Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201629754 nr. 379

29 754 Terrorismebestrijding

27 925 Bestrijding internationaal terrorisme

Nr. 379 MOTIE VAN DE LEDEN SEGERS EN SAMSOM

Voorgesteld 7 april 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het wenselijk is dat alle strafrechtelijke middelen worden ingezet om teruggekeerde jihadstrijders verantwoordelijk te stellen voor hun bijdrage aan de gewapende jihad;

constaterende dat de wettelijke mogelijkheden voor voorlopige hechtenis bij terroristische misdrijven reeds zijn verruimd;

constaterende dat er op grond van recente jurisprudentie tegen terugkeerders vrij snel een redelijke verdenking kan bestaan die aanleiding geeft tot voorlopige hechtenis;

constaterende dat de mogelijkheid in artikel 67, lid 4, Sv om bij terroristische misdrijven sneller te besluiten tot voorlopige hechtenis, beperkt is tot de eerste veertien dagen van voorlopige hechtenis;

spreekt uit dat administratieve detentie zonder tussenkomst van de rechter onwenselijk is;

verzoekt de regering om, de bestaande mogelijkheden voor voorlopige hechtenis van terugkeerders te inventariseren en indien nodig met voorstellen te komen voor verdere verruiming van de mogelijkheden daartoe, met als uitgangspunt dat voorlopige hechtenis altijd plaatsvindt in het kader van een strafrechtelijk proces en door een rechter regelmatig getoetst wordt;

verzoekt de regering voorts, daarbij in ieder geval ter realisatie van hetgeen is overwogen, te inventariseren of de reikwijdte van artikel 67, lid 4, Sv moet worden uitgebreid naar andere fasen van voorlopige hechtenis,

en gaat over tot de orde van de dag.

Segers

Samsom