Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2026
Bijgaand bied ik u het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) juni 2026 aan, opgesteld
door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Het DTN
geeft inzicht in het actuele dreigingsbeeld in Nederland en de ontwikkelingen en factoren
die het meest bepalend zijn voor dit beeld. Het actuele terroristische dreigingsniveau
is onveranderd ten opzichte van het DTN dat in december 2025 verscheen: er is in Nederland
nog steeds sprake van een substantiële terroristische dreiging. Dit houdt in dat er
een reële kans is op een terroristische aanslag in Nederland. Het dreigingsniveau
blijft daarom op niveau 4 uit 5.
Toelichting op dreigingsbeeld
De grootste dreiging blijft voortkomen vanuit het jihadisme. Daarnaast is door het
conflict van de Verenigde Staten (VS) en Israël met Iran de kans op aanslagen in Europa
en Nederland toegenomen. Het «raamakkoord» van medio juni, dat een opstap moet zijn
voor verdere onderhandelingen over beëindiging van de oorlog tussen de VS en Iran,
neemt die dreiging niet (direct) weg. Ondanks deze toegenomen kans op aanslagen, blijft
het dreigingsniveau ongewijzigd op niveau 4. De verschillende dreigingsniveaus worden
gebruikt ter kwalificering van de bandbreedte van het ingeschatte risico dat Nederland
te maken krijgt met terroristische aanslagen. Schommelingen in aard, omvang en achtergrond
van de dreiging geven daarom niet altijd onmiddellijk aanleiding om een ander dreigingsniveau
te kiezen.
Het belangrijkste risico voor een jihadistische aanslag komt voort uit een alleen
handelende dader of een klein groepje dat buiten het zicht van autoriteiten radicaliseert
richting geweld. De dreiging vanuit het genoemde conflict in Iran komt voort uit een
waaier van actoren: het Iraanse bewind en de daaraan gelieerde (semi-)statelijke actoren,
dan wel terroristische, gewelddadig extremistische, of statelijk aangestuurde criminele
groepen, proxy's en personen. Er lijkt in toenemende mate sprake van vervlechting
van de statelijke en terroristische dreiging. Dit vertaalt zich in een verhoogde dreiging
tegen Joodse, Israëlische en Amerikaanse doelwitten in Europa. Uit diverse arrestaties
van Hamas-leden in Europa blijkt dat de organisatie mogelijk aanslagen wil plegen
in Europa.
De dreiging vanuit rechts-extremisme en -terrorisme, anti-institutioneel extremisme
en links-extremisme is onveranderd. Het aantal aanhoudingen van personen uit rechts-terroristische
netwerken was de afgelopen jaren relatief beperkt. Meestal gaat het daarbij om jonge
personen die zijn aangehouden op verdenking van het (online) dreigen met een rechts-terroristische
aanslag. Een zeer klein deel van de anti-institutioneel extremisten in Nederland is
bereid en in staat terroristisch geweld te gebruiken. Zij zien een gewelddadige confrontatie
met de vermeende kwaadaardige elite als legitiem. Deze geweldsdreiging is vaak gericht
op regionale of lokale doelwitten. Het georganiseerde links-extremisme is in Nederland
al langere tijd gefragmenteerd en klein in omvang. De geweldsbereidheid is beperkt
en lijkt stabiel. Ten aanzien van de «klassieke» extremistische ideologieën zien we
nog steeds dat traditionele ideologische scheidslijnen vervagen.
In dit DTN wordt apart aandacht besteed aan de toegenomen zorgen over nihilistisch
extremisme. Dit is een groeiend fenomeen, niet alleen in Nederland, maar ook elders
ter wereld. De terroristische dreiging uit deze hoek is echter vooralsnog beperkt
en van minimale invloed op het algemene dreigingsniveau. Wel is hier, evenals bij
jihadisme en rechts-extremisme en -terrorisme, de online radicalisering van jongeren
een aanhoudende zorgelijke trend.
Tot slot
Onze nationale veiligheid is niet vanzelfsprekend. De terroristische dreiging in en
tegen Nederland is al geruime tijd substantieel. Dit vraagt onverminderd aandacht
van alle betrokken partners. Denk aan de versterking van de lokale aanpak en de inzet
op een gecoördineerde aanpak van (online) radicaliserende jongeren. Het is essentieel
dat we blijven investeren in onze robuuste (preventieve) inzet tegen extremisme en
terrorisme om zo alle dreigingen het hoofd te kunnen blijven bieden. Het blijft de
hoogste prioriteit van het kabinet om terroristische misdrijven te voorkomen en om
tijdig signalen te herkennen die kunnen wijzen op terrorisme of extremisme, om zo
onze vrijheid en veiligheid actief te blijven beschermen.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel