nr. 142
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 juni 2008
Tijdens het Algemeen Overleg van 1 november 2007 (kamerstuk 24 587/31 215,
nr. 239) over de veiligheid en kwaliteit van Justitiële Jeugdinrichtingen
hebben de Staatssecretaris van Justitie en ik met uw Kamer gesproken over
een verbeterimpuls voor de veiligheid van zorg in een gesloten setting. Aanleiding
voor dit debat waren de rapporten van de Inspectie Jeugdzorg over de veiligheid
in de JJI’s. In het debat is door de Staatsecretaris van Justitie aangegeven
dat geld beschikbaar zou worden gesteld om de veiligheid in de JJI’s
te vergroten. Daarbij is door uw Kamer terecht opgemerkt dat een dergelijke
impuls ook van belang is voor de JJI’s die per 1 januari 2008 zijn
overgekomen naar het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin ten behoeve van
de gesloten jeugdzorg.
Ik erken de noodzaak daarvan. Ik heb u tevens aangegeven dat ik een integrale
visie wil op het begrip «verantwoorde zorg» in de gesloten jeugdzorg.
Deze visie zal het uitgangspunt zijn voor de gehele gesloten jeugdzorg, dat
wil zeggen zowel voor de instellingen die zijn overgekomen van Justitie als
voor de nieuwe aanbieders. Deze aanbieders hebben daarom samen het Streefbeeld
Jeugdzorg Plus opgesteld, waarin is weergegeven welke ambities er zijn om
het begrip verantwoorde zorg in te vullen. Dit Streefbeeld wordt momenteel
verder uitgewerkt. Bovendien is de Inspectie Jeugdzorg bezig met het opstellen
van een toetsingskader, om al op korte termijn te beschikken over de meest
essentiële normen voor de gesloten jeugdzorg. In het najaar zal ik u
informeren over dit toetsingkader en over de uitwerking van het Streefbeeld
Jeugdzorg Plus. Daarmee zal ik ook voldoen aan de motie van het Kamerlid Dibi
(Tweede Kamer, 2006–2007, 30 644, nr. 17) waarin mij wordt verzocht
om te melden welke kwaliteitscriteria er gelden voor de gesloten jeugdzorg.
Recent heeft de Staatssecretaris van Justitie aangegeven welke plannen
zij heeft voor de verbetering van de kwaliteit in de JJI’s (kamerstuk
24 587/28 741, nr. 279). In die brief heeft zij tevens gemeld dat
u in het najaar verder geïnformeerd zal worden over mijn plannen én
de beschikbare middelen voor de verbetering in de gesloten jeugdzorginstellingen.
Er wordt nu door de aanbieders vastgesteld welke consequenties de ambities
uit het Streefbeeld hebben en welke aanpassingen dit precies vergt in de instellingen.
Hiervoor is een verdere uitwerking van het Streefbeeld noodzakelijk. Op basis
van die uitwerking en op basis van het toetsingskader kan ik bepalen welke
maatregelen nodig zijn vanaf 2009 om de veiligheid en kwaliteit te verbeteren.
Ik kan al wel melden dat ik hiervoor tot en met 2012 een substantieel bedrag
beschikbaar zal stellen. Voor 2008 gaat het om een bedrag van € 10,7
miljoen. Ik wil dit besteden aan de volgende onderwerpen:
a. Groepsgrootte
Vooruitlopend op de uitwerking van de ambities in het streefbeeld is het
duidelijk dat de overgekomen JJI’s vaak met grotere groepen werken dan
de nieuwe zorgaanbieders en dat ook hier de ambitie is om met kleinere groepen
te gaan werken. Ik wil deze instellingen hiervoor graag zo snel mogelijk de
kans geven om meer personeel aan te trekken.
b. Gedragswetenschappers
Met de komst van de gesloten jeugdzorg is er voor de gedragswetenschappers
in de jeugdzorg een mogelijke intensivering van taken in verband met de rechtswaarborgen
die er in de gesloten jeugdzorg gelden. De gedragswetenschappers hebben zelf
aangegeven hiervoor inhoudelijk een inhaalslag te willen maken. Ik zal, in
overleg met de MO-groep, dit ook ondersteunen.
c. Nascholing/bijscholing
Bij de uitwerking van het streefbeeld zullen normen worden opgesteld voor
het opleidingsniveau van medewerkers. Nu is reeds duidelijk dat er ruimte
moet zijn voor bij- en nascholingscursussen voor specifiek de gesloten jeugdzorg.
Ook hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld.
d. Bezoekregelingen
Gesloten jeugdzorginstellingen hebben aangegeven knelpunten te ervaren
rond bezoekregelingen. Enerzijds zijn er meer beperkende maatregelen nodig
in vergelijking met open jeugdzorginstellingen, zoals extra bewaking. Aan
de andere kant willen met name de overgekomen oud-JJI’s juist meer vrijheid
bieden door bijvoorbeeld het verwijderen van fysieke barrières zoals
tralies in bezoekruimtes. De aanpassingen aan de gebouwen of personele situatie,
die nodig zijn om bezoekregelingen in de gesloten jeugdzorg veilig en publieksvriendelijk
vorm te geven, vind ik passen binnen het kader «verbeterimpuls gesloten
jeugdzorg». Alle instellingen zullen in 2008 daarom een extra vergoeding
ontvangen om hun bezoekregelingen zo vorm te geven dat het aan zowel de veiligheid
als de behoefte aan vrijheid voldoet. Voor de ene instelling kan dat betekenen
dat er extra personeel wordt ingezet om een oogje in het zeil te houden, terwijl
een andere instelling het geld gebruikt om bezoekruimtes vriendelijker in
te richten. Ik zal over de concrete invulling in overleg treden met de aanbieders.
e. Transitie tweede tranche
In 2009 zullen nog twee JJI’s overkomen naar Jeugd en Gezin. Het
gaat om de JJI Den Engh en JJI De Heuvelrug (locatie De Lindenhorst). Deze
instellingen zijn zich nu samen met mij en de Dienst Justitiële Inrichtingen
van Justitie aan het voorbereiden op deze transitie. Om dit te begeleiden stel ik aan deze instellingen, in navolging van het traject voor de
reeds overgehevelde JJI’s, geld beschikbaar voor de transitiekosten.
Ik ben op dit moment in overleg met de beide instellingen en DJI samen om
een soepele overkomst voor te bereiden. Ik zal u zo spoedig mogelijk nader
informeren over de stand van zaken, zoals eerder is toegezegd.
f. Programma uitwerking Streefbeeld Jeugdzorg Plus
Zoals eerder vermeld zijn de aanbieders gezamenlijk bezig met de uitwerking
van het Streefbeeld Jeugdzorg Plus. Het mag duidelijk zijn dat ik hier veel
belang aan hecht. Ik wil hen daarom ondersteunen bij het uitwerken van hun
plannen. Ik ben momenteel in overleg met de aanbieders over het opzetten van
een programma, waarin niet alleen de normen voor verantwoorde zorg worden
uitgewerkt, maar waarbij de instellingen ook worden geholpen met het implementeren
van deze normen. Het programma en de financiële ondersteuning door het
programmaministerie, zullen naar verwachting lopen van 2008 tot en met 2010.
Ik zal u in het najaar informeren over de aanpak voor de jaren 2009 en 2010.
Zoals aangegeven beschouw ik deze intensivering als de start van de nadere
uitwerking van het Streefbeeld Jeugdzorg Plus. Ik ben van mening dat ik de
instellingen hiermee in de positie breng om de normen voor verantwoorde zorg
op te stellen en te implementeren.
De minister voor Jeugd en Gezin,
A. Rouvoet