nr. 28
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 augustus 2005
Hierbij ontvangt u het verslag van een schriftelijk overleg (kamerstuk
29 800 IXB, nr. 29) naar aanleiding van mijn brief van 30 mei
2005 (Kamerstuk 29 800-IXB, nr. 24) inzake de voortgangsrapportage
Awir over de maand april 2005. Aan het slot van het verslag is mijn reactie
op de door de leden van uw commissie voorgelegde vragen en opmerkingen opgenomen.
Tevens ontvangt u bijgaand de voortgangsrapportages van het project Toeslagen
over de maanden juni en juli 20051.
Ten slotte wil u ik in deze brief mijn reactie geven op de motie Omtzigt
die door uw Kamer is aangenomen bij de behandeling van de Invoerings- en aanpassingswet
zorgverzekeringswet (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 30 124,
nr. 33). In de motie wordt de regering verzocht om ieder verzoek tot
voorlopige teruggave en iedere aanslag te beschouwen als een aanvraag voor
zorgtoeslag, zo die al niet eerder is gedaan.
Ik onderschrijf de gedachte achter de motie dat burgers die mogelijk recht
hebben op een zorgtoeslag, zo goed mogelijk hiervan op de hoogte moeten worden
gesteld en op een zo eenvoudig mogelijke wijze een aanvraag moeten kunnen
indienen. De inspanningen van de Belastingdienst/Toeslagen zijn hier ook ten
volle op gericht. De wijze waarop in de motie wordt gevraagd hieraan invulling
te geven, stuit echter op een aantal bezwaren. Deze bezwaren zal ik hieronder
toelichten, waarna ik tevens aan zal geven op welke wijze de Belastingdienst/Toeslagen
in de uitvoering een aanpak voorstaat die naar mijn mening beter tegemoetkomt
aan de gedachte achter de motie.
De bestrijding van het niet-gebruik is een belangrijk speerpunt in het
uitvoeringsbeleid op het punt van de toeslagen. In eerste instantie is het
natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid en een eigen keuze van de burger
om de zorgtoeslag aan te vragen. Vloeit het achterwege laten van een aanvraag
echter voort uit onwetendheid, dan is sprake van ongewenst niet-gebruik.
Dit dient te worden voorkomen. Het is de taak van de Belastingdienst/Toeslagen
om belanghebbenden zo goed mogelijk te begeleiden bij het aanvragen van de
toeslag en het proces zo eenvoudig mogelijk te houden.
Zou de aangifte inkomstenbelasting automatisch als aanvraag voor de zorgtoeslag
worden beschouwd, dan zou dit die eenvoud echter niet ten goede komen. Allereerst
niet, omdat dit bij de burger juist verwarring zou oproepen over de zorgtoeslag
in relatie tot de belastingheffing en in relatie tot de andere toeslagen,
en over de vraag of er nu wel of niet een afzonderlijke aanvraag voor de zorgtoeslag
moet worden gedaan. Juist om die verwarring te voorkomen is er – ook
ingegeven door het Hoofdlijnenakkoord – in de wetgeving (Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen (Awir) en Wet op de zorgtoeslag) en in de
uitvoering expliciet gekozen om de heffing van belastingen door de Belastingdienst
en het toekennen van toeslagen door de Belastingdienst/Toeslagen strikt gescheiden
te houden.
Een tweede argument tegen de in de motie voorgestelde werkwijze is dat
deze niet of nauwelijks effectief zal zijn. Veel potentieel belanghebbenden
met een laag inkomen doen immers geen aangifte voor de inkomstenbelasting.
Daaronder zullen er velen zijn die, niet gewend aan het invullen van formulieren,
verzuimen hun rechten op toeslagen geldend te maken. Deze kwetsbare groep
waar het gaat om het niet-gebruik, wordt dus op de voorgestelde wijze niet
bereikt. Daarnaast is het moment waarop de aangifte inkomstenbelasting wordt
ingediend pas geruime tijd na afloop van het jaar, terwijl wordt beoogd om
de beschikking zorgtoeslag juist voorafgaand aan het jaar te verstrekken.
De hiervoor genoemde bezwaren nemen echter niet weg dat ik de gedachte
achter de motie Omtzigt om het niet-gebruik van de zorgtoeslag zoveel als
mogelijk te beperken volledig onderschrijf. Daarom heb ik in de uitvoering
van de toeslagen, waaronder de zorgtoeslag, gekozen voor een aanpak waarbij
de potentiële doelgroep zo gericht mogelijk wordt benaderd op basis van
de informatie waarover de Belastingdienst/Toeslagen reeds beschikt. Zoals
ik in de schriftelijke stukken en tijdens de plenaire behandeling van de Awir
en zorgtoeslag in uw Kamer heb aangegeven zal meer dan 90% van de potentiële
doelgroep voor de zorgtoeslag naar schatting rechtstreeks benaderd kunnen
worden op basis van de inkomensgegevens waarover de Belastingdienst beschikt.
Daarbij wordt niet alleen gebruik gemaakt van inkomensgegevens waarover de
Belastingdienst beschikt op basis van aangiften en aanslagen inkomstenbelasting,
maar ook van de loongegevens die door inhoudingsplichtigen zijn aangeleverd.
Daarnaast wordt een uitgebreide voorlichtingscampagne gevoerd om burgers
te wijzen op de mogelijkheid om een zorgtoeslag aan te vragen en wordt ondersteuning
geboden bij het indienen van een aanvraag zorgtoeslag door de regiokantoren
van de Belastingdienst en het netwerk van hulp- en informatiepunten die op
dit moment reeds ondersteuning voor de aanvragen huursubsidie bieden. In de
voortgangsrapportage Toeslagen van april 2005 (Tweede Kamer 2004–2005,
29 800 nr. 22) heb ik u in een bijlage uitgebreid over de communicatie
en voorlichting geïnformeerd.
Als blijkt dat veel formulieren niet worden teruggestuurd, zullen de potentiële
rechthebbenden in het najaar nogmaals worden herinnerd aan de mogelijkheid
om een zorgtoeslag aan te vragen. In de loop van 2006 zal de Belastingdienst
bovendien over actuelere inkomensgegevens kunnen beschikken op basis van de
aanlevering van de loongegevens over het jaar 2005 door inhoudingsplichtigen
en de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2005. Op grond van deze gegevens
kunnen mensen die op grond hun inkomen in 2004 nog geen recht op een zorgtoeslag
zouden hebben, maar op grond van hun inkomen 2005 wel, actief
gewezen worden op het feit dat zij voor 2006 mogelijk recht hebben op zorgtoeslag.
Ten slotte moet worden bedacht dat een aanvraag voor de zorgtoeslag slechts
éénmaal hoeft plaats te vinden en dat de toekenning van de zorgtoeslag
daarna automatisch wordt gecontinueerd.
Langs bovenstaande weg zal dus optimaal gebruik gemaakt worden van de
meest recente inkomensgegevens waarover de Belastingdienst beschikt en is
het streven erop gericht potentiële belanghebbenden zoveel mogelijk actief
te benaderen, zonder dat een belastingaangifte en een aanvraag voor toeslagen
inhoudelijk worden vermengd.
Mocht onverhoopt blijken dat de geschetste aanpak onvoldoende effectief
is, dan zal ik uiteraard in overleg met uw kamer bezien of en zo ja welke
aanvullende maatregelen genomen kunnen worden om niet-gebruik van de zorgtoeslag
te voorkomen.
De Staatssecretaris van Financiën,
J. G. Wijn