Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200529800-XVI nr. 135

29 800 XVI
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2005

nr. 135
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2005

Tijdens het Algemeen Overleg van 3 november 2004 over inspectierapporten heb ik toegezegd u nader te informeren over het toekomstig beleid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) met betrekking tot openbaarmaking van inspectie-informatie.

Met deze brief voldoe ik aan deze toezegging.

Het doel van openbaarmaking van inspectie-informatie is drieledig:

1. De patiënt/cliënt in staat stellen zijn rol in de markt beter te spelen. De patiënt/cliënt kan beter kiezen als inspectiegegevens over kwaliteit van zorg openbaar zijn. Dit is van belang nu er meer marktprikkels in de zorg worden geïntroduceerd.

2. Verhoging nalevingniveau. Openbaarmaking van inspectiegegevens stimuleert de aandacht voor kwaliteit binnen de instelling en vergroot de druk op de minder presterende zorginstellingen en beroepsbeoefenaren. Dit stimuleert naleving van wet- en regelgeving voor veiligheid en kwaliteit van de zorg. Openbaarmaking is daarmee een handhavinginstrument.

3. Transparante overheid. De werkwijze van de IGZ moet inzichtelijk zijn en de IGZ moet zich in haar rapportages verantwoorden. Het moet duidelijk zijn welke feiten aan de conclusies van een rapportage ten grondslag liggen.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) streeft ernaar om op termijn al haar rapporten actief openbaar te maken door ze op internet (www.igz.nl) te plaatsen. Daarnaast blijft de IGZ ook andere communicatiestrategieën inzetten, zoals het uitbrengen van een persbericht, een persconferentie, een interview, een artikel, enzovoort.

Dit voornemen houdt in dat de komende jaren de inspectie ook gegevens over individuele instellingen en beroepsbeoefenaren actief openbaar maakt. Uitgangspunt is dat de definitieve inspectierapporten die de IGZ aan instellingen zendt ook voor de burger beschikbaar behoren te zijn. De instelling is er immers ook voor de burger. Deze inzet past in het door mij voorgestane beleid waarin zorgverleners en instellingen transparant verantwoording afleggen over hun prestaties en waarin burgers en verzekeraars duidelijke keuzen kunnen maken voor een instelling die zorg van een bepaalde kwaliteit levert.

De IGZ kiest voor een gefaseerde- en daardoor realiseerbareuitbreiding van actieve openbaarmaking van inspectie-informatie. Het gaat om de volgende eindproducten:

Organisatie-informatie

Meerjarenactiviteitenplan (eens per vier jaar)

Jaarwerkplan

Jaarrapport/jaarverslag

Beleidsinformatie

Rapport algemeen toezicht (AT)

Rapport thematisch toezicht (TT)

Rapport naar aanleiding van onderzoek bij een individuele instelling (achterliggend aan een rapport over thematisch toezicht)

Rapport interventie toezicht (IT)

Bevel opgelegd aan instelling

Bevel opgelegd aan beroepsbeoefenaar

Advies aan minister om een aanwijzing op te leggen

Staat van de Gezondheidszorg

Circulaire

IGZ-bulletin

Nu al actief openbaar

De IGZ zet de volgende eindproducten nu al standaard op haar internetpagina: meerjaren-activiteitenplan, jaarwerkplan, jaarrapport/jaarverslag, Staat van de Gezondheidszorg, circulaires en IGZ-bulletins. Ook maakt de IGZ al haar thematische toezichtsrapporten met vergelijkende resultaten over instellingen/beroepsbeoefenaren (meestal geanonimiseerd) actief openbaar door deze op internet te plaatsen.

Vanaf 1 januari 2005

In alle thematische toezichtrapporten met vergelijkende conclusies over instellingen of beroepsbeoefenaren – waarvan het onderzoek of het vervolgonderzoek na 1 januari 2005 is gestart – wordt over deze instellingen of beroepsbeoefenaren niet meer anoniem, maar «op naam» gerapporteerd. Ook de achterliggende individuele inspectierapporten worden op internet geplaatst. Thematische onderzoeken die vóór 1 januari 2005 zijn gestart worden zo mogelijk «op naam» openbaar gemaakt. Dit is echter uit zorgvuldigheidsoverwegingen gezien de afspraken die hierover met partijen zijn gemaakt nog niet voor alle rapporten mogelijk.

Ook worden in het vervolg alle bevelen aan instellingen en beroepsbeoefenaren actief openbaar gemaakt door publicatie op internet. Ditzelfde geldt voor alle adviezen aan mij om te komen tot een aanwijzing.

Bij de actievere openbaarmaking van inspectiegegevens mag men niet uit het oog verliezen dat dit mogelijk – als het gaat om het oordeel dat de kwaliteit tekortschiet – nadelige gevolgen voor instellingen en personen met zich meebrengt. Deze wegen echter in het algemeen niet op tegen het genoemde belang van publieke verantwoording. Bovendien kan dit vooruitzicht instellingen ook juist uitdagen hun kwaliteitsbeleid op orde te brengen en te houden. Het is in dit licht van groot belang dat de IGZ de vaststelling van haar rapporten met de nodige zorgvuldigheid omgeeft. Vanwege de mogelijk nadelige gevolgen voor individuele zorginstellingen neemt de IGZ de volgende zorgvuldigheidsmaatregelen in acht:

Bij thematische onderzoeken: Bij de start van elk onderzoek stelt de IGZ de instelling of beroepsbeoefenaar op de hoogte van de openbaarheid van het onderzoeksresultaat. Het bestuur van de zorginstelling krijgt de gelegenheid om op de bevindingen van de inspectie te reageren en feitelijke onjuistheden te corrigeren. Het rapport wordt daarna pas vastgesteld en openbaar gemaakt.

Als de zienswijze van het bestuur afwijkt van die van de IGZ, dan wordt deze (of een samenvattende weergave ervan) door de inspectie als bijlage bij het rapport op de website geplaatst. Openbaarmaking gebeurt niet eerder dan drie weken na vaststelling. Dit geeft het bestuur van de instelling de gelegenheid zich voor te bereiden op eventuele publiciteit in de media en reacties van betrokkenen. Het bestuur kan het oordeel van de inspectie in de context van het beleid van de instelling plaatsen en eventueel ook zelf de bevindingen van de inspectie openbaar maken, bijvoorbeeld op de eigen website. Daarbij kan het aangeven welke consequenties het aan het oordeel van de inspectie verbindt.

De IGZ maakt het thematisch rapport en de achterliggende individuele eindrapporten op haar website gelijktijdig openbaar, drie weken nadat het aan de minister is aangeboden. Betrokken koepels van instellingen en beroepsbeoefenaren krijgen minimaal 36 uur tevoren het samenvattende rapport onder embargo toegestuurd.

Bij een bevel/aanwijzing: Bij het aanzeggen van een bevel of advies tot aanwijzing wordt de instelling/beroepsbeoefenaar op de hoogte gesteld van de openbaarmaking. Het bevel wordt direct na het geven van het bevel openbaar gemaakt.

Openbaarmaking van het advies tot aanwijzing aan mij gebeurt drie weken nadat het aan mij is aangeboden.

Vanaf 1 januari 2006

De IGZ streeft ernaar om vanaf 1 januari 2006 ook alle rapporten naar aanleiding van algemeen (preventief) toezicht (AT) cq. toezicht in het kader van de tweede fase van gelaagd en gefaseerd toezicht over individuele instellingen actief openbaar te maken via haar website. Hetzelfde geldt voor de eindrapporten naar aanleiding van interventietoezicht (IT) over individuele instellingen en beroepsbeoefenaren. Er is nog de nodige voorbereiding nodig om dit zorgvuldig te kunnen doen. Dit is dan ook onderwerp van nadere uitwerking.

Overigens zal niet alle inspectie-informatie altijd volgens de bovengeschetste algemene lijn direct openbaar kunnen worden gemaakt. Bij de beslissing tot actieve openbaarmaking dient steeds rekening gehouden te worden met de uitzonderingen en beperkingen van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming persoonsgegevens. Op de afwegingen die daarbij aan de orde zijn, wordt uiteraard al zoveel mogelijk geanticipeerd bij het opstellen van documenten. Desalniettemin kunnen in voorkomende gevallen andere zwaarwegende belangen, zoals de opsporing en vervolging van strafbare feiten, aan openbaarmaking in de weg staan.

Ten slotte ga ik er van uit dat de openbaarheid van inspectierapporten en daarmee de navolgbaarheid van het inspectieonderzoek een kwaliteitsimpuls zullen geven aan de onderzoeksmethodiek en de wijze van rapporteren naar aanleiding van een onderzoek.

De inspecteurs zullen intern worden begeleid bij het invoeren van het nieuwe beleid t.a.v. openbaarmaking van inspectie-informatie.

Ik hoop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd over het beleid met betrekking tot de openbaarmaking van inspectiegegevens.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J. F. Hoogervorst