Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200529800-VII nr. 15

29 800 VII
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2005

nr. 15
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 november 2004

Op 17 en 18 november a.s. vindt de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in uw Kamer plaats. Sinds de verschijning van de ontwerpbegroting hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan op het terrein van de interbestuurlijke verhoudingen. Via deze brief wil ik u – mede namens de minister van Financiën en de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties – inlichten over de aard en de inhoud van deze veranderingen.

Achtergrond

In het verleden vond de interbestuurlijke samenwerking tussen kabinet, VNG/gemeenten en IPO/provincies plaats via het bestuursakkoord-nieuwe-stijl (BANS). In april 2002 evalueerden de drie partijen dit akkoord. De algemene kritiek luidde dat BANS te weinig leefde in het land (te Haags was), afspraken te weinig resultaat- en prestatiegericht waren en de discussies in het Overhedenoverleg te weinig sturend en visie-vormend. In een vervolgakkoord wilden de partijen het goede van BANS behouden, maar op onderdelen verbeteringen aanbrengen.

Na de totstandkoming van het kabinet-Balkenende I hebben VNG en IPO zich terughoudend opgesteld ten aanzien van het sluiten van een nieuw bestuursakkoord. Deze terughoudendheid was onder meer ingegeven door de voorziene bezuinigingen die tevens van invloed zijn op gemeenten en provincies en het (gedeeltelijk) afschaffen van de OZB. Later noemde de VNG nog de (vermeende) centralisatie, maar ook de consequenties van de decentralisatie door dit kabinet (bijv. Wetsvoorstel Maatschappelijke Ondersteuning), als knelpunt. Ook de invoering van gekozen burgemeester werd in dit verband genoemd.

Kortom: De interbestuurlijke verhoudingen stonden door ontwikkelingen op met name het terrein van de financiële verhoudingen flink onder druk. Tegelijkertijd wisten kabinet, VNG en IPO elkaar op concrete acties te vinden. Gezamenlijk werd het doel onderkend om de effectiviteit en efficiëntie van het overheidsoptreden te vergroten.

Interbestuurlijk overleg

Op 23 juni spraken kabinet, IPO en VNG tijdens het zgn. Catshuisoverleg af te komen tot afspraken over de interbestuurlijke verhoudingen. Sindsdien heb ik tezamen met de ministers voor BVK en de minister van Financiën gesprekken gevoerd met de voorzitters van IPO en VNG over mogelijke spelregels voor de interbestuurlijke verhoudingen.

Op 9 november jl. vond vervolgens in goede sfeer een bestuurlijk overleg onder leiding van de minister-president plaats. De gesprekken van de afgelopen periode hebben hun vruchten afgeworpen: overeenstemming werd bereikt over een aanscherping van de spelregels tussen overheden. Deze spelregels zijn vastgelegd in een «Code Interbestuurlijke verhoudingen». De afspraken in deze Code hebben betrekking op omgangsregels ten aanzien interbestuurlijke en financiële verhoudingen en hebben geleid tot een beleidsagenda voor diverse thema's. De Code is bij deze brief gevoegd.1

Omgangsregels

De Code start met een gezamenlijke visie van het kabinet, IPO en VNG, die als uitgangspunt de Gemeente- en Provinciewet heeft. Partijen vinden het van groot belang dat de bestuurlijke ordening voorziet in de mogelijkheid om op een adequate manier de maatschappelijke opgaven aan te pakken. We werken dan ook probleemgericht. Daaruit volgt vervolgens een heldere verdeling van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken. Uitgangspunt daarbij is: «decentraal wat kan, centraal wat moet».

De afspraken in de Code beschrijven de wijze waarop overheden elkaar betrekken bij nieuwe beleidsvoornemens. Onderwerp van gesprek in het Overhedenoverleg zou de rol van de provincies en gemeenten moeten zijn bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaven zoals opgenomen in het regeerakkoord.

In de Code hebben kabinet, provincies en gemeenten afgesproken zich te richten op: een verruiming van de decentrale beleidsvrijheid zowel in bestuurlijke als financiële zin, vermindering van centrale regels (deregulering en ontbureaucratisering), vermindering van gedetailleerd medebewind en specifieke uitkeringen en vermindering van het verticale toezicht. Daarbij leggen we de nadruk op resultaten en stellen we de uitvoering van beleid centraal. Omwille van een effectief beleid kan het kabinet kiezen voor differentiatie in rijkssturing richting het decentrale niveau, zoals bijvoorbeeld bij de kabinetsreactie op «Rotterdam zet door». Daarnaast wordt ook maatwerk op decentraal niveau gestimuleerd indien dit problemen kan oplossen.

