan gedacht worden aan het ontsluiten van het landelijk gebied,
waar uit rendementsoverwegingen geen participatie aannemelijk is van private
partijen.
2. In onderdeel I is artikel 5.15 is zo geformuleerd dat de bepaling
gemeenten adresseert en niet ondernemingen, aangezien een verbod opleggen
aan ondernemingen in strijd is met richtlijn 2002/77/EG van de commissie van
16 september 2002 betreffende de mededinging op de markten
voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PbEG L 249).
3. De wijziging opgenomen in onderdeel II is nodig omdat (het verbod
van) artikel 5.15 gemeenten adresseert i.p.v. ondernemingen. Het college van
OPTA is staatsrechtelijk als zelfstandig bestuurorgaan niet de geëigende
instantie om toe te zien op gemeenten. Daarom wordt artikel 15.1 van de Telecommunicatiewet
gewijzigd. Artikel 5.15 wordt toegevoegd aan de artikelen waarvoor geldt dat
OPTA hier niet op toeziet.
Hiermee wordt bereikt dat het gebruikelijke toezicht op gemeenten van
toepassing is (vernietiging door de Kroon).
4. De overgangsbepaling 20.12 is nodig, omdat de verplichting zonder
compensatie om het belang terug te brengen of te vervreemden in strijd zou
kunnen zijn met (het Eerste Protocol van het) EVRM en de Grondwet (onteigening
zonder schadevergoeding).
5. Vaststellen van de behoefte aan een netwerk is niet goed als wettelijke
bepaling op te nemen. Een bewijs dat dit het geval is, is niet juridisch hard
te leveren. Dan zou haast wiskundig moeten kunnen worden bewezen.
Daarom is gekozen voor de formulering: «aannemelijk is dat zonder
de deelname van de gemeente een vergelijkbaar netwerk niet tot stand komt.»
Dat zou bijvoorbeeld kunnen blijken uit een studie die door een onafhankelijke
partij is verricht, in opdracht van een gemeente of een andere opdrachtgever.
6. De gemeente mag conform het derde lid slechts in uitzonderlijke
gevallen deel nemen in een onderneming, die tot doel heeft een elektronisch
communicatienetwerk aan te leggen.
Indien de gemeente aan deze beperking voldoet, moet een periodieke toets
van deze uitzonderingsbepaling plaatsvinden. Daartoe moeten burgemeester en
wethouders van de betreffende gemeente iedere vijf jaar aan de gemeenteraad
rapporteren over hun afweging het belang te continueren of af te stoten.
Zij stellen de OPTA in de gelegenheid vooraf advies uit te brengen over
het rapport. OPTA toetst daarbij aan de uitgangspunten van artikel 5.15 lid
3 van deze Wet. Indien de gemeente in haar afwegingen afwijkt van het bedoelde
in artikel 5.15 lid 3 kan het besluit – mede op grond van het advies
van de OPTA – conform het reguliere toezicht ex Gemeentewet door de
Kroon geschorst of vernietigd worden.
Aptroot
Hessels