nr. 13
DERDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 1 februari 2006
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:
a. In artikel 5.1 wordt «aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk»
vervangen door: aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk.
b. In artikel 5.4, vierde lid, onder c, wordt «instandhouding,
verplaatsing en opruiming» vervangen door: instandhouding en opruiming.
c. In artikel 5.6, eerste lid, wordt «het bepaalde bij of krachtens
de artikelen 5.3 en 5.4» vervangen door: het bepaalde bij of krachtens
de artikelen 5.3 en 5.4, eerste tot en met vierde lid, onder e,.
B
Artikel I, onderdeel Ba, wordt als volgt gewijzigd:
a. In artikel 6a.21, eerste, tweede en derde lid, wordt «de
artikelen 6a.12 tot en met 6a.15» telkens vervangen door: de artikelen
6a.12, 6a.13, 6a.14 en 6a.22.
b. In artikel 6a.21, vierde lid, wordt «de artikelen 6a.12
tot en met 6a.15» vervangen door: de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14.
c. Na artikel 6a.21 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 6a.22
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere verplichtingen dan de
verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14, worden aangewezen
die het college op grond van artikel 6a.21, derde lid, kan opleggen
aan ondernemingen die een aanmerkelijke marktmacht hebben bij het aanbieden
van programmadiensten.
C
In artikel I worden na onderdeel Ba twee nieuw onderdelen ingevoegd, luidende:
Bb
Hoofdstuk 7 wordt als volgt gewijzigd:
a. In artikel 7.1 wordt onder vernummering van het derde lid tot
vierde lid een lid ingevoegd, luidende:
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op
aanbieders van programmadiensten.
b. In de artikelen 7.1, vierde lid, en 7.4 wordt «openbare
elektronische communicatiediensten» telkens vervangen door: openbare
elektronische communicatiediensten of programmadiensten.
c. Voor de tekst van artikel 7.2 wordt de aanduiding «1»
geplaatst.
d. Er wordt een lid toegevoegd aan artikel 7.2, luidende:
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanbieders
van programmadiensten. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën
van programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende
aanbieder de in de vorige volzin bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk
buiten toepassing blijft.
e. In artikel 7.8 wordt «of openbare elektronische communicatiediensten»
telkens vervangen door: , openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten.
f. In artikel 7.8, eerste lid, wordt «consumentenbescherming»
vervangen door: de bescherming van natuurlijke personen die gebruik maken
van of verzoeken om openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten
voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden.
Bc
Artikel 12.1 wordt als volgt gewijzigd:
a. «of andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
openbare elektronische communicatiediensten» wordt vervangen door: , andere
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen openbare elektronische communicatiediensten
of bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen programmadiensten.
b. Na «een openbare elektronische communicatiedienst»
wordt ingevoegd: of een programmadienst.
c. «een consument» wordt vervangen door: een natuurlijk
persoon die voor andere dan bedrijfs- of beroepsdoeleinden handelt.
TOELICHTING
Onderdeel A
Voor alle duidelijkheid wordt in subonderdeel a aangegeven dat de in dit
hoofdstuk opgenomen rechten en plichten gelden voor diegenen die een openbaar
elektronisch communicatienetwerk aanbieden zoals gedefinieerd in artikel 5.1.
Met het vervallen van het in eerste instantie voorgestelde artikel 5.12 (dat
ook van toepassing was op kabels van niet-openbare netten) hoeft artikel 5.1
uitsluitend betrekking te hebben op aanbieders van openbare elektronische
communicatienetwerken. Aangezien het verplaatsen van kabels reeds valt onder
de beschrijving «aanleg, instandhouding en opruiming» van kabels,
kan het woord «verplaatsing» in artikel 5.4 worden weggelaten.
Dit wordt in subonderdeel b geregeld. Als laatste voorkomt subonderdeel c
dat de regels gesteld door gemeenten ten aanzien van spoedeisende werkzaamheden
onbedoeld niet van toepassing zouden zijn in het geval deze werkzaamheden
moeten worden uitgevoerd.
Onderdeel B
In artikel 6a.21 is bepaald dat het college de verplichtingen, bedoeld
in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.15, kan opleggen aan aanbieders van programmadiensten
met aanmerkelijke marktmacht. Het gaat hier om dezelfde verplichtingen die
het college kan opleggen aan aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten
die aanmerkelijke marktmacht hebben. Artikel 6a.15 geeft aan de regering de
bevoegdheid om bij algemene maatregel van bestuur verplichtingen aan te wijzen
die het college kan opleggen aan aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten
met aanmerkelijke marktmacht. Van belang is dat artikel 6a.15 uitsluitend
de bevoegdheid geeft om regels te stellen ter uitvoering van richtlijn nr.
2002/22/EG (Universeledienstrichtlijn). Aangezien dit wetsvoorstel niet strekt
tot implementatie van de Universeledienstrichtlijn is een verwijzing naar
artikel 6a.15 niet logisch. Om die reden wordt de verwijzing naar artikel
6a.15 geschrapt en wordt een delegatiegrondslag ingevoegd die geen verwijzing
kent naar de Universeledienstrichtlijn.
Onderdeel C
Hoofdstuk 7 van de Telecommunicatiewet bevat regels ter bescherming van
eindgebruikers. Deze regels richten zich vaak tot aanbieders van openbare
elektronische communicatiediensten. Uit de ontwerpbesluiten van OPTA over
de markten voor de doorgifte en ontvangst van omroepsignalen blijkt dat kabelbedrijven
aan hun afnemers zowel een openbare elektronische communicatiedienst aanbieden
(transport van programma’s) als een inhoudsdienst (het programmapakket).
Concreet betekent dit dat als een consument het radio- en televisiepakket
afneemt van een kabelbedrijf hij slechts voor de transportdienst een beroep
kan doen op hoofdstuk 7 van de Telecommunicatiewet. De inhoudsdienst valt
immers buiten de reikwijdte van hoofdstuk 7. In lijn met de eerste nota van
wijziging worden aanbieders van inhoudsdiensten nu ook onder de reikwijdte
van hoofdstuk 7 gebracht. Hiermee is verzekerd dat eindgebruikers ook een
beroep kunnen doen op hoofdstuk 7, indien zij een programmadienst afnemen.
Tot slot is van belang dat niet alle bepalingen ter bescherming van consumenten
zijn opgenomen in hoofdstuk 7 van de Telecommunicatiewet. Zo ziet artikel
12.1 van de Telecommunicatiewet op geschilbeslechting tussen consumenten en
aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten. Aangezien dit
artikel – net als hoofdstuk 7 – alleen spreekt over
aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten, wordt het artikel
gewijzigd, zodat het artikel eveneens betrekking heeft op aanbieders van programmadiensten.
De Minister van Economische Zaken,
L. J. Brinkhorst