Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 29754 nr. 87 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2006-2007 | 29754 nr. 87 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 oktober 2006
Hierbij bieden wij u een samenvatting aan van het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van september 2006. Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en is in eerste instantie bedoeld voor de Raad voor de Nationale Veiligheid. Het DTN wordt ook besproken met de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer. Twee keer per jaar wordt een samenvatting van het DTN opgenomen in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage terrorismebestrijding. Aangezien de volgende voortgangsrapportage pas in december van dit jaar naar uw Kamer zal worden gestuurd, hebben wij ervoor gekozen uw Kamer via deze weg te informeren over de inhoud van het meest recente DTN. In de eerstkomende voortgangsrapportage zal een samenvatting van het dan actuele DTN worden opgenomen en zal ook worden ingegaan op mogelijke beleidsimplicaties van het DTN.
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. Remkes
SAMENVATTING DREIGINGSBEELD TERRORISME NEDERLAND SEPTEMBER 2006
De terroristische dreiging voor Nederland blijft substantieel. Een afweging van de nationale en internationale dimensie van de dreiging afgezet tegen de weerstand leidt op basis van de bij de NCTb aangeleverde dreigingsinformatie tot deze conclusie. Dit houdt in dat de kans op een aanslag in Nederland reëel blijft. Dit beeld is de resultante van een aantal uiteenlopende ontwikkelingen.
De combinatie van sommige elementen van het dreigingsbeeld neigen ten opzichte van alle eerdere dreigingsbeelden naar een afname van de dreiging. Een belangrijke constatering in dit verband is dat in de afgelopen periode geen concrete dreiging uitging van de gekende terroristische netwerken in Nederland. Bovendien is vooralsnog nauwelijks sprake van jihadisten die vanuit Irak naar Europa komen en wordt op dit moment geen opvallende interesse vanuit internationale jihadistische netwerken voor Nederland geconstateerd. De afname van de op Nederland gerichte dreiging was tot slot ook een gevolg van het doorzetten van de in het vorige dreigingsbeeld geconstateerde trend van een internationalisering van de agenda van lokale netwerken.
Hiertegenover staat dat er ook elementen zijn die het dreigingsbeeld als geheel verzwaren. Zo blijft de dreiging tegen andere Europese landen, transatlantische bondgenootschappen en het westen in het algemeen aanzienlijk. Het onvoorspelbare en dynamische karakter van deze aanzienlijke transnationale dimensie van de dreiging straalt ook uit naar Nederland. Nederland blijft als onderdeel van het westen een potentieel doelwit van terroristen. Daarbij is meegewogen dat kleine kringen van radicale moslims bijzonder licht ontvlambaar zijn. Op grond hiervan moet nadrukkelijk rekening worden gehouden met spontane uitbarstingen van individuen en groepjes. Tegen deze achtergrond baart de nog steeds toenemende radicalisering onder moslims in Nederland, ingegeven of versterkt door internationale ontwikkelingen, onverminderd zorgen. Hierbij moet worden aangetekend dat de aanhoudende radicaliseringsprocessen tot op heden niet tot een versterking van de slagkracht van terroristische netwerken heeft geleid.
Ten aanzien van de nationale dimensie van de dreiging was er in de afgelopen periode geen sprake van een concrete dreiging uitgaande van de gekende terroristische netwerken. Daar staat tegenover dat kleine kringen van radicale moslims bijzonder licht ontvlambaar blijken. Dit zou kunnen leiden tot spontane gewelddadige uitbarstingen van individuen en groepjes. De mislukte aanslagen tegen het spoor in Duitsland illustreren de risico’s van kleine netwerken die spontaan ontstaan en snel tot actie overgaan. De escalatie van conflicten zoals in het Midden-Oosten zou kunnen doorwerken op lokale netwerken. Ondanks de recente escalatie van de bovenstaande conflicten zijn er op dit moment geen aanwijzingen voor een doorvertaling naar de Nederlandse situatie.
