29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 470 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 oktober 2018

In de regeling van werkzaamheden van 2 oktober jl. heeft uw Kamer gevraagd om een brief naar aanleiding van het bericht «OM: terroristische aanslag Nederland voorkomen, zeven mannen aangehouden» (Handelingen II 2018/19, nr. 7, Regeling van Werkzaamheden).

Op donderdag 27 september jl. heeft de politie zeven in Nederland woonachtige personen aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een terroristisch misdrijf en lidmaatschap van een terroristisch organisatie. De arrestaties vonden plaats in Arnhem en Weert en zijn het resultaat van goede samenwerking tussen OM, politie en Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Hierbij zijn onder andere bijzondere opsporingsmiddelen ingezet. Uit het onderzoek bleek dat de verdachten op zoek waren naar vuurwapens, granaten, bomvesten en grondstoffen voor een of meer (auto)bommen. Ze wilden vermoedelijk een aanslag plegen op een evenement in Nederland en op een andere plaats een (auto)bom tot ontploffing brengen. Naar het precieze doel wordt nog onderzoek gedaan.

Met de arrestaties is een concrete dreiging die van de groep uitging, weggenomen. Dergelijke dreigingen passen in het huidige dreigingsbeeld. Zo wordt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 48, dat begin september 2018 verscheen1, geschetst dat de jihadistische beweging in Nederland nog steeds actief en geweldsbereid is.

Drie van de zeven verdachten zijn eerder veroordeeld voor een terroristisch misdrijf. Alle verdachten zijn bekend binnen de lokale aanpak radicalisering en de multidisciplinaire casusoverleggen in Arnhem en Rotterdam Rijnmond. In het casusoverleg zijn maatregelen en interventies ingezet om de dreiging die uitging van de verdachten te mitigeren. De lokale aanpak is complementair aan het onderzoek dat tot de arrestaties heeft geleid. Om zicht te houden op ontwikkelingen in de dreiging blijven landelijke en lokale partners zich inzetten om de activiteiten van jihadisten rondom de gearresteerde groep te onderkennen en waar mogelijk deze te ondermijnen. Ook wordt ingezet op het voorkomen van radicalisering van personen die dichtbij de verdachten staan.

Dinsdag 16 oktober jl. is de voorlopige hechtenis van de verdachten verlengd door de rechtbank in Rotterdam. In verband met het lopende strafrechtelijk onderzoek kan ik geen verdere informatie geven over deze zaak.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


X Noot
1

Kamerstuk 29 754, nr. 468

Naar boven