29 760
Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling)

nr. 58
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2005

Bij brief van 9 juni (05-SZW-B-119) heeft u mij gevraagd of u er van uit kan gaan dat (de strekking van) motie-Bussemaker c.s. inzake een onderzoek naar voor- en nadelen van de flexibilisering van de pensioenleeftijd (Kamerstukken II 2004/05 29 760, nr. 45), besloten ligt in de adviesaanvragen aan diverse organisaties over belemmeringen voor doorwerken na 65 jaar.

Over deze motie heb ik u bij brief van 17 januari 2005 (Kamerstukken II, 2004/05, 29 760, nr. 55) geïnformeerd. Het uitgangspunt van deze brief is dat flexibilisering van de pensioenleeftijd voor het kabinet géén doel op zichzelf is, maar moet worden beschouwd als een eventuele voorwaarde om het langer doorwerken na de leeftijd van 65 jaar mogelijk te maken of te stimuleren. In de AOW zitten naar het oordeel van het kabinet géén onderdelen die het doorwerken na 65 jaar belemmeren. Datzelfde geldt voor de regelgeving voor de aanvullende pensioenen. Flexibilisering van de pensioenleeftijd is dan ook niet nodig om belemmeringen weg te nemen voor dat langer doorwerken.

Om die reden is in de adviesaanvragen waar in uw brief naar wordt verwezen niet expliciet gevraagd om de voor- en nadelen van het doorwerken na 65 jaar in het adviestraject mee te nemen.

Het staat echter partijen vrij om, daar waar zij menen dat het wenselijk dan wel noodzakelijk is, om in hun advies in te gaan op de voor- en nadelen van flexibilisering van de pensioenleeftijd aandacht te besteden.

Het kabinet zal na ontvangst van alle adviezen komen tot een beleidsmatige reactie.

Een nadere onderbouwing van het kabinetsvoornemen om de motie-Bussemaker/Verburg inzake een regeling voor zelfstandigen (Kamerstukken II, 2004/05 29 760 nr. 46) niet uit te voeren zult u ontvangen van de Staatssecretaris van Financiën, de eerstverantwoordelijke bewindspersoon voor dit onderwerp.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Naar boven