Internationale dreiging en uitstraling naar Nederland
De dreiging wordt in belangrijke mate bepaald door mogelijke repercussies van de ontwikkelingen in het buitenland voor Nederland. Daarbij spelen de recente ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk een belangrijke rol. De Britse autoriteiten lijken een terroristisch complot te hebben verijdeld die de aanslagen van 11 september 2001 zeer waarschijnlijk had kunnen overtreffen. De zaak is van invloed op de terroristische dreiging tegen het westen in het algemeen omdat een dreiging tegen de internationale burgerluchtvaart per definitie grensoverschrijdend is. Tot op heden zijn er echter geen verbanden tussen deze zaak en Nederland geconstateerd.
Ook de situatie in Irak blijft in belangrijke mate de internationale jihadistische agenda beïnvloeden. Het deels jihadistische conflict in Irak gaat, ondanks de uitschakeling van de leider van Al Qa’ida in Irak, Al-Zarqawi, onverminderd door en is inmiddels in sommige gebieden afgegleden naar een burgeroorlog. De uitstraling naar in Nederland actieve terroristische netwerken blijkt wat betreft concrete activiteiten echter beperkt. Voor een dreiging richting Nederland zijn geen aanwijzingen. Hetzelfde geldt voor de dreiging van Irak-jihadisten. Het risico van naar Europa en Nederland reizende Irak-jihadisten met gevechtservaring in een stedelijke omgeving is weliswaar onverminderd aanwezig, maar voor de korte termijn zijn er voor dergelijke reisbewegingen richting Nederland geen aanwijzingen. Wel blijft het conflict in Irak in ideologische zin een mobiliserende factor.
In de afgelopen periode hebben voorts de spanningen tussen Israël en Hezbollah/Libanon de aanhangers van de radicale islam een hernieuwde inspiratiebron verschaft. Hoewel veiligheidsdiensten aanslagen van Hezbollah in het buitenland niet kunnen uitsluiten, zijn er geen aanwijzingen voor een dergelijke dreiging tegen Nederland. De recente wapenstilstand tussen Israël en Hezbollah heeft overigens ook tot een op zijn minst tijdelijke deëscalatie van het conflict geleid. De mislukte aanslagen tegen het spoor in Duitsland zijn waarschijnlijk mede te plaatsen tegen de achtergrond van het conflict tussen Israël en Hezbollah en tonen aan dat de internationale situatie, ook ver van de conflicthaard, het ontstaan van spontane netwerken kan bevorderen en tot het ontplooien van terroristische activiteiten kan leiden.
De verder verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan mag evenmin onvermeld blijven. Inmiddels is niet alleen sprake van een talibanisering van de grensgebieden maar ook van grootschalige grondgevechten in Afghanistan zelf. De aanwezigheid van Nederlandse ISAF-troepen in Afghanistan betrekt Nederland direct bij de strijd ter plaatse en kan uitstralen op de percepties van aanhangers van de radicale islam. Vooralsnog zijn er echter geen aanwijzingen voor een uitvergroting van de rol van Nederland binnen de internationale ISAF-gemeenschap die wordt samengesteld uit 22 landen.
Relevant voor het dreigingsbeeld is ook de mogelijke uitstraling van de ontwikkelingen in Noord-Afrika naar Europa. De opleving van jihadistische activiteiten van vooral binnenlandse netwerken aldaar lijkt uit te groeien naar een transmediterraan verband van deze netwerken. Deze krachtenbundeling richt zich niet alleen op de strijd in Irak maar heeft tevens effect op de in Europa aanwezige jihadistische netwerken. Voor Nederland is thans nog geen directe dreiging als gevolg van deze krachtenbundeling geconstateerd.
Ten slotte worden naar aanleiding van de in het Verenigd Koninkrijk vermoedelijk verijdelde aanslagen op vliegtuigen naar de Verenigde Staten vraagtekens geplaatst bij de inschatting dat de kern van Al Qa’ida nauwelijks meer van betekenis zou zijn voor de dreiging voor het westen. Ondanks alle discussies en onderzoeken zijn er op dit moment geen overtuigende definitieve inschattingen van de slagkracht van de kern van al Qa’ida.
