Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 mei 2011
Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister
van Buitenlandse Zaken, over de voorgenomen onderhandelingen met de Verenigde Staten (hierna: VS) met betrekking tot samenwerking
met het Terrorist Screening Center (hierna: TSC) in het kader van het «Visa Waiver Program». Deze brief strekt ter opvolging
van de toezegging van de regering gedaan in de antwoorden op de vragen van de leden Hennis-Plasschaert en Teeven van 7 oktober
2010 (Kamerstukken II, 2010/11, Aanhangsel 495).
Visa Waiver Program met de VS
Het zogenaamde Visa Waiver Programma (hierna: VWP) betreft een programma van de Amerikaanse regering op grond waarvan ingezetenen
van andere landen worden vrijgesteld van een visumplicht voor de Verenigde Staten. Nederland werd in 1986 tot dit programma
toegelaten. In augustus 2007 heeft de Amerikaanse president een wet ondertekend waarmee de Amerikaanse Immigratie en Nationaliteitswet
(«Immigration and Nationality Act») werd gewijzigd. Deze gewijzigde wet heeft ook gevolgen voor het VWP, door bepaalde aanscherpingen
aan te brengen in de voorwaarden op het gebied van de veiligheid waaraan deelnemende landen moeten voldoen. Onder het VWP
dient het Amerikaanse Ministerie van Binnenlandse Veiligheid (Departement of Homeland Security/DHS) periodiek te evalueren
of landen die deelnemen aan het VWP nog altijd aan de gestelde voorwaarden voldoen.
De evaluatie van het VWP in 2008 resulteerde erin dat DHS aan de Nederlandse regering heeft bericht dat Nederland voldoet
aan de voorwaarden op het gebied van de veiligheid. Wel heeft de Amerikaanse regering te kennen gegeven dat onder de aangepaste
wetgeving het in de toekomst nodig zal zijn dat er nadere afspraken worden gemaakt over aanvullende instrumenten ter uitwisseling
van gegevens met betrekking tot de veiligheid en de rechtshandhaving. In dit verband is Nederland, net als andere lidstaten
van de Europese Unie, onder meer verzocht te participeren in een samenwerkingsakkoord met het Terrorist Screening Center (TSC).
Ook in 2010 werd de Nederlandse deelname aan het VWP door de VS geëvalueerd. De uitkomst daarvan is nog in de afrondende fase
en is dus op dit moment nog niet bekend.
Onderhandelingen over een ontwerp samenwerkingsakkoord met het Terrorist Screening Center
Het ontwerpakkoord over de samenwerking met het TSC voorziet in de verbetering van de samenwerking tussen Nederland en de
VS bij de bestrijding van terrorisme.
Door het sluiten van een akkoord met het TSC krijgt Nederland toegang tot een database van het TSC waarin een beperkte set
van identiteitsgegevens is opgenomen over personen die met terroristische activiteiten in verband worden gebracht. De opgenomen
gegevens betreffen uitsluitend niet-geclassificeerde identiteitsgegevens (naam, geboortedatum en paspoortnummer). Deze identiteitsgegevens
zijn direct te bevragen door de deelnemende partijen. De deelnemende partijen zijn de VS zelf en de landen die met het TSC
een akkoord hebben gesloten. De VS gebruiken de gegevens voor het veredelen van eigen informatie. Indien de VS vaststellen
dat de door Nederland geleverde identiteitsgegevens relevant zijn en daarmee worden opgenomen in de database, dan zal de verstrekking
van de benodigde achtergrondinformatie kunnen verlopen via de gebruikelijke samenwerkingskanalen en op basis van de nationale
wetgeving van de partijen. Indien een derde partij nadere informatie verzoekt over de betrokkenheid van een persoon bij terroristische
activiteiten dan zal het land dat de informatie leverde door de beheerder van de database worden gevraagd of het de achterliggende
informatie wil delen met het vragende land. Mocht dat het geval zijn, dan kan deze uitwisseling plaatsvinden, op basis van
de daartoe strekkende afspraken tussen de betrokken landen.
Uitgangspunt voor Nederland is dat de gevraagde samenwerking met de VS moet passen in het wederzijdse belang bij terrorismebestrijding
alsook in het Nederlandse rechtsstelsel en de praktijk van terrorismebestrijding. Dat betekent dat de toepasselijke Nederlandse
wetten (de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de Wet politiegegevens en de
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten) en in voorkomend geval ook het rechtshulpverdrag tussen Nederland en de VS
op de samenwerking van toepassing zullen blijven en daarmee beperkingen kunnen stellen aan de door Nederland te leveren gegevens.
De door de VS voorgestelde vorm voor de samenwerking met het TSC, een Memorandum of Understanding zonder juridische binding,
maakt dit ook mogelijk. Vanzelfsprekend zal het eindoordeel over de mogelijkheden voor samenwerking echter afhankelijk zijn
van het verloop en de uitkomst van de onderhandelingen.
De toegevoegde waarde van een akkoord met het TSC is gelegen in de grotere internationale alerteringsmogelijkheid om personen
die bij terrorisme betrokken zijn, op te sporen. De Nederlandse regering hecht veel belang aan de bestrijding van terrorisme
en aan de samenwerking met de VS. Tevens hecht de regering aan voortzetting van de deelname van Nederland aan het VWP. De
Nederlandse regering heeft dan ook aan het TSC te kennen gegeven bereid te zijn tot het aangaan van onderhandelingen over
het ontwerp-samenwerkingsakkoord.
Terrorismebestrijding en bescherming van persoonsgegevens
Uitgangspunt voor Nederland in de samenwerking met het TSC is dat er sprake zal van eerbiediging van nationale rechtsstelsels.
Dit brengt mee dat Nederland geen rechtstreekse toegang tot de Nederlandse systemen zal verschaffen, maar slechts in individuele
en specifieke gevallen identiteitsgegevens in relatie tot terrorisme zal aanleveren aan het TSC, een en ander in overeenstemming
met de Nederlandse wetgeving.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De Nederlandse regering is voornemens uw Kamer te informeren over het
resultaat van de onderhandelingen met de VS over het ontwerpakkoord voor samenwerking met het TSC.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten