Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 februari 2026
Met deze brief willen wij uw Kamer informeren over de ontwikkelingen in Syrië en Irak
in relatie tot uitreizigers met een Nederlandse link. Daarbij wordt ingegaan op de
overplaatsingen van ISIS-strijders uit detentiecentra in Noordoost-Syrië naar detentiecentra
in Irak en berichtgeving omtrent de detentie- en opvangkampen in Noordoost-Syrië.
Het Amerikaanse leger heeft onlangs aangegeven de afgelopen maand meer dan 5.700 mannelijke
ISIS-strijders die gedetineerd waren in Noordoost-Syrië te hebben overgebracht naar
Irak. Over de mogelijke aanwezigheid van ISIS-strijders met een Nederlandse link onder
de overgeplaatste gedetineerden waren enkele informele en in sommige gevallen tegenstrijdige
signalen, die niet eerder bevestigd konden worden. Op 13 februari 2026 heeft het National Center for International Judicial Cooperation een verklaring uitgebracht. Hierin staat dat er in totaal 5.704 ISIS-strijders met
61 nationaliteiten zijn overgebracht.1 In deze berichtgeving is ook aangegeven dat er tussen de overgebrachte ISIS-strijders
uitreizigers met een Nederlandse link zouden zitten.
Zoals bij uw Kamer bekend moet er terughoudend worden omgegaan met het doen van mededelingen
over individuele zaken. Het kabinet kan op basis van informatie van verschillende
internationale partners bevestigen dat er op dit moment mannelijke uitreizigers met
een Nederlandse link zich in detentie in Irak bevinden. Nederland staat hierover in
contact met de Iraakse autoriteiten. Op dit moment wordt alle informatie verzameld
en vindt nader onderzoek plaats om hun identiteit vast te stellen, onder meer om te
bepalen of deze personen (nog) de Nederlandse nationaliteit hebben. Hierover staan
nationale en internationale partners met elkaar in contact. Betrokkenen met de Nederlandse
nationaliteit kunnen een beroep doen op consulaire bijstand van de ambassade in Bagdad,
zoals deze wordt verleend aan gedetineerde Nederlanders in het buitenland.
Het kabinet hanteert als uitgangspunt nadrukkelijk dat berechting van uitreizigers
en de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen in de regio moet plaatsvinden.2 Conform dit standpunt wordt er maximaal ingezet om binnen de (internationale) wettelijke
vereisten afspraken met Irak te maken. Dit betekent dat er intensief contact plaatsvindt
tussen o.a. het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Iraakse autoriteiten.
Ten aanzien van de berichtgeving over de opvang- en detentiekampen in Noordoost-Syrië
geldt dat deze nauwlettend wordt gevolgd. Zo is er verschillende berichtgeving geweest
over ontsnappingen en overplaatsingen vanuit deze kampen. Op dit moment zijn er geen
indicaties dat vrouwelijke uitreizigers met een Nederlandse link en hun kinderen,
die in de kampen verbleven, zich op dit moment buiten de door de Syrische overgangsregering
beveiligde kampen bevinden.
Tot slot
De ontwikkelingen in Syrië en Irak volgen elkaar snel op. Dit maakt snelle informatievoorziening
en een accuraat beeld van de ontwikkelingen in Syrië moeilijk. De betrokken nationale
en internationale (veiligheids-)partners staan goed met elkaar in contact en houden de ontwikkelingen nauwlettend in de
gaten om een zo compleet mogelijk beeld te vormen. Bij relevante ontwikkelingen zal
uw Kamer – waar nodig vertrouwelijk – worden geïnformeerd.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
F. van Oosten
De Minister van Buitenlandse Zaken,
D.M. van Weel