Acties

In de Code bevestigen en vernieuwen het kabinet, IPO en VNG niet alleen de omgangsregels tussen de overheden, maar kondigen we ook concrete acties voor de lopende kabinetsperiode aan.

Op het terrein van sturing hebben we afgesproken binnen een jaar te komen met maatregelen ter reductie van administratieve lasten in de bestuurlijke kolom. We gaan gezamenlijk de sturingsen prestatiebureaucratie te lijf en snoeien in administratieve lasten, planverplichtingen en/of specifieke uitkeringen. Ook worden sturingsarrangementen opgeschoond waarbij sprake is van stapeling van instrumenten. Daarnaast werken we aan een vereenvoudiging van het toezichtstelsel om bestuurlijke drukte en administratieve lasten terug te dringen. Het gaat dan met name om het toezicht tussen overheden.

Mede in relatie tot de nieuwe EU Grondwet willen we bovendien de interbestuurlijke verhoudingen in de Europese context nader vastleggen. In een volgend Overhedenoverleg komt dit aan de orde. Ook bekijken we of het mogelijk is tot afspraken te komen over de wijze waarop financiële consequenties van Europese regelgeving voor Rijk, provincies en gemeenten worden opgevangen.

Ten slotte hebben we afgesproken drie verkenningen uit te voeren, die kunnen leiden tot aanpassing van beleid. Allereerst voeren we een gezamenlijke verkenning uit naar de relatie tussen functionele besturen en de bestuurlijke hoofdstructuur. Dit zou de basis kunnen zijn van een nieuwe visie op functioneel bestuur. Ten tweede wordt een gezamenlijke verkenning naar de werkwijze en omvang van de gedeconcentreerde rijksdiensten uitgevoerd. Daarbij is de vraag aan de orde of bij een andere verdeling van verantwoordelijkheden, dereguleringswinst te behalen valt. De samenhang met acties in het Programma Andere Overheid wordt hierbij niet uit het oog verloren. Ten slotte voeren we een gezamenlijke verkenning over het decentrale eigen inkomstengebied van gemeenten en provincies uit.

Naleving en borging

Om naleving van de afspraken te bevorderen, hebben de partijen extra aandacht besteed aan de borging van de afspraken. Zo bespreekt het Overhedenoverleg, onder leiding van de minister-president, twee keer per jaar de stand van zaken. Voorts zal de Raad van State een periodieke beschouwing opstellen over de interbestuurlijke verhoudingen. Ten slotte kunnen partijen gezamenlijk de Raad van State verzoeken een advies te geven over specifieke aangelegenheden. Over de definitieve formulering van het vragen van advies aan de Raad van State vindt nog overleg plaats met de Raad van State. Deze formulering vereist zorgvuldigheid. In ieder geval is advies mogelijk over principiële onderwerpen waarover partijen het niet eens zijn. Over de formulering van de adviesaanvraag dient tussen het kabinet, VNG en IPO wel overeenstemming te bestaan. De rol van de Raad van State is daarbij niet arbitrerend, maar adviserend.

Andere afspraken

Naast de interbestuurlijke verhoudingen stonden tijdens het bestuurlijk overleg ook de financiële verhoudingen op de agenda. Kabinet, VNG en IPO bezegelden de afspraken over de beheersing van het EMU-saldo van de decentrale overheden. Bovendien gaven we het startschot voor de hiervoor genoemde verkenning naar een eigen inkomstengebied van gemeenten en provincies. In april 2005 moet onder onafhankelijk voorzitterschap een rapportage gereed zijn.

Op initiatief van het IPO worden daarnaast gezamenlijke afspraken voorbereid om te komen tot uitvoeringscontracten tussen (samenwerkende) gemeenten, provincies en rijk. Deze afspraken werken belangrijke thema's uit de nota Ruimte uit. Afspraken hierover worden uiterlijk in januari 2005 voorgelegd aan het kabinet en de besturen van IPO en VNG.

Conclusie

Na een voorzichtige toenadering tussen kabinet, IPO en VNG op het doel en de inhoud van het overheidsoptreden kan ik concluderen dat een belangrijke stap gezet is in de interbestuurlijke verhoudingen. We hebben gezamenlijk een mooi resultaat weten te boeken. De constructieve wijze waarop we de afgelopen periode als voorbereiding op de Code Interbestuurlijke Verhoudingen met elkaar gesproken hebben, verdient dan ook navolging bij de uitwerking van de gezamenlijke acties.

In het bestuurlijk overleg is afgesproken dat alle partijen de resultaten intern bespreken. VNG en IPO leggen in december het resultaat voor aan hun besturen. Via deze brief wil ik het parlement uitnodigen tot een debat over de vernieuwing van de bestuurlijke verhoudingen. Het komende begrotingsdebat biedt daarvoor een eerste en goede gelegenheid.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.