Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 mei 2014
Bijgaand ontvangt u ter informatie het rapport «Smart Industry, Dutch industry fit for the future»1. Dit rapport is opgesteld door FME-CWM, TNO, de Kamer van Koophandel, VNO-NCW en
mijn Ministerie. Het rapport is op 7 april jl. tijdens de Hannover Messe aangeboden
aan premier Rutte en mevrouw Wanka, Minister van Onderwijs en Onderzoek van Duitsland.
Belang industrie voor de verdienkracht van Nederland
De industrie is van wezenlijk belang voor de verdienkracht van de Nederlandse economie.
De industrie in Nederland is goed voor circa 13% van ons Bruto Binnenlands Product
en circa 825.000 banen (ongeveer 10% van de werkzame beroepsbevolking). Houden we
rekening met de onderlinge verwevenheid tussen de industrie en de dienstensector,
dan zorgt de industrie direct en indirect zelfs voor meer dan 1,5 miljoen banen in
Nederland. De Nederlandse industrie behoort tot de meest productieve ter wereld.2 Dit komt mede doordat er veel in innovatie wordt geïnvesteerd: als we de industrie
breed definiëren en alle topsectoren meerekenen, dan neemt de industrie 97% van de
private R&D-uitgaven in Nederland voor zijn rekening. De innovatiekracht van de Nederlandse
industrie leidt tot nieuwe verdienmodellen en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen
zoals duurzame energie, schoon drinkwater en voedselveiligheid: Global challenges, Dutch solutions.
ICT-ontwikkelingen veranderen de industrie in hoog tempo
Op veel (niche)markten nemen Nederlandse industriële bedrijven wereldwijd topposities
in, of het nu gaat om high tech systemen en materialen, chemie, agri&food of andere
(top)sectoren. Mede als gevolg van de snelle toename van mogelijkheden die de Informatie-
en Communicatietechnologie (ICT) biedt, gaan de ontwikkelingen echter snel. Door nieuwe
productietechnologieën en de verdere integratie van ICT in het hele proces van ontwerpen,
fabriceren en distribueren, alsook in de producten zelf verandert de industrie radicaal.
Machines onderling, producten en productiemiddelen raken meer en meer verbonden door
middel van sensoren en door toepassing van het zogenaamde «internet of things».
Belangrijk is ook dat hierdoor veel informatie en data worden verzameld die weer benut
kunnen worden, bijvoorbeeld voor het verbeteren van productiemethoden en voor nieuwe
verdienmodellen. Op de consumentenmarkt is dit zichtbaar in bijvoorbeeld auto’s of
de slimme thermostaat. In de fabriek gaat dit onder meer om robots, lopende banden
en transportmiddelen.
Rapport «Smart Industry: Dutch industry fit for the future»
Bovengenoemde ontwikkelingen worden in Duitsland getypeerd als de vierde industriële
revolutie («industrie 4.0») en het thema is onderdeel van het Duitse industriebeleid.
FME-CWM, TNO, de Kamer van Koophandel, VNO-NCW en mijn Ministerie hebben eind vorig
jaar besloten om in kaart te brengen wat deze ontwikkelingen voor Nederland betekenen.
Het voorliggende rapport stelt dat Nederland onder andere door een unieke combinatie
van high-tech industrie, ICT, logistiek, dienstverlening en de creatieve sector goed
kan inspelen op de kansen die smart industry biedt. Door als industrie, kennisinstellingen en overheid gezamenlijk de handschoen
op te pakken kunnen die kansen verzilverd worden. Zo versterken we onze economie.
Dat levert welvaart en werkgelegenheid op.
Het rapport stelt dat de volgende vier onderwerpen cruciaal zijn om de kansen van
smart industry te benutten:
-
– New business: Versneld ontwikkelen en toepassen van nieuwe producten, technologieën
en businessmodellen op basis van reeds beschikbare kennis.
-
– New knowledge: Bevordering van cross-sectorale kennisontwikkeling en -overdracht.
-
– New skills: Meer en andere kennis en vaardigheden van de werknemers.
-
– Supporting policies: Het scheppen van de juiste randvoorwaarden voor smart industry zoals een excellente ICT infrastructuur.
Actie-agenda
Inmiddels heb ik mevrouw Ineke Dezentjé Hamming (voorzitter FME-CWM) gevraagd om een
team te leiden met vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstellingen en overheid
dat het rapport uitwerkt in een concrete actieagenda. Deze agenda zal in de tweede
helft van dit jaar gereed zijn en vormt een verdieping van het topsectorenbeleid en
de daaraan gekoppelde ICT-agenda. De agenda zal onder andere ingaan op nieuwe businessmodellen,
R&D, scholing en de randvoorwaarden die de overheid kan stellen om de transitie naar
een smart industry te ondersteunen.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp