nr. 78
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 april 2005
Hierbij bied ik u aan het Rapport van ongeval van de Koninklijke luchtmacht
naar aanleiding van het ongeluk met een Apache gevechtshelikopter op 29 augustus
2004, nabij Bagram in Afghanistan. Bij dit ongeval raakte het toestel onherstelbaar
beschadigd. De twee bemanningsleden konden zich tijdig in veiligheid brengen
en zijn er met lichte verwondingen vanaf gekomen.
De Adviescommissie luchtvaartongevallen Koninklijke luchtmacht onderzocht
de directe oorzaak van het ongeval. Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de
richtlijnen die de International Civil Aviation Organisation (ICAO) stelt
aan onderzoek naar luchtvaartongevallen. Over haar bevindingen rapporteerde
de Adviescommissie op 18 november 2004 aan de Bevelhebber der luchtstrijdkrachten.
De Bevelhebber der luchtstrijdkrachten onderschrijft de conclusies en aanbevelingen
van dit onderzoek en heeft de uitvoering van de aanbevelingen ter hand genomen.
De belangrijkste punten uit deze aanbevelingen zijn het opstellen van duidelijke
procedures voor het overnemen van de besturing van het toestel en het verrichten
van nadere onderzoeken naar mogelijke technische verbeteringen.
Het Rapport van ongeval is ook aangeboden aan de voorzitter van de Tijdelijke
commissie ongevallenonderzoek Defensie (TCOD). De TCOD heeft besloten zelf
geen onderzoek te doen naar de oorzaak van het ongeval, maar heeft een eigen
reconstructie gemaakt1. Aan de hand daarvan voerde
zij een ongevalanalyse uit volgens de Tripod-methode.
De TCOD concludeert dat het onderzoek van de luchtmacht voldoet aan de
minimale eisen die internationaal gelden voor onderzoek naar luchtvaartongevallen.
Desondanks is de TCOD kritisch over de diepgang van het onderzoek van de luchtmacht,
de daarbij gebruikte onderzoeksmethode en de resultaten die dat qualitate
qua oplevert. De conclusies van de luchtmacht en de TCOD over de feitelijke
oorzaak van het ongeluk komen op hoofdlijnen overeen. De aanbevelingen van
de Bevelhebber der luchtstrijdkrachten, alsmede die de TCOD mij
in haar rapportage van 10 januari jl. ter zake doet, neem ik over.
Ook in het recente verleden had de TCOD kritiek op de diepgang van de
ongevallenonderzoeken van Defensie naar een aantal incidenten en ongevallen.
Deze vaststelling deed de TCOD bijvoorbeeld in haar rapportage over het duikongeval
in Den Oever, waarover de staatssecretaris de Kamer 4 maart jl. berichtte.
Mij is duidelijk geworden dat de zienswijze van de TCOD en die van de
luchtmacht over enkele zaken ten aanzien van dit onderzoek niet overeen komen.
Met inachtneming van de door de TCOD eerder geuite kritiek op het ongevallenonderzoek
bij Defensie wil ik de aanpak van de aanbevelingen van de commissie over onderzoeksmethoden
en het veiligheidsmanagementsysteem nader specificeren:
• Ter zake deskundige vertegenwoordigers van mijn Bestuursstaf, gesteund
vanuit de defensieonderdelen, zullen op korte termijn over de inrichting van
het ongevallenonderzoek bij Defensie in overleg treden met de op 1 februari
opgerichte Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV). Ik zal u over de uitkomsten
van dat overleg informeren.
• De zienswijzen van de Bevelhebber de luchtstrijdkrachten en de
TCOD ten aanzien van het veiligheidsmanagementsysteem van de Koninklijke luchtmacht
lopen uiteen. Ik heb met de Bevelhebber van de luchtstrijdkrachten afgesproken
dat op korte termijn nader wordt overlegd met de voorzitter van de thans opgeheven
TCOD, om te inventariseren of het veiligheidsmanagementsysteem verbetering
behoeft. De resultaten van dit overleg betrek ik bij de rapportage aan de
Kamer over de uitkomsten van het hierboven voorgestelde overleg met de OVV.
De TCOD noemt de onduidelijkheid over het verloren gaan van de cockpitvideorecorder,
de zogenoemde «maintenance data recorder» en een van de beide
«engine history recorders». Het terugvinden en zekerstellen van
de apparatuur die de vluchtgegevens en -informatie vastlegt heeft na een ongeval
de hoogste prioriteit. Zoals in dit specifieke geval blijkt, is echter niet
te garanderen dat Defensie daarin in alle gevallen slaagt. Het terugvinden
en zekerstellen van deze informatie is afhankelijk van de locatie van en de
omstandigheden tijdens en na het ongeval, onder meer vijandelijke activiteiten,
mijnengevaar, brand of de beschikbaarheid van eenheden.
Het onderzoeken van de oorzaak van incidenten en ongevallen is van fundamenteel
belang voor het verbeteren van de veiligheidsomstandigheden voor de personeelsleden
en het voorkomen van ongelukken in de toekomst. Ondanks de grote mate van
deskundigheid van het personeel brengt het werk bij Defensie door de soms
extreme werkomstandigheden voor mens en materieel bovengemiddelde risico's
met zich mee. Het voorkomen van ongelukken heeft de hoogste prioriteit. Als
ze onverhoopt toch gebeuren, streeft de defensieorganisatie er naar ook in
de toekomst de afwikkeling van incidenten en ongelukken transparant te laten
plaatshebben en procedures en maatregelen objectief te toetsen.
De Minister van Defensie,
H. G. J. Kamp
BIJLAGE
– Rapport van onderzoek Adviescommissie luchtvaartongevallen van
de Koninklijke luchtmacht1
– Rapportage Tijdelijke commissie ongevallen Defensie (TCOD)1