29 760
Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet arbeid en zorg en van enige andere wetten (Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling)

nr. 19
AMENDEMENT VAN HET LID DE WIT C.S.

Ontvangen 17 november 2004

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In Artikel VI wordt voor de zin «Na Hoofdstuk 6 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:» een D geplaatst en wordt ingevoegd:

A

De titel van Hoofdstuk 5 komt te luiden:

HOOFDSTUK 5 ZORGVERLOF EN ANDER VERLOF

B

Na artikel 5:14 wordt onder vernummering van Afdeling 3 tot Afdeling 4 ingevoegd:

AFDELING 3 ANDER VERLOF

§ 1 Verlofvorm

Recht op ander verlof

Artikel 5:14a

1. De werknemer die deelneemt aan een levensloopregeling als bedoeld in artikel 7:1, onderdeel a, heeft recht op verlof zonder behoud van loon indien en voorzover hij aan de levenslooprekening als bedoeld in artikel 7:1, onderdeel b, geld onttrekt ter voorziening in tenminste 70% van het gederfde loon gedurende het verlof.

2. Het verlof is ten hoogste even lang als de periode gedurende welke in tenminste 70% van het gederfde loon kan worden voorzien door geld te onttrekken aan de levenslooprekening.

§ 2 Verlening, ingang en einde van het verlof, informatie

Verzoek, zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang

Artikel 5:14b

1. De werknemer dient het verzoek om verlof ten minste drie maanden voor het beoogde tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk in bij de werkgever onder opgave van de reden, het tijdstip van ingang, de omvang, de voorgenomen duur van het verlof en de spreiding van de uren over de week.

2. De werkgever willigt het verzoek om verlof van de werknemer in, indien het betrekking heeft op aaneengesloten verlof voor de volledige arbeidsduur en het verlof direct voorafgaat aan het tijdstip waarop de leeftijd wordt bereikt waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat.

3. In andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, willigt de werkgever het verzoek om verlof van de werknemer in, tenzij hij tegen het opnemen van het verlof een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Artikel 5:11, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

4. Indien de werkgever niet uiterlijk twee maanden na de indiening van het verzoek de beslissing op het verzoek schriftelijk heeft medegedeeld aan de werknemer, gaat het verlof in overeenkomstig het verzoek van de werknemer.

Einde van het verlof

Artikel 5:14c

Het verlof eindigt met het verstrijken van de duur waarvoor het verlof is verleend.

C

In artikel 5:15 wordt «bedoeld in artikel 5:1 of artikel 5:9» vervangen door: bedoeld in de artikelen 5:1, 5:9 of 5:14a.

Toelichting

Het amendement strekt er toe om de individuele werknemer het recht te geven om verlof ten laste van het levenslooptegoed op te nemen. Dit recht is niet geclausuleerd als het gaat om opname van het verlof direct voorafgaand aan het tijdstip waarop het ouderdomspensioen ontstaat. In de overige gevallen is de opname van het verlof geclausuleerd door een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang.

Voor de procedure voor het aanvragen van het verlof is aangesloten bij het wetsvoorstel langdurend zorgverlof (28 467). Omdat dat wetsvoorstel naar verwachting eerder in werking zal treden dan het onderhavige, is ermee rekening gehouden dat dat wetsvoorstel in de Wet arbeid en zorg de artikelen 5:11 t/m 5:14 zal invoegen.

De Wit

Vendrik

Bussemaker

Naar boven