De aanhouding van 17 extreem-rechtse potentiële terroristen in België laat zien dat een escalatie van politiek geweld uit niet-jihadistische hoek als risico serieus moet worden genomen. Er zijn contacten geweest tussen de verdachten uit België en Nederlandse extremisten. De aard en omvang van deze contacten zijn onderwerp van nader onderzoek.
De aanhoudende radicalisering onder een deel van de moslimjongeren in Nederland is een zorgwekkende ontwikkeling die de dreiging ook op langere termijn aanzienlijk blijft beïnvloeden. Voor het huidige dreigingsbeeld zijn diverse factoren van belang. Allereerst is naar voren gekomen dat het volgen van religieuze studies in het buitenland door inwoners van Nederland radicalisering in de hand kan werken. De toename van het aantal Nederlandse studenten in Saoedi-Arabië is wat dat betreft een zorgpunt.
Ook speelt de ontvankelijkheid van kwetsbare bevolkingsgroepen een rol. Het valt namelijk op dat steeds meer tieners (16 en 17-jarigen) in de omgeving van jihadistische netwerken verkeren. Dit illustreert de ontvankelijkheid van jongeren voor radicalisering. Uit onderzoek naar jihadistische netwerken en op basis van het monitoren van het internet blijkt verder dat de rol van vrouwen als aanjager van religieuze radicalisering binnen dergelijke netwerken toeneemt.
Opmerkelijk is verder de jihadisering van een steeds groter wordende groep radicale Nederlandse jongeren van Turkse afkomst. Waar in het verleden incidenteel personen met een Turkse achtergrond opdoken in lokale jihadistische netwerken met vooral een Noord-Afrikaans karakter, duiken nu kleine groepen jongeren op die als geheel lijken te jihadiseren. Onder deze jongeren is in toenemende mate sprake van vereenzelviging met de islamitische gemeenschap, welke de plaats in is gaan nemen van de Turks-nationale identiteit. Frustratie over de positie van moslims in Nederland en woede over de gebeurtenissen in conflictgebieden geven voeding aan het gevoel «iets» te moeten ondernemen. Los van deze ontwikkeling binnen de Turkse gemeenschap moet worden vastgesteld dat de in eerdere dreigingsbeelden geconstateerde verbreiding van het niet-gewelddadige salafisme, dat voor sommige jongeren een opstap vormt naar verdere radicalisering in de richting van het jihadisme, in veel moskeeën voortzet.
Wat betreft de katalysator-functie van het internet valt tot slot op dat sommige populaire, neutrale websites op verholen wijze ook als platform voor de radicale islam worden gebruikt.
De zorg over polarisatie blijft onverminderd aanwezig. Naast de anti-integratieve en isolationistische boodschap van salafisten dragen ook extreemrechtse geluiden in belangrijke mate hieraan bij. In de afgelopen periode was er sprake van diverse gevallen van interetnisch geweld. In meer dan de helft van die gevallen is duidelijk sprake van extreemrechts geweld door Lonsdalejongeren, Skinheads en de Nationale Alliantie. De manifestatie van interetnisch geweld is een ondermijning voor de cohesie van de Nederlandse samenleving.
Aan de weerstandskant blijkt de toename van de weerbaarheid van moslims verder door te zetten. Sommige Nederlandse moskeeën tonen zich actief in het tegengaan van radicalisering. Ook op intellectueel vlak zijn er steeds meer tekenen van een toenemende weerbaarheid zoals bijvoorbeeld blijkt uit het manifest van het European Muslim Network dat een Europese en democratische identiteit van moslims bepleit. Uit de voor het jihadisme gevoelige Marokkaanse gemeenschap komen geluiden naar voren die in een versterking van de berberidentiteit een antwoord op de aantrekkingskracht van de radicale islam zien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29754-87.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.